P%f%2%a«L#L«J€J^C*?

m j

•BI J

oBS v^Bl BD

-

.

:

)

:• ..-,•• 4' * ,

" «

1v .'.• '

===<£> •• . '.*■■• /"

^=^r . ; .' .♦•

^^i- •••.?■•.' ■■•.••••■ ' '.

^=^ B * *• ''.**' '"■"''

IS co

' .■♦ «■• ..-•' ;- v . «.. '

..*,-..

.«"-

U**'

'U -! v *• . .;

■•" .* -' r\v '.'**• ,*."•. '■* ;A -: * "■' «

.••,*•.**•»• .-> . -. :.- » " •' v .-

>' •'*■ ;'.•'••. ''•' ; :%#.':/ ••-":'■; ' •••.•,'-'/••..'■''

t< : •» . . . ,* . . ' <

»• •• ;> ». :..-.••

.•••»•"■. ".:'. . ': >;"v'..'.... .-.>».'. ,;**••. ; v ■;'• •."/♦•• . .

'•••; Ij, ... »■ » ■*"»•• ■-'* '■','•- :',■,»*

"4."v: ■.«'■■,' *-:;.-i ,é,r, •' ."•>'■. ';. •.. /t;'..-' ; ,• *'^.'. . •• ,.'••'- .■ . ■•. . / \. ' - .•'*••.*,'■ * . . . v.*

** # * ; w ** . *i_ «t ' ■• . •• . i

>•■■ •. .** : •;. r.- -v ••••• .. ï? ■.«•fvf "-.. '-.- Vi . . ;

..• •' ■-...; 5.— : .". . •••.•• ..' » : ': *■ ;. .■•

•'.,.. •. - > •; f .* ... •. .-■ '• ••* .- ■■ <:

, ' * '

- *.,V .■•'>• f.

m » . •■ r^

> . •• . . « .*• ■.-••.' •♦ ir: f

' .' : . -•■ ' ;• ^ .v

..'vv--,; ••-'•,.:••'■-•'•*•;«/ r- .'■•:'■.■; ■••■• •••-.

*• .".

*v?

;• - . . . •..;•-;'/.

••

.•-;:

... *. . ».

» %' i

Presented to the

LIBRARY of the

UNIVERSITY OF TORONTO

by the

INSTITUTE FOR

CHRISTIAN STUDIES

f0R CHRÏSTI4 .

£ DlSflADr

v^.

nt

ALGEMEENE

KERKELIJKE

GESCHIEDENIS,

DER

CHRISTENEN.

ALGEMEENE KERKELIJKE

GESCHIEDENIS,

DER

CHRISTENEN,

DOOR.

IJSBRAND van HAMELS VELD.

VEERTIENDE DEEL.

MET PLAATEN.

*

TE HAARLEM BIJ

FRANgOIS BOHN,

M D C C C V I I.

N H O U D

VAN HET

VEERTIENDE DEEL.

VIERDE BOEK.

Bevattende het vierde tijdperk ; van de opkomst van Mo- hammed , in de zevende eeuw , tot het begin der kruis- togten, of het Pausfchap van gregorius VII, in de elfde eeuw.

TWEEDE AFDEELING.

Van den dood van karel den Grooten, tot het begin

der Kruistogten, of het Pausfchap van gregoPvIus

VII, van het jaar 8x4 tot 1073.

VIERDE HOOFDSTUK.

Toeftand der Monniken. Hervorming derzel- ven. Algemeen overzigt van den ftaat van den Godsdienst, Gefchiedenis van het Bij- geloof. .... Bladz. 1,

V IJ F D E HOOFDSTUK.

Godgeleerdheid. Canon des Bijbels enz. Bijbeluit- legging. Geloofsleere. Zedeleer. Predikatien. 100.

* ZES-

vi INHOUD.

ZESDE HOOFDSTUK.

Godsdiensttwisten. Nestorianen , Jakobieten en Paulicianen. Manicheeën. Twist over de Beelden. Twisten over het Heilig Avond- maal. PASCHASIUS RADBERT. BERENGA-

rius. Verfchillen over de Predestinatie. godschalk. Twist van fotius met dePau- fen. Scheuring der Griefcfche en Latijnfche Kerk. .... Bladz. 129.

:

KER-

KERKELIJKE

GESCHIEDENIS.

■^— ^— aii— —— ^— *a

VIERDE BOEK.

BEVATTENDE HET VIERDE TYDPERK ; VAN DE

OPKOMST VAN MOHAMMED , IN DE ZEVENDE

EEUW, TOT HET BEGIN DER KRUISTOGTEN,

OF HET PAUSSCHAP VAN GREGORIUS VII,

IN DE ELFDE EEUW.

TWEEDE AFDEELING.

VAN DEN DOOD VAN KAREL DEN GROOTEN TOT HET BEGIN DER KRUISTOGTEN, OF HET PAUSSCHAP VAN GREGO- RIUS VII. VAN HET JAAR 814 TOT I073.

VIERDE HOOFDSTUK.

Toefiand der Monniken, Hervorming derzelven. Algemeen overzigt van den flaat van den Gods- dienst* Gefchiedenis van het Bijgeloof,

DBOEK e algemeene verbastering van den Leerftand on- II

der de Christenen, waar van wij in het voorgaande Alc^e1,

Hoofdftuk zoo vele blijken vonden , kon geene ver- Hoofd/l.

betering verwachten van den ftand der Monniken , na c* G*

hoe vele pogingen men daar toe ook gedaan bad, t0tr,07^

door de Monniken tot den ftand van Geestelijken

XIV. Deel, A te Verbaste-

KERKELIJKE

IV

BOEK II

Afdeel.

IV Hoofdft. na C. G.

Jaar 814. tot 1073,

ring der Monni- ken.

Abdijen

aan voor

name

Heeren

gefchon-

ken.

te verheffen , de Kanunniken in te voeren , of de Geestelijken tot Monniken te maken , gelijk damiani zulks wenschte , terwijl integendeel dunstan de ambten der Priesteren met Monniken bezette. De Monniken waren reeds even zeer verbasterd , en van hunne vorige ftrenge levenswijze zoo zeer af- geweken, dat de Bisfchoppen der Kerkvergadering te Tros/ey, in het gebied van Soisfons, in het jaar 909 (*), daar over luide klagten aanhieven, onder anderen, dat de Monniken zich aan aardfche bezig- heden overgaven, en ook wel, zonder noodzake , hunne Kloosters verlieten, terwijl in vele Kloosters Abten gevonden werden , die Leeken waren , en die met hunne vrouwen , kinderen , foldaten , en honden de Kloosters bewoonden.

Te weten , daar de Abdijen meestal rijke inkom- " ften hadden , was dit een lokaas voor groote Hee- ren , om in dezelve te komen , hoewel zij niet tot den Geestelijken (land behoorden, kakel martel had 'er reeds eene gewoonte van gemaakt, om 'er zijne Hovelingen mede te befchenken en te beloo- nen , onder voorwaarde , van zeker getal foldaten , paarden of geld te leveren, lodewyk de Godvruch* tige fchreef wel in het jaar 816 aan de Aartsbis- fchoppen van Sens , Bourdeaux en Sahsburg (f), dat zij behoorden te zorgen , dat in de Kloosters van hunne Kerfpelen de behoorlijke levenswijze ge- volgd

(*) Ap. hard. T. VI. P. I. Cap. 3. p. 510.

(f) //; raluz. Capitt. KR. Franc. T. I. p. 555. et

Sp. HARD. T. IV. p. II77.

GESCHIEDENIS. 3

volgd werd ; doch de bovengemelde klagten bleven IV aanhouden. In het Oostfrankifche Rijk had, tegen ™ek het einde der IXde eeuw , dezelfde gewoonte plaats. Afdeel. Evenwel leest men tot lof van Keizer otto I. IV dat hij in het jaar 939 aan eenen der Rijksgraven, n°^ (^ die een' talrijken troep krijgsvolk tot zijnen bijftand Jaar 814, had aangevoerd , de Abdij Lamesham weigerde , tot io73» welke de Graaf, tot onderhoud van zijne foldaten, van hem begeerde ( * ). In de Griekfche Kerk was het ook lang niet zeldzaam, dat Kloosters en Bis- dommen , ten minften derzelver inkomften , aan Lee- ken gefchonken werden. Omtrent het midden der IXde eeuw, wees de Keizer theofilus de Kloos- ters aan wereldlijke lieden ter bewoning aan, om- dat de Monniken, als Beeldendienaars, uit dezelven verdreven waren (f). Eene andere reden van het verval der flxengheid Krijgs-

in het Monnikenleven kan daar in gezocht worden , "icnften

sevor dat de Monniken menigmalen tot krijgsdienften ver- derd van

pligt werden , uit hoofde van de uitgeftrekte lan- de Kloos-

ters derijen, welke hunne Abten bezaten. Men heeft

nog eene lijst, daar toe betrekking hebbende (§),

te Aken op eenen Rijksdag onder lodewyk den

Godvruchtigen in het jaar 817 opgefteld , op welke

de Kloosters van het Rijk in drie klasfen verdeeld

werden : zulken , welke gefchenken en krijgsdienften

fchul-

(*) luitprand de reb. Impp. et Regg. L. IV. C. 15.

(f) cedrenus Hist. Compend. p. 518.

(§) In mabillon Ann. Ord. S. Benedict. T. II. Z. XXVIII. p. 436. etc.

A 2

4 KERKELIJKE

IV fchuldig waren; anderen, alleen tot gefchenken ver-

boek pilgt ; en eindelijk zulken , die enkel verpligt wa-

Afdeel. ren' om voor ^en welftand van den Keizer en zij-

IV rie Zonen, en de behendigheid des Rijks te bid-

Ho°rjï; den. Onder de Monniken , die ten ftrijde trokken , na C. G. ' J

Jaar 814. hebben zich inzonderheid de Benedictynen vermaard tot 1073. geIT1aakt , die zich verbeeldden , of uitftrooiden , dat de (lichter van hunne orde hun op eene won- derdadige wijze bijftand bood. Als de Noormannen in het jaar 878 voorbij Orleans op het Klooster Fleury voortrukten , trok de Abt van dit Klooster hugo hun met eene kleine bende foldaten tegen , en fabelde hen bijna allen neder. Volgens zijne verzekering (*), was de Heilige benedictus bij dit treffen tegenwoordig; houdende met de linker- band den toom van des Abts paard , en in de regter eene knods, met welke hij vele vijanden ter neder floeg. Op dezelfde wijze zal deze Heilige in het jaar 1045 zijn Klooster Monte Casfino bij- geftaan hebben; zoodat de ingezetenen van dat ge- bied de Noormannen gemakkelijk overwinnen , en hun zelfs hunne Kasteelen ontnemen konden (f). Hervor- Over het algemeen nam de verbastering derMon- ming der njjjen m net Westen zoo zeer de overhand , dat ken. men eene Hervorming derzelven noodzakelijk oor- deelde; wat benedictus van Aniana hier toe reeds

had (*) mabillon Ann. Ord. S. Bened. T. III. Lier. XXXVIII. pag. 215.

(f) Chron. S. Monast. Cafinenf. L. II. C. 71. ï» MU» rat. SS. rer. Ital. T. IV. p. 290.

GESCHIEDENIS. 5

had toegebragt, hebben wij in het voorgaande van iv

deze Gefchiedenis gezien (*); in het jaar 817 liet Borx

lodewyk de Godvruchtige op eenen Rijksdag te ^fdeel.

Aken een voorfchrift opftellen voor de Monniken, IV

hetwelk ftrekken zou, om dat van den Heiligen be- l °Z ' ' ° na C. G.

nedictus weder tot zijn oud aanzien te herftel- Jnar 814. len (f). Het beftond uit 80 afdeclingen, waar van tot ,073« de voornaamften waren : Alle Monniken zouden , zoo veel zij konden , deze regelen van buiten lee- ren; in de keuken, bakhuis, en andere werkplaat- fen , de handen uitfteken ; hunne Idee deren , ter be- kwamer tijd , zelve wasfchen ; na de Fi gitten niet weder naar bed gaan; in de vasten enkel op hei- ligen Zaturdag, en in het overige van het jaar alle veertien dagen zich den baard laten afnemen ; geen gevogelte, uitgezonderd bij ziekte, als ook op Kers- mis en Pafchen, vier dagen, eten; geen bepaalden tijd hebben , om zich ader te doen laten , maar zulks alleen ondernemen in gevalle van noodza- kelijkheid, en dan zouden zij een klein Avondmaal, {fpecialis confolatio , ) bekomen ; zij zouden , als hun arbeid het vorderde, ook na het avondeten , zelfs in de vasten, en bij het vieren van eene Misfe voorde dooden, drinken krijgen; verders elke Mon- nik zou zeker getal kleederen , daar onder ook zo- merhandfchoenen , ( wantos in aftate , ) en bonte handfchoenen of moffen ; ( mufulas vervecinas , )

voor

(*) Zie Deel XII. Blode. 11.

(t) Capitulare Aquhgr. de vita et converfatione Mona- chnrum, ap. bat.üz, Capitt% RR. Franc. T. l.p. 579. etc. A 9

6 KERKELIJKE

IV voor den winter; en waar geen wijn is, eene dub- boek belde maat goed bier ontvangen. Als een Monnik Afdeel van ziJnen Prtor eene beftraffing krijgt , zal hij zeg- IV gen : Het is mijn fchuld ; zich voor hem neder- Hoofdfl^ werpen9 en om vergeving bidden. Geen Monnik Jaar 814. niag, om eenige misdaad, voor zijne Broederen, tot 1073 naakt gegeefeld worden; geen Monnik mag alleen reizen. Hun wordt verboden , als Dooppeeten te Haan, en vrouwen te kusfen. Gelijk zij malkanderen de voeten behooren te wasfchen, zoo zal hun de Abt dit op Witten Donderdag doen , en hen kus- fen; hetwelk, naar de woorden van Christus: een nieuw gebod geve ik u, genoemd wordt, man- datum faccre. De Abten zullen met de Monniken gelijke mate in eten, drinken, flapen, kleeding en arbeid waarnemen, ten zij zij met andere dienrten bezig waren. Kinderen, welke tot den Monniken- ftand beftemd worden, zullen van hunne ouders, in tegenwoordigheid van Leeken , als getuigen , voor het Altaar aangeboden worden, en als zij het eens verdaan , dit zelve bekrachtigen. ( Eenigen tijd daar na beweerde rabanus maurus (*), dat zul- ke vroege beftemming van jongens krachtig was , al werd zij door hen in rijper jaren niet bevestigd. ) Voor Monniken, die uit het Klooster wilden loo- pen, of anders draf baar zijn, zal een bijzonder huis wezen, waar in den winter geftookt kan wor- den. (*) OpusculiiM contra eos , qui repugnant injlltuth J5. P. Benedicti ap. mabillon. Ann, 0;d. S. Benedict. T. II. Append. «. 51. p. 726.

GESCHIEDENIS. 7

den. ( Dus nog een groot onderfcheid van de IV wreede Kloosterkerk ers in de naastvolgende tijden.) B0^K Niemand, dan een Monnik ,. zelfs geen Geestelijke, Afdeel. (Clericus,') raag in het Klooster, wonen; ten ware IV hij een Monnik wilde worden. Alle eedzweeren ^ q q wordt den Monniken verboden. Den Abten wordt Jaar 814. veroorloofd, Cellen van ten minften zes Monniken tot IQ73> of Kanunniken te hebben; (waar uit de van de Kloosters afhankelijke Prioraten ontdaan zijn.) In het Klooster zal alleen voor de daar aan gewijde kinderen een fchool zijn. Van alles , wat aan de Kerk of aan de Monniken gefchonken wordt, zul- len de armen het tiende deel ontyangen; ( eene voorname aanmoediging tot nieuwe fchenkadien aan de Kloosters. ) De Opzieners zullen Nonni , ( of Vaders,) heeten. Ook zal niemand voor geld in een Klooster aangenomen worden.

Uit deze voorfchriften ziet men, dat deze Her- vorming meestal in beuzelingen en uitwendigheden beftond; evenwel verkregen dezelve in het Westen een groot gezag. Daar door verkreeg benedictus van Anïana een algemeen opzigt over de Westfran- kifche Kloosters, welke zich allen naar dit voor- fchiïft fchikten; dus (lichtte hij de eerfte foort van Congregatie , of verbindtenis van vele Kloosters , onder één hoofd , in zijne orde. Doch met zijne dood in het jaar 821 ging deze vereeniging weder te niet, en elk Klooster keerde weder terug tot zij- ne eigene inrigtingen, weinigen uitgezonderd, waar onder dat van Monte Casfino (*). Soort-

(*) MAB1LLOK. /. C. Sec. IV. P. I. p. CVII. fq.

A4

è KERKELPE

IV ' Soortgelijke Hervormingen vonden echter dikwijls boek tegenftand van de zijde der Monniken, waar van Afdeel. net Klooster van St, Denys te Parys onder anderen

IV een voorbeeld gaf, alwaar flechts eenige weinige

Ho2,fd ~ Monniken aan hunnen regel getrouw bleven , welke na c <j. o o

Jaar 814. benedictus eene afgezonderde Cel liet bewonen.

tot 1073^ jyjet wei|.e toegevendheid echter eene Kerkvergade- ring van Parys niet te vrede was, waarom Keizer lodewyk de Godvruchtige twee Anrtsbisfchoppen derwaards zond, die alle de Monniken weder ver- eenigden; en tot het waarnemen van zijnen regel terug bragten (*). Doch tegen liet einde der vol- gende eeuw, verviel dit weder, waarom Koning hugo hét Klooster door den vermaarden Abt odi- lo van Clugny weder liet herftdlqn ( f )• 'Duitschliind werd, omtrent het jaar 941, de Her- vorming der Monniken , bijzonder door fkederïk , Aartsbisfchop van Mentz, zoo fterk doorgezet , dat witte KIND , zelf een Monnik, het ais eene vervol- ging der Monniken aanmerkte (§). wolfgang, Bisfchop van Regensburg, klaagde ,- -omtrent het jaar 974, dat 'er geene goede Monniken meer wa- ren. Hij verflond dit bijzonder van het Klooster van den Heiligen emmeram aldaar, en gaf, om hetzelve te hervormen , het beftuur 1 daar over aan eenen Abt van ftrenge zeden, dus belangeloos af- ftand doende van de vöordeelen, welke de Bis-

fchop-

(*) mabillon. T. II. p. 481 > 547- 55^ (\)' Mem. I. c Tom. IV. pag. 87. (§) AnnalL Lier. II.

GESCHIEDENIS. 9

fchoppen van Regensburg , die het béftuur van dit IV Klooster plagten waar te nemen, daar van getrok- B°^K ken hadden (*). Afdeel.

Van alle de Hervormingen der Monniken in de- IV ze eeuw is echter die, welke plaats had te Clug- na"c q# «v, de voornaam fte en vermaardlte. Clugny , of [aar 814. Cluny , Cluniacum , was weleer een Landgoed , tot IO?3' thans een klein ftadje, aan de kleine rivier Grone, Orde van in Burgondië, en had reeds omtrent het jaar 825 een Clugny. Klooster van Kanunniken , waar toe twee kleine Kerken behoorden (f). Maar het eigenlijke Mon- nikenklooster aldaar werd eerst in het jaar 910 ge- fticht door berno , eenen geboren Graaf van Bur- gundi'é. Deze was Abt van het Klooster Beaume en van^&igni , beide in Bur gundi'é; Hertog wil- lem van Aquitanië , gehoord hebbende van ber* no's ftichtelijke fchikkingen te Gigni, ontbood hem naar Clugny , willende onder zijn opzigt een der- gelijk Klooster aanleggen, berno en zijn vriend hugo, een Monnik te Autun , verkozen daar toe Clugny , en als de Hertog tegenwierp , dat hij daar •zijne koppels jagthonden had, antwoordde berno: hij mogt de honden wegjagen en Monniken in de plaats nemen. Dit gefchiedde. willem liet een ftichtingsbrief, (testamentum ,) opfteilen, waar in hij, met zijne Gemalin ingelberga, tot behoud van zijne ziel, en voor de ziel van zijnen Koning ©do, van zijnen vader en moeder, en bloedver-

wan-

(*) m^billon /. c. T. III. p. 629.

(f) MABILLON. T. II. ƒ>. 494.

A5

KERKELIJKE

IV wanten, voor allen, die in hunnen dienst waren* boek ja voor aue voormalige, thans levende, en toekó- Afdeel. men(^e geloovigen, Clugny aan de Apostelen pe- IV trus en paulus fchonk, ten einde daar een ge- m°C. G. zel*cnaP vnn Monniken te vestigen , onder berno Jaar 814. als Abt, welk Klooster onderworpen zou zijn aan tot I073' de Roomfche Kerk , en verpligt , om aan dezelve alle vyf jaren tien fehellingen , ( decent fol'tdi , ) -op te brengen, ter onderhouding van de lichten bij de Graven der Apostelen aldaar, berno bragt uit zij- ne beide Kloosters twaalf Monniken in dit nieuw gedicht , welke door den naam van godzaligheid .uitmuntten. Men vertrouwde hem vervolgens nog meer. Kloosters toe, zoo dat hij ten laatften Abt of Prior van zeven Kloosters was ^ toen hij in het jaar 927 overleed, hebbende voor zijne dood twee op- volgers in zijne waardigheid benoemd (*). 000, Abt Een van deze twee was odo , Abt van Clugny, van Clu£- die berno's roem door. zijne Hervormingen zelfs y' overtrof. Schoon door zijnen Vader aan den Hei-

ligen' im arte n toegewijd, werd hij echter voor de groote wereld "aan: het Hof van,, bovengeraelden Her- tog willem opgevoed, tot dat in zijn XVIde jaar eene ongeneesfeiijke hpofdpiju hem deed befluiten, <3ie belofte te, bevestigen en eene Geestelijke te wor- den. Gefchqren zijnde, verkreeg hij eene Cel en Prebende in de Kerk van den Heiligen marten te Tours, en zoo als men wel verwachten zal, zijne

hoofd- (*) MA3ILL0N. Fit. B:mon!s in Act. SS. Ord, S.Ben. Ses. V. p. 66. et A/m. 0,d. S, Benecï. T. ll\, p. 334.

GESCHIEDENIS. n

hoofdpijn was genezen. Nu oefende hij, onder IV

eene ftrenge levenswijze, zich m de Taalkunde en B°EK

ö II

in de Dialectica en andere vrije kunden. Evenwel Afdeel.

mishaagde hem nog de vrijere levenswijze der Ka- IV

nunniken, en als hem de regel van den Heiligen °° ~

tiet \^* vjt»

benedictus in handen kwam, oefende hij die uit jaar 814. gedurende drie jaren , zonder Monnik te zijn. Hij tot I075- had zich met zekeren adhegrin in een hutje opge- floten, om zich tot den Monnikenftand voor te be- reiden , en eindelijk begaven zij zich in het Klooster Beaume, onder den Abt eer.no, hoe zeer odo door eenige Monniken van dit Klooster werd afge- fchrikt , die klaagden, dat hun Abt hen met flagen, ketenen en vasten martelde, odo werd zoo wel door eer.no ontvangen, dat hij het opzigt kreeg over de Kloosterfchool. Hij was ook zoo gehoor- zaam aan de regelen van het Klooster , dat zijne gehoorzaamheid , volgens zijne eigene vertelling , met wonderen vergolden Werd. De Monniken van dit Klooster moesten de broodkjuimels vlijtig verzame- len en opeten, eer de tafel werd afgenomen. Eens gaf de Abt zoo haastig het teeken om op te liaan , dat odo zijne kruimels nog niet had opgegeten, die hij in zijne hand hield. Hij beleed dezen misfiag aan den Abt, en zie, toen hij hem de kruimels wilde toonen , waren die in zoo vele parelen veran- derd. Toen odo Abt van Clugny was geworden, was hij onvermoeid in zijnen arbeid, om hetzelve te hervormen , waar door de heiligheid van zijne Monniken alom vermaard werd , onder anderen fchreef hij aan zijne Monniken op zekere tijden een

aan-

12 KERKELIJKE

IV aanhoudend zwijgen voor, ten einde rust en een-

koek dragt onder hen te bewaren. Dit namen zij zelfs

Afdeel. buiten het Klooster zoo zorgvuldig waar, dat eens

IV een van hen 's nachts op het veld zijn grazend

C G Paarc* uever van een' roover net wegvoeren, dan Jaar814.dat hij roepen wilde. Maar, hoe werd deze ge- tot 1073. hoorzaamheid beloond! Men vond 's morgens den roover met het paard onbewegelijk (laan op dezelfde plaats, daar hij het geftolen had. Dus kwam het paard te regt, en odo liet den roover eenig geld geven , voor de moeijelijkheid , welke hij , een' ge- •heelen nacht, had doorgeftaan. odo vernieuwde niet alleen den regel van den Heiligen benedictus, maar vermeerderde ze met verfcheidene beuzelachtige bijvoegfelen , welke in der daad alle geestwerkzaam- heden zijner Monniken uitdoofden, hoewel zij in die eeuwen als eene nieuwe volmaaktheid werden aangezien. Men heeft nog eene befchrijving van alle de gebruiken in dit Klooster, door ulrich, die aldaar Monnik was, opgefteld (*), en in drie Boeken verdeeld, waar uit men het bovengezegde bewijzen kan. Het eerfte Boek bevat in 55 afdee- lingen alle voorfchriften , wat en hoe veel op elk uur des dags of 's nachts uit de Latijnfche Bijbel- vertaling van de Monniken moest gelezen, gebeden of gezongen worden; met welke plegtigheden elk feest moest gevierd worden enz. In het tweede

Boek (*) Av.tiquiores Covfuetudines Cluniacevfis Monaflerii Likri III. Collectore S, Fdalrico in dacherii Spicil. T. I. pa?. 64i-7°3'

GESCHIEDENIS. 13

Boek wordt de levenswijze en kloostertucht te iv Clugny befchreven. In hetzelve komen onder an- B0EK dere voor de teekens , met welke de Monniken mal- Afdeel. kanderen hunne meening mededeelden, in de tijden, IV in welken zij niet fpreken mogten ; onder anderen j^°£ q hadden zij teekens, om allerlei lekkeren visch mede jaar 814. aan te duiden, waar uit men zou mogen befluiten , tot io73» dat zij door lekkere fpijzen zich fomtijds te goede deeden voor al het bidden, zingen enz. Het laat- fte Boek geeft berigt van andere plegtigheden en menigvuldige bedieningen van het Klooster.

odo hervormde ook verlcheidene Kloosters in Frankryk en Italië, en overleed in het jaar 942 te Tours, in den ouderdom van 63 jaren, wordende, zonder dat men de uitfpraak van eenen Paus of Bisfchop afwachtte, door die van zijne Orde, ter- ftond onder de Heiligen geplaatst (*). siegbert van Gemblours roemt de gaven van zijnen geest , bijzonder in prediken en lofzangen op Heiligen (f) , doch van die wij nog overhebben , gaan maar weinigen boven het middelmatige; hij heeft ook een groot ze- delijk werk gefchreven: (Collationum Libri III,) waar in hij de hoogstverdorvene zeden van «zijnen tijd, zoo wel onder Leeken als Geestelijken , be- fchrijft. Een zijner leerlingen, de Monnik joan van Clugny, heeft zijn leven befchreven (§).

Zijn

(*) Martyrol. Rom. XIV. Kal. Deccmbr p, 206.

(f) De SS. Eccles. Cap. 124.

(§) Vergel. Bibliotheca Cluniacevfis, in qua SS. Pa- trum Abbatum Cluniac. Vita , miracula, fcripta etc.

Cu-

H KERKELIJKE

IV Zijn opvolger aymard , door hem zelven voor

boer zjjne ^cod verkozen , zette het werk der Hervor- Afdeel. ' m'mg in het Klooster Clugny ijverig voort; onder IV zijn beduur, hetwelk niet heel lang duurde, werden nacïó 278 Giftbrieven van Vorsten, Edellieden en andere Jaar 814 perfonen ten behoeve van het Klooster gegeven. tot 1073. Omtrent het jaar 948 gaven een Edelman aquin , aymard en zlJne vrouw doda, met bewilliging van hunne Donati et Zonen , zich zelven en het hunne , dat is, zekere goederen in twee dorpen , aan de Garonne , aan God over , met een plegtig formulier, (per renunia- tionem feculi et habitus commutationem , ) waar in mabillon het eerfte voorbeeld vindt van lieden, die in de middeleeuwen onder den naam van Dona- ' ti en Donatts voorkomen. Dit waren Leeken , die zich en hunne bezitting aan een Klooster wijdden , ten beltendigen dienst , en ook eene Geestelijke klee- ding hadden , hoewel niet de eigenlijke Monniks- kleeding. Zij heetten ook Oblati, alhoewel deze benaming bijzonder eigen was aan die kinderen, die van hunne ouders tot het Monnikenleven be- ftemd werden , en daar van , al wilden zij , niet mogten afgaan, zonder zich den naam van afvalli- gen op den hals te halen. Maar die vrome lieden , die zich aan den dienst van een Klooster overga- ven, werden de lijfeigenen van hetzelve, of zoo zij al hunne vrijheid voorbehielden, waren zij echter aan den Abt gehoorzaam, en werden tot de Mon-

ni* Cura Bom Mart. Manier et Andr. Oiiercctani Paris, 1014 fol.

GESCHIEDENIS. 15

ïriken gerekend ; ook verbonden zij zich wel , om IV eens geheel Monniken te worden. Ten zinnebeelde ao^K van hunne overgave , wierpen zij zich het touw Afdeel. van de Kerkklok van het Klooster om den hals, en IV offerden op het Altaar vier ftukken zilvermunt , na°£/ q# {denarü} enz. (*) Jaar 814.

aymard benoemde voor zijne dood, die in het tot ïo73« jaar 965 voorviel, den Monnik mayeul of majo- mayeul lus tot zijnen medehelper en opvolger. Deze ftam- of majo-

LUS.

de van een fatzoenlijk huis te Avignon af; werd Kanunnik te Magon ; fludeerde te Lyon ; en klom allengs tot de waardigheid van Aartsdiaken. Hij weigerde het Bisdom van Befancon , maar begaf zich in het jaar 942 in het Klooster te Clugny* Als Abt behaalde hij bijna zoo veel roem als zijn voorzaat odo. Hij deed verfcheidene reizen , om andere Kloosters te hervormen, en werd, op eene derzelven, door de Saracenen gevangen genomen, bij welken hij veel moest uitftaan, totdat zijne Mon- niken hem vrijkochten, In het jaar 974 bood Kei- zer otto II hem vergeefs de Paufelijke waardigheid aan. In zijnen hoogen ouderdom , in het jaar 994, liet hij door zijne Monniken van Clugny, die toen een getal van 177 bedroegen, eenen van hen, odi- lo , tot zijnen opvolger verkiezen , waar na hij , in datzelfde jaar, op eene reize ter hervorming van het Klooster St. Denys overleed. Hij werd na zijne dood onder de Heiligen vereerd.

Zijn

(*) du fresns Glos/ar. ad SS. med. et inf. Latin. T. II. y. Donati T. III. v. OJjlati Monafleriorum.

i6 KERKELIJKE

IV Zijn opvolger, odilo, (lichtte het Feest aller

boek zielen voor Clugny en alle de daar van afhangende

Afdeel. Kloosters , welk naderhand door de geheele Roomsch-

IV Katholijke Kerk is aangenomen. Vele wonderen

~ A worden van hem verhaald, en hij werd zoo be-

na C. Cr. r i

Janr 814. roemd, dat fitlbert , Bisfchop van Chartres , hem tot 1073. /ifchangelus Momchorum, en adalbart, Bisfchop odilo van Laon, hem Rex Odilo Cluniacenfis noemt. Hij Feestaller maakte zich bijzonder verdienftelijk omtrent de T^eu^'a °Penoare rust m Frankryk, dewijl hij in het jaar Dei. ° 1041 den zoogenoemden treves of flilfland Gods , {treuga Dei ,) hielp vastftellen. Dezelve was reeds in het jaar 1035 op vergaderingen van Bisfchoppen en Abten in het Burgondifche Rijk voorgefchreven , maar nu werden Kerkelijke ftrafFen op de overtreders bepaald ( * ). odilo , die bij Paufen , Keizers en Koningen, zeer gezien was, overleed in het jaar 1049, in het Softe jaar van zijnen ouderdom. Ge- zigteu kondigden terftond zijne zaligheid aan, en wonderen, die bij zijn graf gebeurden, bezorgden hem rang onder de Heiligen. Men heeft van hem nog Predikatien, Brieven, Verzen en andere wéinig- beduidende opftellen. Een zijner leerlingen, jotsal of jotsauld, waarfchijnlijk een Duitfcher, die oor- fpronkelijk godschalk heette, befchreef kort na zijne dood zijn leven , ook heeft zijn tijdgenoot , de vermaarde Kardinaal damiani, eene levensbefchrij- ving van hem nagelaten. hugo. hugo, de zesde Abt van Clugny, van het jaar

1049

(*) GLAB. RADULPU Hisf. L. IV. C. 5.

GESCHIEDENIS. 17

I049 tot 1109, verkozen in den ouderdom van 25 IV jaren, was niet min gelukkig dan zijne voorzaten, B°^K in de uitbreiding der Hervorming en het gebied van Afdeel. zijn Klooster, ook kreeg hij al vroeg den naam van IV wonderdoener. In het jaar 1055 robert, Hertog na°£. J^ van Burgondi'è , door eene ftrenge beftraffing , ge- jaar 814. noodzaakt hebbende , op eene Sijnode te verfchij- tot io73» nen, zag deze eene witte duive op het hoofd van onzen Abt zitten, en fchonk daar op terftond ver- giffenis aan de moordenaren van zijnen Zoon (*). De Kardinaal hildedrand zag zelfs, toen hij het kapittel te Clugny bijwoonde, dat Christus den Abt alles ingaf, wat hij tot eiken der vergaderde Monniken fprak (f). De Kardinaal damiani be- wonderde de ftrengheid der Monniken te Clugny 'm hunne aanhoudende Godsdienftige oefeningen, even- wel erkende men te Clugny zelve, dat de geest daar door te zeer gedrukt, en de lediggang bevor- derd werd , waarom men dezelven eenigzins vermin- derde, en de Monniken uitfpanning gaf door het afwisfelen van lezen , handwerken en overdenken. Ondertusfchen bevreemde het dezen Kardinaal, dat dit Klooster zoo rijk was, en dat men den Monni- ken zoo velerhande fpijzen opdischte. Middelerwijl nam Clugny zoo zeer toe, dat hugo in het jaar 1088 , voornamelijk door den Spaanfchen Koning alfonsus onderfteund, de groote Kerk begon te bouwen, die nog (laat, en 1000 Monniken bevat- ten

(*) mabill. Ann. Ord. S. Bened. T. IV. ƒ>. 526551.

(f) Idem l. c. pag. S52.

XIV. Deel. B

ig KERKELIJKE

IV ten kan. Om dezen tijd flonden 35 aanzienlijke bokk Kloosters en nog veel meer kleine onder het op- A'ueel. 3*8* van ^n Abt hugo, die over het geheel meer IV dan 10,000 iVionniken in dit zijn hervormd gezel- Hoofdu. fcjiap jia^ opgenomen. Naauwelijks was hij ook Jaar 814. overleden , of Abten, Monniken, en Nonnen wil- ton 1073. (jen nem jn hunne droomen gezien hebben; dan, hoe hij aan de deur van het Paradijs llaande, eerst het (lof van zijne voeten affchudde , eer hij binnen ging; dan hoe hem de ganfche fchaar der gezalig- den te gemoet kwam enz. ( * )

Dns vormde zich onder zes Abten van even eer- waardig aanzien, en gelijke i werkzaamheid , allengs, wegens de menigte der aan hnn ondergefchikte Ab- ten , Aartsabten , ( Archiabbates , ) genoemd , de beroemde Congregatie , (of verbondene maatfehappij van hervormde Benedictijner Kloosters,) van Clugny of Cluni, die men ook, in eenen ruimeren zin, de Orde van Clugny, (Ordo Cluniacenfis ,) genoemd heeft, hoewel zij eigenlijk geene bijzondere Orde van Monniken uitmaakt. Genoeg, dat men, van dezen tijd af, enkel de daar toe behoorende Mon- niken als echte Benedictynen en voorbeelden van hunnen (land heeft aangezien. Zij bevatte in de Xllde eeuw reeds omtrent 2000 Kloosters in Frank- ryk , Duitschland, Engeland, Italië en Spanje on- der zich. Hoewel de groote rijkdommen , welke haar reeds in deze eeuw door giften waren toege- vallen , ook eene naderende verbastering voorfpelden.

Be-

(*) MABILLON. /. C. pag. 529.

GESCHIEDENIS. 19

Behalve deze aanzienlijke Orde werden nog ande- IV

re gefticht , door nieuwe Hervormingen , onder B0^,c

welke beroemd is geworden de Orde van Camal- Afdeel*

dolt. Derzelver (lichter, romuald, damde af van Iv

de Hertogen van Ravenna , en kwam omtrent het °,° A 0 ' na C L».

midden der Xde eeuw ter wereld. Tot in zijn ]anr 814. twintigfte jaar leefde hij buitenfporig, maar ais zijn :ot io73« Vader toen in zijne tegenwoordigheid eenen zijner De Orde nabeftaanden in eenen tweeflriid doodde, begaf hii van Ca- zich , vol bekommering daar over , in het Klooster ma ° van den Heiligen apollinaris te Ravenna, om eene ftrenge boete van 40 dagen over dezen moord te oefenen. Hier zocht hem een Leekebroeder , ( Converfus of Frater Converfus , ) in de oude Kloostertaal, dat is, een Leek, die, of uit gods- dienftigheid , of om zijn onderhoud te vinden, zich geheel aan den dienst van het Klooster gewijd had , te overreden, om Monnik te worden; maar dit we- derftond hij zoo lang, tot hij, naar de belofte van den Leekebroeder 9 den Heiligen apollinaris tweemaal bij nacht, met hemelfchen glans omge- ven, gezien had. Onder de Monniken aangeno- men, werd hij een van de ftrengfte onderhouders van hunnen regel; ook beftrafte hij fommigen, die vrijer leefden, zoo fcherp, dat zij hem naar het leven (tonden, zoodat hij de vlugt nam bij eenen Kluizenaar marino , in het Venetiaanfche , die zij- nen tijd doorbragt met het opzeggen van Pfalmen , waar in romuald hem nu moest verzeilen, wien hij , zoo dikwerf hij miste , met een' (lok op het hoofd floeg. Deze twee wisten vervolgens pe-

B 2 TER.

20 KERKELIJKE

IV ter urceoli, gewezen Doge van Ver.etïè , die tot boer rust van zjjü geweten deze waardigheid had neder-

Afdeel E^QS^ ■> te ^evveJ?en ■> dat bij Monnik werd, en nu IV reisden zij met hein naar het Klooster van den H. m°C d G Michad van Cufan ' C Coxanenfe Monafterium , ) Jaar 814 in het Graafichap van Rousfdlon. De Graaf oli- tot 1073 BA? jn wjcns gebied dit Klooster lag, biechtte aan romuald zijn ganfche leven , en gi::g op deszelfs raad als Monnik in het Klooster te Monte Casfino. Middelerwijl was ook romuald's Vader , sergius , een Monnik geworden, in een Klooster bij Raven- 11a. In het jaar 982 hoorende, dat zijn Vader be- dacht was , om in de wereld terug te keeren , wil- de hij op reize gaan, om hem daar van af te hou- den. Toen de inwoners in den omliggenden oord vernamen , dat hij hen wilde verlaten , poogden zij hem om het leven te brengen , met het vrome oogmerk, om ten minften het ligchaam van dezen Heiligen man bij zich te houden; hij ontkwam dit gevaar echter , door zich krankzinnig te houden. Dat hij ondertusfehen in der daad door dweeperij krankzinnig was, bleek uit zijne handelwijze met zijnen vader, dien hij in boeijen floot, met flagen mishandelde, en zoo lang opgefloten hield, tot dat hij hem genoodzaakt had , ftandvastig bij het Kloos- terleven te blijven (*). Vervolgens ondernam hij nieuwe Kloosters te ftichten, en anderen te hervor- men, hetwelk hem echter niet overal gelukte, de- wijl de Monniken zich aan zijne ftrengheid niet

wil- (*) mabillon. Arm. O. S. B. T. IV. f. 11.

GESCHIEDENIS. ai

wilden onderwerpen, In het jaar 1012 ging hij met IV 34 Broederen naar Hongaryë, om het Christendom B0IjK onder de Ongeloovigen te verbreiden, maar op rei- Afdeel. ze door ziekte overvallen, befloot hij daar uit, dat lv dezelve aan God mishaagde. Eindelijk vond hij in ^ f 5," het jaar 1018 in het Apennynfche gebergte eene Jaar 814. plaats, Camaldoli y {Campus Ma/du/i, ook in eenen tot io73« Brief van Keizer henrik H Campus Amahilis ge- noemd,) waar hij met eenigen van zijne leerlingen befloot eene van de wereld geheel afgezonderde wo- ning op te rigten. Hier leide hij op eenen fteilen Berg vijf Kluizen met een Bedehuis aan. In het dal aan den voet van dezen Berg is op het einde der Xlde eeuw een fchoon Klooster gedicht, waar uit aan de Kluizenaars dagelijks hunne behoeften ge- bragt worden, en waar in men ook de zieken en vreemdelingen ontvangt, romuald , wien deze plaats door den Bisfchop van Arezzo in het jaar 1032 gefchonken werd , ftelde eenen Prior over zijne Kluizenaars aan , en liet hen , in plaats van het zwarte kleed der Eenedictyaen , een wit kleed dra- gen, omdat hij in een gezigt een hemelfchen lad- der , gelijk jakob , gezien had , op welken in het wit gekleedde Monniken op en neder klommen. Doch een Camaldulenfer p. grandi zelf heeft dit gezigt in later tijden verworpen (*).

Deze Kluizenaars, welke romuald (richtte, moes- ten afgezonderd in hunne Cellen blijven, en alleen op de Kanonieke uren in het Bedehuis bijeenko- men,

(*) MABIL-LON /. C. pag. 252. B3

2a KERKELIJKE

IV men, waar van echter die nog waren uitgezonderd,

boek (jje zjcn jn hunne Kluizen voor altijd opfloten , en

Afdeel. daarom R-e°tufi genoemd werden. Deze ftrengheid

IV werd echter reeds door den vierden Prior, of ge-

HoofdiL jjm men nem natierhand noemde , Generaal der Ca-

Janr 814 maldufenfer Orde, rudolf, omtrent 'het jaar 1012

tot J o73- verzacht. Deze rudolf ftichtte ook de Camaldu-

lenfer Nonnen, ook bevorderde hij de invoering

van Coenobiten , of met maikanderen in gemeenfchap

levende Monniken van zijne Orde in het Klooster

Foute Buono. En dus is deze Orde in het jaar

1072 door Paus alexander II bevestigd. De He-

remitagie te Ca'maldoli is federt zeer rijk geworden

en uitgebreid, maar de Coenobiten hebben van tijd

tot tijd hunne levenswijze merkelijk verzacht.

romüald eindigde zijne dagen niet te CamaldoH , maar begaf zich rraar Setr't in Umbri'è , niet ver van Logo Ferrajo, waar hij zeven jaren onder bij- na ongdoofelijke ftrengheid leefde. Sommigen van zijne Monniken werden van tijd' tot tijd op hem onvergenoegd , en befchuldigden hem van eene zwa- re misdaad, waar voor hij zich, hoe onfcbuldig hij ook was , een half jaar lang door den Bisfchop van den Godsdienst liet uitfiuiten. Maar, zeggen zijne Levens btfcbrijvcrs , bij cene op nieuw1 gevierde Mis, viel hij in eene verrukking, en hoorde tevens een Goddelijk bevel , om de Pfalmen te verklaren, hetwelk hij ook , zonder eenige Taalkunde te be- zitten, ondernam, en zijne verklaring, met zijn ei- gen hand gefchreven, wordt nog te CamaldoH be- waard. Hij ftierf in het jaar 1027, in het door

hem

GESCHIEDENIS.

23

hem aangelegde Klooster Val de Castro, in het ge- iv

bied van Camerino (*\ Het ontbrak niet aan boKK

II wonderen bij zijn graf, en hij werd onder de Hei- Afde«l

ligen geplaatst (f). IV

joan güalbert, Zoon van/ een Florentynsch^0^^' Edelman, ftichtte, omtrent het midden der Xlde jaar 814! eeuw, eene foortgelljke Congregatie te Vallombrofa , tot io73« ki het Apennf.ifche gebergte, tien mijlen van -^- orde van rence , in een dal, befchadmvd van dennenboomen$ Vallom- waarnaar het den naam voert. Hier ontweek ge- ü ' melde güalbert omtrent het jaar 1038 de wereld, met eenige madegezellen, die eerst als Kluizenaars ± vervolgens ate Monniken leefden, en om hunne graauwe of grijze rokken, vierhonderd jaren lang Graauwmunniken heetten , maar die naderhand de zwarte kleeding hebben aangenomen. -Men verhaalt vele wonderen van dezen güalbert, onder ande- ren het volgende t De Bisfchop van Florence, pe* trus , werd befc-hnldigd van Simonie. Zekere tfu- zo, een Monnik, die afzonderlijk in zijne Cel leef- de, (r-eclufus ,) dreef deze befchuldiging hevig aan, en op zijn voorbeeld riep güalbert openlijk te Florence uit, dat de Bisfchop een Simoniacus was. Vergeefs keurde de Kardinaal damiani dezen ijver af, en zeide teuzo duchtig de waarheid (§), daar het fpoedig tot geweld kwam, waar bij de Bisfchop- een Klooster liet "in brand (teken. In het jaar 1067

out-

' (*) MABILLON /. C. pag, 275 338. ƒ>?." (f) petri damïam Vita S. Romualdi T II. f\ t88. (£) Opmc. XXX. T. IV. Opp. Opusc LI. T. HL B4

«4 KERKELIJKE

IV ontftond 'er een oproer in Florence, de vrouwen boek fchreeuwden langs de ftraten: Men verjaagt u, Aft I »» ° JEZUS' de Tooveraar simon wil u hier niet IV langer dulden; o Heilige petrus! verdedig hen, Hooldft. ^ die tot u vlugten." De mannen dreigden de ftad Jaar 314. in brand te (teken, omdat zij met Ketterij befmet tot 1073, was. Meer dan 8000 menfchen begaven zich naar het Klooster Settimo , eenige mijlen van Florence , en onderhoorig aan Pallomhrofa, en eischten van de Monniken, tot een bewijs van hunne befchuldi- ging tegen den Bisfchop, de vuurproef. Men leide twee brandftapels aan naast elkander, en tusfchen beiden veel hout; toen het een en ander hevig brandde, ging een Monnik pieter, en naderhand om dit geval Igneus, {de Vurige^ genaamd, een kruis dragende , na vele voorbereidingen en gebe- den, midden door het vuur onverzeerd, wordende door de omhelzingen der hem toejuichende menigte bijna verftikt. Zoo vertellen het de Florentynen zelve in eenen Brief aan den Paus, welken baro- nius ook in zijne Jaarboeken geplaatst heeft. Ge- noeg, de twist was beflist. De Paus zette den Bis- fchop af, en deze verzoende zich met de Monniken zoo volkomen, dat hij zelf in het Klooster Settimo ging. gualbert ftierf in het jaar 1073, en werd door coelestinus III in het jaar wji onder de Heiligen geplaatst. Nieuwe fe de Griek Jclie Kerk verbood de Keizer nice- KLoosters FOrus phocas , die van het jaar 963 regeerde , on- der anderen, dat 'er geene nieuwe Kloosters zouden gelucht worden, maar een van zijne opvolgers in

de-

GESCHIEDENIS. 25

dezelfde eeuw , basilius Porfyrogenitus fchafte de- IV ze wet weder af; en de Kloosters vermenigvuldig- B0F-K den , evenwel niet zoo talrijk als in het Westen. Afdeel. Reeds in de eerfte jaren van Keizer lodewyk den IV Godvruchtigen werden de Kloosters Murhart in het jjj^ q Wurtemhergfche en Schwarzach in het Wurtsburg- Jaar 814. fche gedicht; maar voornamelijk valt de ftichting tot I073» van het Klooster Corvey aan de Wezer, ook Cor* beia Nova genoemd, ter onderfcheiding van het ouder Klooster Corbie in Westfranken , in dezen tijd. kar.el de Groote had, om de overwonnene Sakfen aan den Christelijken Godsdienst, te gewen- nen, in het Klooster van oud Corbie verfcheidenen derzelven tot het Monniksleven laten oefenen. Hier was toenmaals adelhard of adalhard Abt , die zijn Klooster zeer goed befïuurde, en in het jaar S26 geftorven is. Deze leide met zijne Mon- niken in het jaar 822 den grond tot den bouw van een Klooster en Kerk op eene plaats aan de We- zer , aan hetwelk de naam Corbeia of Corvey ge- geven werd. Aan hetzelve gaf adel hart voor- feliriften , en tot Abt een jongen man uit de edelfte Frankifche en Sak/tfche geflachten , vvarin, die reeds met eene fchoone Juffer verloofd was , en aan het Hof een' aanzienlijken post bekleedde , maar die onverziens Monnik was geworden. Om het Klooster aanzien te geven , werd het ligchaam van den Heiligen vitus, die als een jongen, onder de Keizers valerius en diocletiaan welke Vors- ten echter wel twintig jaren van malkander af- ftaan den marteldood zal geleden hebben, der- B 5 waards

ï£ KERKELIJKE

IV waards gebragt, en de Abdij aan hem toegewijd. boek Spoedig kreeg dit Klooster, door giften en gefchen- Afdeel. ken , groote eigendommen en bezittingen, ook. het IV regt der munt in het jaar 830 van Keizer lode- Hoofdft. wyK# Meermalen onderging het noodlottige gebeur- Jasr 814. tcnisfen, ook ftoorde de Duivel den Abt en zijne tot 1073. Monniken dikwijls in hunne bezigheden, dan onder de gedaante van eenen haas , dan onder die van eenen nachtuil, maar st. vitus hielp door vele wonderen alles weder te regt, indien wij de Jaar- boeken van dit Klooster gelooven mogen.

Dit Klooster te Corvey heeft niet lang na zijne ftichting zoo wel in de Kerk als onder de Geleer- den dezer eeuw grooten roem verworven, en zeer lang behouden, anschar , de vermaarde Apostel van het Noorden , en zijn Medebroeder autbert , kwamen in het jaar §26 uit dit Klooster voort. De Abt warin namelijk bragt zijne School , in dit Klooster aangelegd, in zoo bloeijenden ftand, dat *er bij zijne dood in het jaar 856 onder de 180 Monniken zeven op. dezelve onderwezen. Uit dit Klooster kwamen niet Weinige Schrijvers, Aartsbis- ichoppen en Bisfchoppen voort; een der beroemd- ften onder de Schrijvers was wittekind. Zelfs droegen de Abten van dit Klooster zorg , dat in hetzelve- de gefchiedenïs dezer tijden in gefchrift vervolgd werd. Tenzelfden tijde met het Klooster Corvey ftichtte adelhart, met hulp van zijnen Broeder wala, in het jaar 822 een Nonnenkloos- ter te Hervorden in het Graaffchap Raysnsburg in

Kort

GESCHIEDENIS. 27

Kort na deze beide Kloosters werd een ander te iv

Hirfau in bet Hertogdom Wurtcmberg aangelegd, Ü0EK

hetwelk ra het jaar 038 tot Mand kwam, en insge- Afdeel.

liiks v;x-l naam en roem verkregen heeft. Ook zul- 'IV

len de Abdij te Lhtdau. het Klooster Gandersheim* % ~ 7 ' na L. G.

het Stift Oitedlinburg en anderen in Duitschland Jaar 814. thans gelticht zijn geworden. tot 1Cl73-

Van de Kloosters buiten Dmtschland is zeer ver- maard geworden het Klooster, gedicht op den Berg Montferrat in Katalonie. Deze Berg, de eenigfte in zijne foort, heeft bij het eerde voorkomen eene eindelooze menigte rotfen, die in kegelvormige ge- daanien gehouwen, en tot eene verbazende hoogte op elkander gellapeld zijn. Op eene van deze rot- fen leefde in de eerde tijden der Xlde eeuw een Kluizenaar güarin", van wien deze zeldzame ge- fchiedenis verteld wordt (*). Door zijne hoogst ftrenge' levenswijze was hij zoo eerwaardig gewor- den, dat zelfs de Duivel, die de jonge Dochter van den Graaf van Barcellona bezeten hield , ver- klaarde, dat hij niet anders, dan op bevel van de- zen Kluizenaar, van haar uit zou varen. Zij werd dan bij hem gebragt; maar onze Kluizenaar bezweek voor de verzoeking van den boozen geest; hij ver- krachtte haar, en bragt h iar vervolgens, uit vrees voor de draffj , om het leven, waar na hij de vlugt nam. Evenwel reisde hij , volgens de toenmalige

-ge-

(*) v. de marca Marca Hispan. L. IIT. Disf.de ori- gine et progresfn cultus B M, Virg. in Monteferrato ex- hibiti p. 337. mabillon. Ann. Ord. S. B. T. IV. p. 404.

a8 KERKELIJKE

IV gewoonte , naar den Paus , om , door eene opge-

boek jeg^e boetdoening, vergeving van zijne zonden te

Afdeel. nebben» Zeven jaren daar na kwam hij op Mont-

IV ferrat terug; hier kroop hij naakt in holen en on«

Hoofdft. ^ ^ kreupelsewas op handen en voeten rond, na C. G. r & r

Jaar 814. en leide, zoo als voor dezen nebukadnezar, een tot 1073. beesten leven. Dus ontmoette de Graaf hem op de jagt; en dewijl deze hem, omdat guarin geen mond opendeed, voor een onbekend beest hield, liet hij hem naar Barcellona brengen. Hier maakte hem een nog ftamelend zoontje van den Graaf bekend, door hem toe te roepen, dat zijne zonden vergeven waren. Nu bekende guarin zijne misdaad, en zijne boete ; de Graaf vergaf hem alles ; maar toen deze zijne dochter liet opgraven , om haar eene aan- zienlijker grafplaats te geven, kwam zij levendig te voorfchijn. In dezen tijd, omtrent het jaar 1035, zal op den Mont ferrat , ter eere van de daar reeds te voren vereerde Maagd maria, eene Kerk met Monniken gedicht zijn ; in vervolg van tijd vond men daar een wonderdadig Lieve Vrouwebeeld; tot hetwelk ontelbare menfchen in bedevaard gingen , waar door het Klooster Koninklijke fchatten be- kwam.

In Hongaryen voltooide steven, Koning van HoJigaryen, omtrent het jaar 099, insgelijks een Klooster ter eere van den Heiligen maarten , het- welk zijn Vader, de Hertog geyse, reeds begon- nen had, aan den voet van eenen Berg, daarom den Heiligen Berg , ( Mons facer Pannonia , ) ge- noemd, welks Abt naderhand den tijtel van Aarts- abt

GESCHIEDENIS. 39

abt ontving, en onmiddelijk aan den Paus onder- iv

worpen was. In Normandi'è werd het Klooster D0EK

Bec vermaard, waarheen de Abt herluin van Afdeel.

Bournevilk) in het jaar 1040, zijn Klooster ver- IV

plaatfte. In het eerst kon het de kosten niet goed- °fdü. r ö na C. G.

maken tot eene fteeds brandende lamp; maar in die jaar 814. eeuw werd het reeds beroemd door zijn School, en tot I073« de geleerde mannen, die daar uit voortkwamen (*).

De reden van het ftichten en begiftigen van Kloos- Hoog- ters enz. in dit Tijdperk, was te zoeken in de achting hooge gedachten , welke men koesterde van de ver- MonnU dien (lelijkheid van het Monnikenleven, welke de Mon- ken. niken, die veelal de Schrijvers van dezen tijd wa- ren, niet verzuimden te verfterken, door hunne le- venswijze de levenswijze der Engelen te noemen, en de voordeden op te fommen , welke andere Christenen daar uit trekken konden. Dewijl deze levensftand aangezien werd, als het middel, om de zonden te verzoenen , en derzelver fchuld en ftraffe uit te delgen , had men dien reeds te voren den naam gegeven van tweeden Doop , ook omfchreef men deze levenswijze met de uitdrukking: verbor- genheden der heilige wedergeboorte (f). Geen won- der derhalven , dat men Kloosters (lichtte , ter ver- losfing en vrijkooping der ziel , (pro redemtione ani- ma , ) enz.

Om dezelfde reden begaven zich ook duizenden

in

(*) MABILLON. /. C. pïïg. 438.

C j ) semler de Regenerat. Monast. HaU 1754. 4/0.

3o KERKELIJKE

IV in de Kloosters , of wijdden zich aan den dienst der- boer Zelven , of lieten zich door de Monniken in de se-

llr

Afdeel. nieen^chaP van hunne gebeden en goede werken op- IV teekenen, van waar zulke lieden den bijzonderen r G eernaam droegen van Fratres Confcripti , (befchre- Jaar 814. vene Broeders;) ook kwam het meer en meer in tot 1073. gebruik , dat ftervenden op het fierfbed of Monni- ken werden, of ten minftcn zich eene Monnikskap lieten aantrekken , om in deze boetkleeding voor God te verfch nen. Zulke lieden werden genoemd Monachi ad fuccurrendum , omdat de ftervende den Abt liet ontbieden, om hem te hulp te komen , Qut ei fuccurreret') (*). Meer dan ooit namen thans Vorsten hunne toevlugt in de Kloosters, ook bragt men meermalen Prinfen , Bisfchoppen, en an- dere voorname mannen in Kloosters ter ftraffe, om- dat dezelve plaatfen waren van boetdoeningen voor de zonden. De verbastering, welke onder de Mon- niken plaats had , en die hen van dezen eerbied fcheen te moeten berooven, was niet in ftaat de grove vooroordeelen voor hen weg te nemen. Van tijd tot tijd vond men toch nieuwe voorbeelden van de uiterfte ftrengheid in levenswijze, van uiterlijke Godzaligheid onder hen ; zij hadden wonderwerken bij de hand , en als het ware tot hunnen dienst , geleerdheid en godsvrucht waren bij hen t'huis , en door het een en ander hadden zij zich zoo hoog

ver- (*) mabillon Pr af. ad Act. SS. O. S. B. Sec. 1H.

P. I. p. XI. fq. DU FRESNE G/osf. T. II. p. OOI.

GESCHIEDENIS. 31

verheven, dat geene andere ftanden zich met hen iv durfden vergelijken. Vergeefs verweet elipand ^ bo^k Aartsbisfchop van Toledo , aan den Abt alcuin , Afdeel. die zoo bezorgd was voor de hervorming der Mon- IV niken, dat hij twintigduizend lijfeigenen had 9 want na r g de Kerken en Kloosters hadden zoo vele lijfeigenen, Jaar 814. als 'er menfchen op hunne dorpen en landgoederen tot io73» woonden; de Abt had zijn antwoord gereed: hij had, zcide hij, nooit een mensch tot zijnen dienst aangeworven; veel meer was altijd zijn wensen, ge- weest, dat hij een knecht der knechten van Chris- tus zijn mogt (*). De Bisfchoppen, alhoewel zij nog meestal Opzie- Gezag

ners der Monniken waren , verloren echter meer en rl Bis"

ichoppen meer hun gezag over dezeiven. In de Griekfche vermin-

Kerk waren zonderlinge misbruiken omtrent de ^ert. Kloosters ingeflopen. Velen gingen met de door hen gedichte Kloosters heel willekeurig te werk, en verkochten ze ook wel weder; fommigen lieten zich enkel daarom tot Monniken fcheeren, om, onder den fchijn van Godzaligheid, te weelderiger te kun- nen leven; velen verlieten hunne Kloosters, en zworven in andere, of ook in wereldlijke huizen rond; ook waren 'er Bisfchoppen genoeg, die van de inkomften hunner Bisdommen Kloosters Richte- den , welke zij vervolgens tot hun eigen voordeel voor zich behielden. Deze en andere buitenfporig- heden zocht eene Kerkvergadering te Konffantino-

po- (*) Epist. Albini Maghtri ad Elipand. Tolet. Episc. Opp. Tom. I. pag. 863.

3a KERKELIJKE

IV polen* in het jaar 869 (*), te beteugelen, gelijk ioek 00k jn het Westen meer dan eene Kerkvergadering Afdeel. net gezaS der B'*fchoppen over de Monniken poogde IV te herflellen; maar de menigvuldige bevrijdingen der L*°£ q Kloosters, en derzelver onmiddelijke onderwerping on- Jaar 814. der den Paus van Rome; de rijkdommen der Kloos- tot 1073. ters^ ^et aanz}en van hunne Abten ten Hove en op Kerkvergaderingen ; de roem van de geleerdheid of heiligheid der Monniken ; en daar tegen de flechts middelmatige naam, dien de Bisfchoppen hadden; de magt der Paufen, die de Monniken fteeds voor- ftonden , en zich (leeds naauwer met dezelven ver- bonden, waren oorzaak, dat hunne afhankelijkheid van de Bisfchoppen zeer gering was. De Mon- Dus ftreefden de Monniken zigtbaar naar gelijk- niken heid van rang met de Bisfchoppen; ook maakten

k nCS Cle" Z"J * fchoon van eerften af niet tot de Geestelijken rici regu. (C/mc/,) behoorende, thans een aanzienlijk foort lares et yan ^ezelven u}t. Ondertusfchen werd de benaming regularis bijzonder aan de Monniken gegeven , omdat zij aan hunne regelen of voorfchriften gebonden waren, terwijl de leden van den eigenlijken leerftand Clerici Seculares (Wereldlijke Geestelijken) genoemd werden, eene verdeeling, welke nog bij de Geestelijkheid der Roomfche Kerk plaats vindt. Voorts werden de Kloos- ters bij aanhoudendheid als planthoven der Bisfchop- pen aangezien. Ook was het niet zeldzaam , de Abten , in Bisfchoppelijk gewaad gekleed , den Gods- dier, s: te zien vieren. Op verzoek van den Abt

HU-

(*) Ap, HARD. T. V. p. 1 197.

GESCHIEDENIS. 33

hugo , verkregen de Monniken van Clugny van Paus IV

alexander II, dat geen Risfchop beitaan zoude, B°jK

deze eigene zonen der Roomfche Kvrk in den ban Afdeel.

te doen , of onder een Interdict te brengen : zelfs zou- W

I-I CA(X

den zij niet eens , ongenoodigd , tot eenige wijding of na q q het vieren der Mis in hun Klooster mogen komen (*). Jaar 814.

Evenwel werden de Monniken en Abten eenigzins toi io73' beteugeld door de Kloostervoogden. De Bisfchoppen Klooster- hadden, in dit Tijdperk, ook hunne Voogden ^ welk voogden, woord gefmeed is nit het woord Advocatm. Deze waren hunne voornaamfte beambten , welke zij in- zonderheid verkozen, om in hunnen naam regt te fpreken , en die zij daar voor met zekere goederen beleenden , of ook andere inkomften aanwezen. Maar bij de Kloosters waren het derzelver (lichters, die voor zich en hunne nakomelingen het regt van voogdij fckap behielden ; of Vorsten , die , als zij een nieuw gedicht Klooster in hunne befcherming na- men, over hetzelve eenen Voogd aanftelden. Deze Kloostervoogden genoten, even als de Bisfchoppelijke Voogden , voor de befcherming en bezorging der wereldlijke regten , welke zij bewezen , velerhande inkomften , ook de gemeenfchap des gebeds en an- dere Geestelijke weldaden , van de zijde des Kloos- ters. Doch dewijl zij dikwijls meer aan zich trok- ken, dan hun toekwam, of fcheen toe te komen, geraakten zij fpoedig met de Bisfchoppen en Abten in twist, die zich ook van hen, zoo veel mogelijk was, weder ontfloegen (f). Wij

O ha"d. T. VI. P. I. p. 1109.

(f) du fresn. Glosf. T. I. v. Advoc. Eccleup. 62.

XIV. Deel. C

nn

34 K E R K E L IJ K E

IV Wij hebben, in het vermelden van nieuwe Kloos-

"tr te rs in deze eeuwen, ook van Nonnenkloosters ge- il Afdeel. waagd. Het Nonnenklooster te Soisfons , door den

IV vermaarden Frankifchei Staatsdienaar, (Major do- na^G mtiS->) ebroin, met ongemeene kosten opgerigt, Jaar 814 bevatte in het jaar 858 216 Nonnen, die van 40 tot 1073. vrouwen binnen en van nog 30 anderen buiten het Nonnen- Klooster bediend werden, terwijl 130 mannen bui- kloosters. ten en binnen het Klooster voor haar werkten ( * ). Dat de Nonnenkloosters ondertusfehen ook verbete- ring behoefden, mag ons blijken uit de klagte der Kerkvergadering te Aken, in het jaar 836 (f), dat de Nonnenkloosters in fommige gewesten meer hoerhuizen, (Jupanaria ,) dan Kloosters waren. Kanones- Op vele plaatfen veranderde de levenswijze van fen. Nonnen in de vrijere levenswijze van Kanones fen ,

QCanonica; ) Die Nonnen bleven, behielden haren ouden naam Moniaïes en Nonnce , maar de Kano~ nesfen noemden zich Sanctïmoniales. Eene Kerk- vergadering te Aken, in het jaar 816, die een uit- voerig voorfchrift voor de Kanonniken had opge- fteld, (telde een dergelijke op voor deze Kanones* fen (§), waar in echter alles op uiterlijke fchijn- vroomheid uitloopt, waar bij dwang en vrijheid, gedachtelooze aandachtsoefeningen en wezenlijke Godzaligheid , Kloosteringetogenheid en verkleefd- heid aan aardfche goederen, zoo veel zulks gefchie- den kon , worden zamengepaard. Bij

(*) mabillon Ann. O. S. B. T. III. p. 71. (f) Tom. IV. hardo pag. ^398.

(§) HARD. /. C. pag. II47.

GESCHIEDENIS. 35

Bij het diep verval der geleerdheid, in deze eeu- TV wen, fcheenen de Kloosters haar eene toevlugt en B°jK fchuilplaats aan te bieden. In de Kloosterfcholen Atdeel. werden de meeste Bisfchoppen gevormd, die in de IV" Kerk hebben uitgemunt. Uit dezelve kwamen vele °~ A Schrijvers voor den dag, die de levenswijze der Jaar 814. Monniken ten fterkften aanprezen, en ook in de rQt 1073« Kerkelijke twisten van dezen tijd een aanzienlijk Geleerd- aandeel genomen hebben. Twee der voornaamfte heidwijkt twisten , over het Avondmaal , en over de genade- Verkiezing, werden door Monniken verwekt. Het 2al hier niet ten onpas zijn , van eenen en anderen zoodanigen Monnikenfchrijver van dezen tijd verflag te geven.

Onder dezen munt wel voornamelijk uit thfo-theodo- dorus stüdites, dus bijgenaamd naar het Kloos- RUSSTU" ter Studium te Konflantinopolen, Hij kwam in het jaar 769 te Konflantinopolen ter wereld. Zijn Oom, de Abt plato , overreedde zijne ouders , die aanzien- lijke lieden waren, hem zelven, zijnen broeder, en cene zuster, in het jaar 781, om in zijn Klooster Saccodion te treden. Hier muntte hij niet alleen uit door zijne ftrenge levenswijze , maar ook ontnam hij, met verlof van den Abt, aan eenige Monniken aldaar, die hunne knechten , muilezels en eenen overvloedigen huisraad hadden, dit alles. In het jaar 784 wijdde hem de Patriarch der hoofdftad, tarasius , na langen tegenftand , tot Priester. Thans befloot hij, zulke waardigheid bekomen heb- bende , zich zelven te overtreffen , en zich , zoo veel mogelijk, van al het (loffelijke te zuiveren. Zonder C 2 op-

36 KERKELIJKE

IV ophouden verteerde hij nu door bidden en zinden boek mct God; hij fli.p bijkans geheel niet, en at kwa-

AfV'eel. M* z0° vce'' ^at J'cven kon. 0°^ ^ragt zlJn IV Oom plato, in het jaar 794 zijne dood te gemoet

Ho°llli' ziende, het daar toe, dat zijne Monniken theodo- na c Lr. J

JnsrSia rus tot hunnen Abt verkozen. Toen, in het vol- tot 1073. gencje jaar? Keizer konstantyn, Zoon van leo IV en iuene , zich van zijne Gemalin mar ia fcheidde, die zijne moeder hem opgedrongen had, en theodote trouwde, weigerde de Patriarch wel de trouwplegtigheid te vervigten, welke door eenen- zijner Priesteren verrigt werd , evenwel floot hij bei- den niet uit de Kerkelijke Gemeenfchap ; maarTHEO- dorus verfloutte zich den Keizer openlijk te ex- communiceeren , en zijnen Monniken alle verbindte- nis met den Vorst te verbieden. Lang ontveinsde deze zijnen toorn, omdat hij voor den onftuimigen Abt vreesde, die als een Heilige vereerd werd. Hij zond vergeefs zijne Gemalin, die theodorus in bloedvervvantfchap beftond , hij reisde zelfs naar zijn Klooster, maar noch de Abt noch iemand zijner Monniken wilde hem te fpraak liaan. Hier door werd de Keizer zoo vertoornd , dat hij theodorus liet geefelen , met elf van zijne Monniken , en ge- vangen naar Thesfalonica voeren. Vele andere Mon- niken en Priesters werden naar andere oorden ge- bannen , welken theodorus moed infprak , terwijl- hij aan den Roomfchen Bisfchop van alles berigt gaf, die zijne ftandvastigheid insgelijks prees. On- dertusfehen werd konstantyn , in het jaar 797 , door zijne moeder van zijn gezigt en leven be- * roofd.

GESCHIEDENIS. 37

roofd. Deze, die de Monniken en Geestelijken iy noodig had, 0111 zich op den overweldigden troon B0FK te handhaven , riep theodorus terltond , onder Afdeek vele eerbewijzingen , in de hoofdftad terug. Kort IV daar na gaf zij hem het opzigt over het Klooster j,°p G' Studium , hetwelk hij tot het beroemdfte van alle J^r 8:4. Griek fche Kloosters gemaakt heeft. Hier leefde hij tot ,0"3« tot het jaar 802, wanneer de Keizerin irene van den troon geltooten, en niceforus haar opvolger werd. Deze vraagde theodorus wel om raad, hoe hij den post van Patriarch zou vervullen, maar volgde dien raad niet, dewijl hij dien post aan eenen Leek gaf. Kort daar na liet hij ook den Priester herftellen , die het tweede huwelijk van zij- nen voorzaat had ingezegend. Nu weigerde theo- dorus , als ook zijn Oom plato, die Rog leef- de , gemeenfehap met den Patriarch , die in dit laatfte bewilligd had , te oefenen, Hier op liet de Keizer in het jaar 809 eene Synode te Kon- jtantinopokn houden, door welke het tweede hu- welijk van konstantyn echt gekeurd, en die ge- nen, die het afkeurden, in den ban gedaan wer- den, theodorus en zljue vrienden werden op een eiland nabij de hoofdftad gebragt, en in de gevan- genis gezet, 's Keizers dood in het jaar 811 be- zorgde hem op nieuw zijne vrijheid en waardigheid maar toen in het jaar 814 leo de Armeniër aan de regering kvam, en voorgenomen had de vereering der Beelden af te fchafièn, haalde theodorus door zijnen ijver voor de Beelden zich eene nieuwe ver- volging op den hals; en hij werd weder gebannen C 3 en

38 KERKELIJKE

IV en in de gevangenis geworpen. Maar o >k dit lijden D0EX nam in het jaar 821 een einde, toen hem de nieuwe Afdeel. Keizer, michael de Stamelaar, in zijnen vorigen IV ftand herftelde. Zi,n overig leven bleef echter on- C ei rust1»' a'zo° mJ m vermoeden geraakte, van in een Jaar 8 1 4. ontftaan oproer deel gehad te hebben , waarom hij tot 1073. (jg vvj,jk nam op ne£ eijand van den Heiligen try- fon , alwaar hij in het jaar %i6 overleed. Zijn ou- de Levensbefchrijver verhaalt vele wonderen , welke door hem verrigt zullen zijn (*); de wederwaar- digheden , welke hem troffen , door zijnen ijver voor de Beelden, hebben hem den naam van Con- fesjbr, (Belijder,) verworven, van waar flechts eene ftap was , tot den naam van Heilig , en van aanbidding na zijne dood. theodorus heeft veel gefchreven, Gedichten, Redevoeringen of Pre- dikatien ; beroemd zijn geworden zijne groote en kleine Catechefis , zijnde eene verzameling van Pre- dikatien , welke weleer in de Griekfche Kerk open- lijk werden voorgelezen. Het Testament van theo- dorus (f) bevat zijne Geloofsbelijdenis, waar in de vastgellelde leere der Driecenheid , de wettigheid der vereering van de Beelden der Heiligen , derzelver Overbliiffeien , en hunne aanroeping ; de echtheid der aangenomene Bijbelfchriften , en de verhevene

v< or- (*) Vita et mores S Patris nostri et Confesf. Tbeod. Trapofiti Studiarv.m , cofifcripta a Michaeie Monacho Grace et hatine in sirmondi 0?p. T. V. p. mc.

(f) Uitgegeven door j. toluus in Inpgnib. Itiner. Italki pag. 178-19 1.

GESCHIEDENIS. 39

voortreffelijkheid van het Engelen! even der Monni- IV ken, dat van alle zonden reinigt, beweerd wordt; ao'iK verder- verma: ingen aan den Abt, zijnen aanftaan- Afleél. den Opvolger; en eenige voorfehrifien voor de Mon- W niken. Zijne Brieven zijn meest belangrijk, omdat I~£f 7! men 'er eenige berigten nopens de Kerkelijke tvvis- }:>.ar 814. ten van zijnen tijd uit ontleenen kan. Een blijk, :ot I073« hoe ingenomen hij was met het Monnikenleven , is , dat hij , op voorgang van den gewaanden dio- nysius den Areopagiet , onder de zes Sacramenten der Kerk , de Monnikenvolmaaktheid als het vijfde rekende.

Gelijk het Klooster Studium door theodorus amphilö- voor eenige volgende eeuwen vermaard is gewor- CHIUS* den, zoo had hij ook vele leerlingen onder de Stu- ditifche Monniken. Onder de merkwaardigften der- zelven was 'er een, amphilochius , die, niet zon- der misnoegen van ziinen Opziener, het Klooster verliet ; eerst een . Zuil - of Pilaarheilige werd , ( 2ruA<rtj? , ) welke vrome dwaasheid dus nog niet geheel vergeten was ; en die zich eindelijk , als een Reclufus of Inclufm , ( EyxA^or, ) voor altijd van alle verkeering met menfehen afzon- derde.

Omtrent den tijd, toen dit groote voorbeeld der dionysi-

Monniken, theodorus, dezer wereld overleed, e .

' ' reopngiet

kregen de Westerfche Gemeenten het eerst kennis en piony-

aan de fchriften van den zoogenoemden dionysius ?ius vsn

Parys. den Areopagiet. Hoe dezelve zedert de zesde eeuw hilduin.

onder de Grieken bekend geraakt zijn, en aanzien

verkregen hebben , zagen wij reeds op eene andere

C 4 plaats.

4o KERKELIJKE

IV plaats (*). Maar in het jaar 827 zond de Keizer B0ER michael deze gewaande fchriften van dionysius Afdeel aan LöDEW¥K den Godvruchtigen. lodewyk. ftelde IV dezelven aan den Abt hilduin van het Klooster St. Hoofdft. £)enyS ter hanci9 en deze ichreef aan den Keizer (f), Jaar 814. dat God dit gefchenk als een hemelsch gefchenlc tot 1073 jJqqj. verfcheidene wonderen had goedgekeurd. De Abt hield, misfchien om zijn Klooster aanzien bij te zetten, den dionysius, aan wien zijn Klooster gewijd was, voor den Areopagiet , en dit werd weldra in Westfrankryk het algemeen gevoelen , het- welk nog meer ingang verkreeg, toen Keizer lode- wyk, die in het jaar 833 afgezet was, weder op den troon geraakte, en zijne herftelling aan de gunst vim dezen grooten Befcherm heilig van Frankryk toe- fchreef; vermanende den Abt, om alle de wónder- daden enz. van den Heiligen te verzamelen , en in een B »ek te vervatten, hilduin, die van den Kei- zer, gelijk andere Bisfchoppen en Abten in Frank- ryk , vergeving ontvangen had , daar hij wegens zijne deelneming in den opftand tegen denzelven in het Klooster Corvey gebanren was geweest, was des te ijveriger, om 's Keizers wil te volbrengen, en gaf in het jaar 840 eene verzameling uit van bijzonder- heden nopens dionysius, waar in hij vertelde, dat dionysius de Areopagiet , zijn Bisdom te Athe:ne verlatende , te Rome was gekomen , van waar hem de Bisfchop clemens naar Galli'è zond; waar hij,

als (*■} Zie DeetX. Bladz. 232 en 281. (|) //; Areopag. ap. pag. Crit.in Ann.Bar. ad q. 827.

GESCHIEDENIS. 41

fc!s eerde Eisfchop van Parys , den marteldood leed. IV

Na in eenen vurigen oven geworpen te zijn, zegt *0**

hildüin , zonder eenig letfel ontvangen te hebben , Afdeel.

werd hij onthoofd, en wandelde toen, met ziin iV , r, , , . , Hoofdft.

hoofd onder den arm , nog een eind wegs voort. na c G>

Eene belagchelijke omftandigheid, welke echter van Jaar 814.. meer Martelaren verhaald wordt , en welke mis- tot IQ.73« fchien , zoo als launoi giste , haren oorfprong daar in vindt, dat de fchilders hen op deze wijze plag- ten af te beelden. Tot bevestiging van deze fprook- jes, beriep hilduin zich op de Handelingen der apostelen , waar wij echter dionysius enkel te Atheene ontmoeten; verders op het getuigenis van eenen onbekenden man , visbius , die bij de dood van dezen Heiligen tegenwoordig zal ge- weest zijn; nog op een oud gezang, en een oud Misfaalboek, of Liturgifche fchriften der Gallifche Kerk , op welke de vereering van dezen Heiligen gegrond was , en gevolgelijk op louter bewijzen zonder eenige kracht, hilduin vertaalde ook de aan dionysius toegefchrevene fchriften, waar door zij nu eerst in de Latijnfche Kerk bekend en ten gebruike gefchikt werden. De geleerdfte Franfche Schrijvers, gelijk tillemont, en zelfs de Bene- dictyner mabillon , hebben deze vertelling van hilduin voor een verdicht fel verklaard, fchoon hij de eerfte niet zal geweest zijn, die dionysius den Areopagiet met den Paryfchen dionysius verward hebbe. In het jaar 867 liet kar el de Kale de gemelde fchriften op nieuw vertalen door joan scot, wiens vertaling echter aan den Paus nico-

C 5 LAUS

42 KERK E LUK E.

IV laus I mishaagde, omdat zij zonder zijne goed- boek keuring in het licht gekomen was; ook was zij zoo Afdeel. duider, door al te letterlijk te zijn, dat zij alge- IV meen weinig geacht werd. Hoofdfh £00r cjcze fcnrjften van ^en gewaanden diony- na C. Cr. °

Jaar 814. sius kreeg het Monnik jnleven en de Myftieke God- tot 1073. gejeerdheid een ongemeenen aanwas in het Westen, smarag- terwijl vele anderen hun best deeden, om die Mon- dus. nikenvroomheid door hunne fchriften aan te prijzen, zoo als wij van benedictus van Aniana , rabanus maurus , den Kardinaal damiani enz. weten. Bij dezen mag ook gevoegd worden smaragdus , dien wij in het jaar 805 als Abt van St. Michael aan de Maas , in het Kerspel van Verdun , ontmoeten. Hij had geen gering deel aan de Hervorming der Monniken, welke in het jaar 817 te Aken ontwor- pen werd, en overleed in het jaar 820. Onder zij- ne fchriften is eene teregtwijzing voor de Monni- ken ; Diadema Monachorum , vel de Ecclefiastico- rum, et Monachorum maxime, virtutibus ; welke men te Parys 1532 in 8vo, en naderhand nog eeni- ge malen gedrukt heeft. Zij is geheel uit plaatfen van Kerkvaderen over de gezindheden', pligten en zeden van dezen (tand zamengefteld ; en deze hooge graad van Monnikenvolmaaktheid zal deszelfs hoofd- fieraad of Diadeem zijn. Daar en boven heeft hij ook eene verklaring van den Regel van den IL bene- dictus voor eenvoudige Monniken nagelaten , wel- ke men te voren aan rabanus toefchreef (*).

On- (*) pabr. Bibl. Lat. med. et inf. eet at. T. VI. p. 198.

GESCHIEDENIS. 43

Onder zoodanige gcfteldheid der Geestelijkheid en IV van den met dezelve naauvv verbonden Monniken- B°^K ftaat, moest het ten aanzien van den Godsdienst Afdeel. blijven, bij het gene reeds in het vorige Tijdperk 'V plaats had; men kon op geene verbetering hopen, na°p q integendeel was 'er enkel eene vermeerdering van jaar 814. verval in den waren geest van denzelven te wach- cot io73. ten; de Bisfchoppen hadden 'er te veel belang bij, ^ï^emee- dat 'er geene verbeteringen beproefd werden, daar "e be- bij dezelve hunne aangematigde mast (leeds gevaar C10U" moest loopen ; de Monniken hadden alle reden , om den (laat te zorgen, dat de werkmigelijke Godsdienstoefenin- vnn den gen mogten blijven, zoo als die eenmaal, in plaats i,jken van het zuiver en eenvoudig geloof, (land bleven Gods- houden. Geleerden, die in (laat waren, om den Godsdienst behoorlijk te onderzoeken , en daar door hervorming van deszelfs verval te bewerken, waren 'er genoegzaam niet , en die 'er aan had durven denken, zou zich vergeefs aan gevaar hebben bloot- gefteld. Sommige Forsten zagen wel de nadeelige gevolgen van den Godsdienst dezer tilden voor de Burgermaatfchappij , en zelfs voor de zedelijkheid in, maar zij waren te zeer afhankelijk van de Gees- telijken , dan dat zij gewigtige of duurzame Her- vormingen zouden hebben kunnen invoeren. De Paufen, hoewel zij door hunne magt en invloed iet nuttigs hadden kunnen daarftellcn , zouden ech- ter'niets hebben gedaan of geduld, waar door de magt , welke zij zich verkregen hadden , eeniiizins verminderd ware geworden. Alles, wat zij, of ook enkele Leeraars en Godgeleerde Schrijvers venigte-

óen9

44 KERKELIJKE

IV den, was gefchikt, om het gene thans plaats had, boer verder uit te breiden , en aan de oogmerken der Gees- Afdeel. telijken meer dienstbaar te maken.

IV De Heilige Schrift , de eenige bron van kennis

na°C G. van net e'genuJke Christendom , was voor eiken , Jaar 814 die geen Geestelijke was, een onbekend Boek , en toc IO?3 'er waren genoeg Leeraars van den Godsdienst, die Achting dezelve voor zich niet noodig rekenden , maar zich der H. S. niet ^e uitfpraken van Kerkvaders en Kerkvergade- ringen vergenoegden, die toch, zoo als men alge* meen dacht, den waren zin des Bijbels en het ge- ne dezelve van het Christendom leert , zoo volko- men bepaald hadden , dat men enkel hunne fchrif- ten en befluiten behoefde te kennen , om met het een en ander bekend te wezen. De Franfche Be- nedictijnen, Schrijvers van de Histoire Litteraire de la France , hebben wel hun best gedaan, om van eeuw tot eeuw voorbeelden bij te brengen, van zoo vele Bisfchoppen en Monniken, die over den Bijbel gefchreven, en daar aan gearbeid hebben , en daar uit beweerd , dat de Heilige Schrift ook in deze tijden de onveranderlijke regel des geloofs geweest zij; maar als men dezen arbeid van nabij befchouwt, zal men vinden, dat het ook bij die zoogenoemde Schriftverklaarders meer aankomt op het leerftelfel der Kerkvaderen, dan op de Heilige Schrift zelve. De vermaarde Aartsbisfchop van Lion, REMicius, fchreef in het jaar 854 een Boek over de Predestinatie of Voorveror dinering , bij ge- legenheid van den twist daar over met den Monnik godschalk ontftaan , \\\ welks tijtel wel te kernen

wordt

GESCHIEDENIS. 45

wordt gegeven , dat men hier volgens de fchrift iv

uitfpraak behoorde te doen, maar volgens dienzelf- BÜEK

•den tijtel en blijkens den geheelen inhoud , kwam Afd^el

eigenlijk het gezag der Kerkvaderen bij hem in aan- IV

merking : Remigii Lugd. libellus de tenenda im- ° '

000 na C. G.

mobiliter fcript. f ver it at e, et fanctorum orthodo- jaar 814.

xorum Patrum auctoritate fideliter fectanda (*). tot 1073» Bij het gros der Christenen, en zelfs bij ontallijke Priesters, beftond het Christelijk Geloof in de zoo- genoemde Apostolifche Belijdenis ; en liet in eenen engeren zin genomen Katholijke Geloofd het eigen- lijk bchoedmiddel tegen Ketterijen, in de Belijdenis van athanasius. De algememe Kerkvergaderingen bewaarden die regtzinnighcid door het herhalen van deze en andere Geloofsbelijdenisfen , terwijl zij zich nog fteeds een foert van onfeilbaarheid toefchreven, gelijk de Keizer basilius, in het jaar 86S zulk eene Kerkvergadering te Konftantinopohn bijeenroe- pende , in derzelver Handelingen gezegd wordt , daar in gedaan te hebben , het gene den H. Geest goeddacht (f).

Wat het beoefenende Christendom of den Gods- Christe- dienst voor het leven betreft, dit ging voort zich '^ B!i" te verlaten en te fleunen op boetdoeningen , giften aan God en zijne Heiligen , aanroeping der Heili- gen, menigvuldig bijwonen van de openbare Gods-

dienst-

(*) In gilbêrti manguini Fett. Aitctorum , qui IX. feculo de pradestinatione et gratia fcripferunt , Opp. et fragment. T. il. p. 178. Paris, 1655. ^Q-

(/j-) Ap. hard. Tom. V. pag. 764.

46 KERKELIJKE

IV dienstoefeningen ; eene of andere deelneming aan het

boek Monnikenleven , al ware het ook in het laatfte tterf-

II Afdeel luir' bedevaarten naar zoogenoemde heilige plaat fen;

IV bij al iet welk de Christelijke bekeering en deugdza- , r g me zeden wel niet geloochend, maar door alle deze Janr 814. uitwendigheden verdrongen werd, dewijl men het coc 073 gebrekkige daar in door deze uiterlijkheden genoeg meende te kunnen vergoeden. Tevens verdient hier aangemerkt te worden , dat , alhoewel door deze denkwijze , voornamelijk het zedelijk gedeelte van het Christendom fcheen te lijden , tevens ook het leerffellige gedeelte van den Godsdienst niet weinig verbasteren moest , dewijl de Christenen van dezen tijd hunne eigene invallen volgden, zelfs in die din- gen , welke jezus verordend had, als middelen , om het hart tot God te verheffen, Doop en het Avondmaal, en niet minder willekeurig waren hunne bekommeringen en verwachtingen van God voor deze en de toekomende wereld. Wij hebben dus reeds gezien , hoe theodorus studites , op het voetfpoor van den gewaanden dionysius den Areo* pagiet , maar meer bepaald , zes Sacramenten , ( Mvwg tx , ) heeft aangenomen , omdat dit eene Apostolifche leer zou zijn. Deze zijn: de Doop; het Avondmaal ; (luva^f of xoivwt», het gemeen- fchappelijk Maal;) het wijden van de Heilige Olie; ( Titer*} jav°v ; ) de inwijdingen der Priesteren ; (\tguTiKxi Tzteiuxrue ;) de Bïonnikenvolmaaktheid ; ( Movx^tzij nhiiiajic ; ) en de gebruiken bij de hei- lig ontjlapenen ; ( tts^* tmv ttgu)? KixoifAYifAzvav. ) Alles uit de dubbelzinnigheid en velerhande betee-

kc

GESCHIEDENIS. 47

kenisfen van het woord Mv^iov of Sacramentum , iv

zood.it het wonder is, dat men niet, ten dezen tij- CO£K

II de, twee of driemaal zoo veel Sacramenten be- Afcleel

dacht heeft, leo allatius (*) heeft wel zijn best IV . gedaan , om te bewijzen , dat deze bij de Grieken ° 7; zoo geëerde Abt het zevental Sacramenten in de Jaar 814. Roomfche Kerk niet wederfproken heeft, maar deze tot io73. verklaart zich zelven genoeg, met deze woorden : Wie aan een van deze zes Verlor genheden , (Sa» cramenten , ) twijfelt , die twijfelt ook aan de ove- rigen ; of zij van Goddelijken oorfprong zijn ; wan- neer bij voorbeeld, de Monnikenvolmaaktheid ver- worpen wordt, dan zouden ook Doop, Avondmaal, en de overigen wegvallen; dan zouden wij denken als de Heidenen , die zonder God , én zonder hope zijn in de wereld."

Onder de Bijgeloovigheden van dezen tijd , be- Verfchei- flaan verfcheidene foorten van willekeurig uitge- denefoor- dachte boetdoeningen , kwellingen van het ligchaam boetdoe- en onthouding, ter voldoening voor gepleegde zon- ningen, den , eene eerfte plaats , voornamelijk de vrijwillige ]J" ^Jt" geefeüng van zich zelven , waar van wij gezien iing. hebben, dat de Kardinaal damiani een groot voor- ftander was. Deze Kardinaal prijst als een voor- beeld van boetdoening aan zijnen leerling domini- cus den Geharnasten (f). Deze domimcus was

eerst

(*) De Ecclcfia Occidentalls atque Orientalis pevpetua Confenfëone Libr. III. Cap. 16.

Ct5 L- L EP- XIX- T- II. Opp p. 209. de Vita SS. Rodulpki , Episc. Eugabini , et Dominici Loricati, et

Opitsc.

4S KERKELIJKE

IV eerst een Geestelijke, zijne ouders hadden aan den

bof.k Bisfchop een gefehenk gedaan , opdat hij hem tot

Afleel Priester zou wijden, toen benedictus dit vernam,

IV werd hij, om daar voor boete te doen, één van

Hoofdft. ^g Kluizenaars, die in Umbrie , in den oord van

na C G. '

Jaar 814. Luceoli , onder opzigt van joan van montefere-

tot 10-3. tro , onder een bijkans aanhoudend zwijgen, zon- " der eenigen handenarbeid , leefden ; maar in de Ka-

nonieke uren malkanderen des te ijveriger met roe- den gec Telden. Eenige jaren daar na vervoegde hij zich onder het beftuur van damiani , en muntte thans bijzonder uit door het kwellen van zijn lig- chaam. Omtrent vijftien jaren lang droeg hij een ijzeren harnas over het bloote lijf, en twee ijzeren hoepen om hetzelve , als ook twee om de armen , bijna dag voor dag zong hij de Pfalmen tweemaal door , terwijl hij zich zelven onophoudelijk met roeden tuchtigde; meermalen deed hij onder zijneN ijzeren last duizend kniebuigingen , ( metanoeas , ) wanneer hij den geheel en P fait er zonder tuchtiging opzeide; eenige jaren voor zijne dood verwisfelde hij de roeden in geefels van riemen, en floot zijne heupen en fchenkels met nog vier ijzeren hoepen ; tot hij zijn leven, waartegen hij zoo lang gewoed had , in het jaar 1062 eindigde, damiani was overtuigd, dat dominicus de lidteekenen van Chris- tus altijd aan zijn ligchaam gedragen had , en voegt 'er bij, men kon van hem met qregorius

van Qpusc. L. Injlitutio monialh ad Blancam ex cemtisfa fanctimonia'mu T. III. Opp. p. 334.

GESCHIEDENIS. 49

van Nazianzum zeggen : Vergeefs 6 Christus ! IV

die vrome zielen, die bovenmatig ftreng zijn, en B0Ea

tegen zich zelven woeden ! Afdeel.

Deze vrijwillige geefeling was echter reeds voor IV

damiani en dominicus bekend, regino van Prum °% A

na C. \j»

bepaalde reeds in zijne verzameling van Kerkelij- Jaar 814. ke wetten , hoe lang men voor elke misftap of totlo73» overtreding boete doen moet, maar tevens leert hij ook (*), hoe men zich daar van vrijkoopen, of iets van dezelfde beteekenis verrigten kan. Wie bij voorbeeld niet vasten kan , en vermogen bezit , om het af te koopen , betaalt voor zeven weken twintig fchellingen; of als hij zoo veel niet betalen kan, tien; of ais hij heel arm is, drie. enz.

Deze foort van boetdoeningen waren geheel ver- basterd van de oude Kerketucht, zelfs in het denk- beeld, waar toe zij moesten dienen. De oude Ker- keboete gefchiedde aan de gemeente om de gege- vene ergernis te vergoeden, maar thans verbeeldde men zich , door dezelve bij God zelven vergeving van zonden te kunnen verdienen, waar uit de zeld- zaamfte boetdoeningen voortvloeiden , van welke men meende, dat God of de Heiligen onmiddelijk een einde konden maken. Omtrent het jaar 856 hadden zekere frotmund en zijne beide Broeders hunnen Oom, eenen Hofgeestelijken , vermoord ; fpoedig had- den zij berouw van deze daad, en verzochten daar- om Koning karel en de Bisfchoppen om raad ,

hoe

(*) De Ecclefiasticis disciplinis L. II. Cap. 438. de redemtionis pretio.

XIV. Deel. D

5o K E R K E L IJ K E

IV hoe zij zich tngi God zouden verzoenen. De Bis- boek (choppen leiden hun op, dat zij, niet ijzeren kete- Afdeel. nen aan dc armcn en om <*e lendenen, het hoofd IV met- asch beftrooid , en met een haren deken be- na°C G Meed, zoo lang de heilige phatfen zouden bezoe- Jsar 814 ken, tot God een einde aan hunne boete (lellen t(,t IO/3- zou. Dus zworven zij eenige jaren om , tot dat de Heilige marcellinus, weleer Bisfchop van Rome en Martelaar, wiens overblijffelen zij in het Klooster Rothon vereerden, bij den nachtgodsdienst hunne ketenen met groot gedruis deed afvallen (*). Voor . <3e zwaarfte misdaden waren boeten gefield, door welken men ook vriiging van de burgerlijke ("haffen, en welke bovendien nog dikwijls verligt en afge- kocht konden worden. De Bisfchoppen eener Kerk- vergadering te Tribur in het Darmfladfche , in het jaar 895 ( f ) , erkenden wel , dat , naar de verorde- ning der Kerkvergadering van Ancyra , een opzette- lijke moordenaar tot het einde van zijn leven boete moest doen; ,, maar wij, zeggen zij, die Herders zijn van Christus Schapen, houden het, naar de gejïeïdheid en zwakheid der menfehen ten dezen tij- de, voor goed en nuttig, aan zulke moordenaren eene mate der kastijding en eenen bepaalden tijd van boete te (lellen, opdat hun de langdurigheid geenen tegenzin verwekke, maar het heilzaam werk in eene fpoediger oefening voltrokken worde." Om van meer dergelijke voorbeelden niet te gewagen. Daar

(*) mabillok Act. SS. O. S. B. T. III. pag. 56. alwaar hij meer dergelijke wonderen verhaalt. Q) Ap. hard. T. VI. P. Lp. 455.

GESCHIEDENIS. 51

Daar waren zelfs ergerlijke en aanftootelijke foor- IV ten van boetdoeningen , welke ook van verftandige S0ZK Heden werden afgekeurd , maar welke nog bleven Afdeel. voortduren, omdat zij door de Paufen werden ge- lv handhaafd. karel de Groote had de omzwervende na c q geestdrijvers, die naakt met ketenen beladen rond-. Jaar 814* liepen, en zich voor boetelingen uitgaven, niet wil- tot l°7^" len dulden. Doch men ging echter voort, menige misdadigers , bijzonder broeder- of oudermoorders, daar mede te ftraffen , dat men hen buiten hun va- derland in ballingfchap liet omzwerven. Genoeg , van wat zijde men ook de boetdoeningen van dezen tijd befchouwt, men vindt daar in overal bijgeloo- yige grondregelen, denkbeelden en misbruiken, op welke zij fteunden, of welke haar op den voet volgden.

Met' deze boetdoeningen , met welke men God Schikkin-

seloofde te gunnen verzoenen., : waren naauw ver> ge" e,n.

, , si- 7 erfmakra-

bonden , de gifttn en erf makingen van goederen aan gen van

God9 aan Christus,- en de Heiligen, hetwelk zijne goe- men als een losgeld voor de zonden aanmerkte, en Goden als een gefchikt middel , om zich eene vaste hope Christus* der eeuwige zaligheid te verkrijgen ; bij wijze van ruiling of handel met God , wien men zijne aard- fche fchatten gaf, om van hem de hemellche: te be- komen.

Deze giften gefchiedden bijzonder aan de Heiligen , Veree- welke men al vroeger gewoon was , zich voor te ™?,.- t ftellen , als voorfpraken bij God , om bij hem te ge- makkelijker toegang te verwerven, en gehoor te vér- - krijgen. Duizenden voorbeelden, waar door tiien D z zich

5a KERKELIJKE

IV zich verzekerd hield, dat door de Heiligen aan hoek hunne vereerders wonderbare hulp bewezen was , Afdeel. ^eten aan ^ Se^°°f geenen twijfel meer over; maar IV tevens geloofde men , dat men deze hulp door ge- H°rfdG ^cnen^en en gaven moest verkrijgen. De twist over Jaar 814. de vereering der Beelden werd ook naar den zin van tot 1073. den grooten hoop der Christenen beflist, en daar door de vereering der Heiligen aanmerkelijk bevor- derde Uit de menigvuldige Kloosters en Heremita- gien kwamen dagelijks nieuwe Heiligen te voor- fchijn, tegen wier vermenigvuldiging weinig baatte, dat de Paufen zich het regt van Canonifatie of Hei- ligverklaring aanmatigden. Een Bisfchop, Kluize- naar of Monnik, die in Godzaligheid uitmuntte , had naauwelijks de oogen gefloten, of zijne Geeste- lijkheid , Kloosterbroeders of andere Christenen , verkoren- 1 hem tot hunnen voorbidder bij God , en verwachtten wonderwerken, welke ook niet misten te gebeuren. Waren het ,oude, maar thans eerst outdekte Heiligen, wien men eenen ouden of thans eerst uitgevondenen naam gaf, dan was het de vraag niet , of Bisfchoppen of Paufen derzelver aan- Toeping , na onderzoek, zouden goedkeuren; zij hadden flechts te 'bevestigen , het gene de gewaande ontdekker als ontwijfelbaar had opgegeven. Verme- Dus verrijkte de Koomfche Bibliothecaris 'anas- nigvuldi- tasius , in de IXde eeuw ,' de Westerfche Kerk op

Heüigen. eens met 148° Heingen» w,er Lijdensgcfchiedenis , onder de Keizeren adrianus en antonius - piüs , hij uit het Grieksch in het Latijn overzette, alhoe- wel van dezelven in de oudfte Gefchiedenis nooit

eenig

GESCHIEDENIS. 53

eenig gewag gemaakt was (*), ook had men nog iv

andere onbekende Heiligen, die ten dezen tijde te B0EK

voorfciïijn kwamen, eenen Heiligen memorius, die Afdeel

dan tot een Egyptenaar gemaakt, dan voor een' IV

der kinderen gehouden werd, welke herodes had Ho£td5.'

na L. O.

laten ombrengen, eenen Heiligen ragnulf en meerjaar 814, anderen. tot I073«

Tegen zoodanige Heiligen kwam niemand op, al- Twist zoo men geloofde, geene Heiligen genoeg te kunnen over den hebben , evenwel werd 'er , in een ander opzigt , in MAa"

»■•■•** ' r & ? TiALlS.

de Franfche Kerk , een twist , die even zoo be- lagchelijk als hevig was, over eenen Heiligen ge- voerd. Men werd het in het jaar 10.23 te Eitnoges, ( het oude Lemovicum , ) oneens , of de Heil. mar- tialis, eerfte Bisfchop dezer ftad, een Apostel '9 dan of hij enkel een Belijder moest genoemd wor*. den. De Bisfchop der ftad, jordan, beweerde het laatfte, maar hugo, Abt in het Klooster van den Heiligen martialis, wilde hem volftrekt den naam van eenen Apostel gegeven hebben , omdat hij een der LXX Leerlingen van jezus zal geweest zijn, en dus even zoo goed als paulus en ijarnabas een Apostel moest zijn; hij verklaarde de anders- denkenden voor Ebionieten , die geene anderen , dan de XII Apostelen erkennen wilden. In het jaar 1023 werd hier over eene Synode gehouden , welke echter niets befliste. Dewijl ondertusfehen de twist zich door geheel Frankryk verbreid had, werd 'er in het volgende jaar 1024 weder cene dergelijke verqa-

de- (*) Pasfio 1480, Marty. in A.t. SS. Ar.tv. ad d. %i %unju

E>3

54 KERKELIJKE

IV dering te Parys gehouden, bij welke de Koning boek robert zelf tegenwoordig was, die met de verga- Afdeel. dering zich daar over verklaarde, dat martialis IV een apostel genoemd mogt worden, jordan be- ru°C G klaagde zicn toen bij den Paus joannes XIX, die Jaar 814. zich inmiddels in eenen Brief aan den Abt hugo tot 1073. en ajje ^e prqnjcte Bisfchoppen tegen jordans ge- voelen verklaard had. Evenwel moesten 'er, in het jaar 103 1, nog twee Kerkvergaderingen gehouden wor- den , eer men in geheel Frankryk overeen ftem de , dat de naam apostel aan den Heiligen martialis behoorde gegeven te worden. Bij mabillon (*) vindt men eenen Brief van ademar , Monnik en Priester te Angoulême , voor het Apostelfchap van den Heiligen martialis, met welks eenvoudigheid men medelijden mag hebben. Hoe ver Ten aanzien van de vereering der Heiligen komen deveree ons echter in dezen tijd ook fporen van Leeraren voor, Heiligen die eene Godsdienftige vereering aan de Heiligen gegaan zij ontzeiden, welke zij alleen tot God wilden bepaald hebben. Dus zegt de Aartsbisfchop agobard (f), in de IXde eeuw: God moet van de Geloovigen aangebeden en vereerd worden. Engelen of hei- lige menfchen moet men liefhebben en eer en ; maar door liefde, niet door dienst. Niemand bedrie^e of verleide zich zelven! Wie eene fchilderij, een gegoten of gefneden beeld aanbidt, die bewijst niet

aan (*) mabillon Annal. Ord. S. B. Tom. IV. Ap^tnd. tl. 46 pag 717-728.

( \ ) Uh. de hnaginibm Opp. T. I. p. 264.

GESCHIEDENIS. 55

aan God eene vereering, hij eert niet Engelen, of TV

heilige menfchen; maar enkel Beelden." Maar, aan B°^K

den anderen kant, zeide Paus joan XV, toen hij At'deel.

den lÜMchop ulrich van Augsburg canonizeerde : IV

Men vereere de Overblijffelen der Martelaren en „M°L * J " J na L. C*.

Belijders, en aanbidde die zoo, dat die aangebeden }anr 814. worde, wiens Martelaars en Belijders zij zijn , tot io73« om , door hun gebed en verdiende , bij God altijd bij'dand te verkrijgen."

Doch hier bleef het niet bij, in dit Tijdperk zoo min als in het vorige. Men riep de Heiligen zel- ven aan als befchermers, febutsheeren en weldoe- ners, en zag op hen, alfchoon men ook eershalve van God en Christus gewaagde, het meest, de- wijl men van hen de fpocdigfte, en ook onder zoo vele duizenden verdeelde , hulp te gemoet zag , en onder zoo velen flechts dien , inzonderheid in heemfchen Heiligen tot zijne toevlugt kon verkie- zen. „ Al zou ik ook, fchrijft de bovengemelde ademar (*), op dezen ftond , door den blikfem verteerd worden, wilde ik nogtans de gemigenisfen der Heilige Vaderen niet overtreden; maar ik zou uitroepen: ó Apostel van Christus, martialis! red mij!" {falvum me fac! ) Zelfs verftandiger mannen van dezen tijd beguniligtlen , zonder beden- ken , dat hoog vertrouwen op den bijzonderen bij- Hand der Heiligen, servatus lupus, Abt van Ferrieres, in de IXde eeuw, en dus een tijdgenoot van agobard , die hier anders over dacht , befluit

zij-

(*) Ep. de Jpostol. S. MartiaL L c. p. 724. D4

5<$

KERKELIJKE

Veree- ring der Mangd

MARIA.

zijne Levensbefchrijving van den Heiligen maximi- nus , Bisfchop van Tri er , met deze woorden : Laat ons gemeenfchappelijk de genade van den zaligen maximinus aanroepen, opdat hij, die reeds fomtijds de krankheden des ligchaams genezen heeft, ons nog veel meer verwaardigen moge, ons van de zwakheden der ziele te bevrijden; hij moge ook hier toonen , hoe groot zijne magt zij ; opdat wij thans vergeving der zonde ontvangen , en eens waar- dig zijn mogen, zijne Heerlijkheid te zien, en ook ons over ons eigen geluk te verblijden (*>" Naar- dien ook de Misoffers , ter eere van de Heiligen , en het eedzweeren bij hen, of op hunne Reliquien, zoo als, bij voorbeeld, een eed op eenen arm van den Heiligen maurus (f), fteeds voortduurden en vermenigvuldigden , was het onmogelijk , dat 'er aan deze vereering der Heiligen perk gezet kon worden.

Onder deze Heiligen waren 'er echter, die meer algemeen werden vereerd, terwijl andere Belcherm- heiligen waren van zekere landen, onder de alge- meen vereerden ftaat de Moedermaagd maria bo- ven allen. In het begin der Xlde eeuw had zij ten minden honderd Kloosters in de ÏVesterfche landen, die in de Gcfchiedenis voorkomen, en nog dagelijks bouwde men nieuwe, die aan haar waren toege- wijd. Dat aan haar reeds omtrent het jaar 1000 de Zaturdag was gewijd, ziet men uit eene plaats

van

(*) Opp. pag. 291.

(f) In Tortarii Miraculh S. P. Benedicti p. 404. in WABILLON AcU SS. O. S. B. T. IV, P. Il,

GESCHIEDENIS. 57

van den Kardinaal damiani ( * ) , van waar het IV misfchien gekomen is, dat allengs op dezen dag, ü(^k het zoogenoemde vasten, of onthouding van vleesch Afdeel. eten, algemeen geworden is, alhoewel anderen mee- IV nen (f) , dat de herftelling van vrede en overvloed £, ^ daar toe aanleiding gegeven hebbe. De vermaarde Jaar 814! Abt van Clugny, odo, omtrent het midden der Xde cot I073« eeuw, was gewoon, de Maagd maria, de Moeder " der barmhartigheid^ (Mater mifericordice ,) te noe- men, omdat zij aan eenen Monnik van zijn Kloos- ter verfchenen zou zijn, en dien zijne dood zou aangezegd hebben (§). Onder de nieuwbekeerde Hongaren werd, op den voorgang van eenen Vene- tiaanfchen Monnik gerhard , of gerhardi, wien de Koning steven het Bisdom Cfanad fchonk, maria niet meer de Moeder van Christus, maar bij uitnemendheid Vrouwe , Lieve Vrouw, of Heer- fcheresfe, (Domina,*) genoemd. Ook werd Hon- garyen allengs van zijnen gemelden Heiligen Koning de Familie der Heilige maria genoemd (**).

In dezen tijd begon ook de naderhand zooge- Rozen- noemde Rozenkrans , ( Rofarium , ) of P/alter der !{rans °f

Pfaltcr Maagd maria op te komen; eene reeks van af- der Heil i-

wisfelende gebeden , in welke zij met God zelven ge Maagd de aandacht der Christenen zoo gedeeld heeft, dat zij ver het grootfte gedeelte bekomen heeft, dewijl

'er

(*) Opusc. XXXII. Cap. 3.

( \ ) glau. RADULPii HisU Franc. L. IV. C. 5.

(§) m^biiLon Ann. O. S. B. T. \\\.p. 432.

(**) l'ita Cemrd. in Act. SS. Antv. ad a. 24. Sept.

D5

58 KERKELIJKE

IV 'er maar vijftien Vader Onzen , of Paternosters , boek aan qocj gerigt worden , terwijl zij met 150 Gr te» Afdeel. n^fen des Engels, of ^j? Maria 's aangefpnken IV wordt. De gewoonte om aan God eenige gebeden na°C G °P te zeSSen °^ te niompelen , naar een aantal van Jaar 814. fteentjes of andere teekenen, komt reeds op het tot 1073. ejncje (jer Wde eeuw voor ; maar de eerfte fporen , van derzelver bijzondere toepasfing op de H. Maagd ontdekt men het eerst in de Xlde eeuw in Enge» land (*). godiva, Gemalin van leofric , Graaf van Her ford, fchonk bij haar overlijden zulk eene krans van juweelen , aan eenen draad geregen , aan het Klooster te Coventry , volgens welke zij, onder het aanraken van elk juweel , gewoon was hare ge- beden op te zeggen; en deze krans werd nu het Beeld der H. Maagd om den hals gehangen. Ten- zelfden tijde leefde in het Graaffchap Henegouwen ada , Gemalin van diederik van Avenues , die de- ze groetenis des Engels zestigmaal daags bad. Maar daar voor zal ook de Maagd maria , toen diede- rik voor Gods gerigt geroepen werd , hem eene voorfpraak geweest zijn. Welke vertelling zoo veel indruk maakte, dat vele lieden, federt het begin der Xllde eeuw, deze groetenis van den Engel tot hun dageliiksch gebed maakten (f). Predika- Gelijk reeds in het voorgaande Tijdperk , zoo tien ter werden ook thans menigvuldige Predikatien ter eere maria van ^e HemSe Maagd gehouden, van welken 'er

ver- (*) mabillon Ann. Ord. S. B. T. IV. p. 462. (f) M-.uiLLON Piócf. ad Sec. V. Act. SS. O.S.B. 11. 25.

GESCHIEDENIS. 59

verfcheidenen rot heden bewaard zijn gebleven. Wij iv

zullen een of twee voorbeelden daar van bijbrc; gen. COEK

il Het. eerde is uit de Westetfche Kerk, van ful- Afdeel.

bert , Bisfchop van Chartres , een der bercemdfte IV mannen van zijnen tijd, die in geleerdheid, fchran- ®°r X derheid en godsvrucht uitmuntte , en in het jaar Jaar 814. 1029 overleden is. Zijne werken , beftaande uit cot I073» Brieven, Predikatien en Gedichten , zijn te Pcrys door karel de villiers in liet jaar 1608 in Octavo in het licht gegeven. Naardien hij een uitnemend vereerder van maria was , voerde hij niet alleen bet onlangs opgekomene Feest van hare zuivering bij zijne Gemeente in , en fchreef verzen tot haren lof, maar hij hield ook eenige Predikatien over haren lof. In de eerfte derzelven , over de zuivering van maria, verklaart bij aan zijne Toehoorders den oor- fprong van dit Feest; hij merkt aan, dat maria geene zuivering noodig had , maar dat zij zich uit nederigheid en gehoorzaamheid aan de wet van God heeft onderworpen ; in het licht der waschkaarfen, welke men op dit Feest offerde, vindt hij een Beeld der Godheid, en in het wasch het Beeld van het maagdelijke vleesch; en hij fluit met een gebed, dat de godzaligfte Moeder Gods hem benevens zijne Toehoorderen en derzelver gaven aan haren Zoon wille aanbevelen ter genadige verhooring, en ook voor hun daar voor zuiverheid van hart en lig- chaam , licht van kennis , en andere dergelijke ga- ven afbidden wille. In eene andere Predikatie over de geboorte van maria, verhaalt hij de gefchiedenis van zekeren theofilus , die zich fchriftelijk aan

den

6o KERKELIJKE

IV den Duivel verbonden had; hier van berouw heb-

boek bende, nam hij de toevlugt in eene Kerk aan ma-*

II

Afdeel. RIA SewiJd, die hij onder eene veertigdaagfche boet-

IV doening om bijftand aanriep, tot zij hem in den

Hoofdft. ^ verfcheen , en na de noodige beftraffingen, na C. G. r ' ". . ~ ~ .-

Jaar 814. vermaningen en vertroostingen, zijn handlchriit ,

tot 1073. hetwelk zij den Duivel ontweldigd had, ten teeken van zijne bevrijding, weder ter hand ftelde, zoodat hij , wakker wordende , hetzelve op zijne borst vond liggen ; uit dit verhaal trekt de Prediker het befluit , dat de Moeder des Heeren overal te gebieden heeft; dat zij Engelen tot haren dienst uitzenden , en naar haar welgevallen verdragen met de Hel voor nietig kan verklaren enz. Achter de laatfte van zijne drie Predikatien over de geboorte van maria, bevatten de- ze twee regels derzelver oogmerk in het kort bijeen.

In natale tuo nobis, pia Mater, adesto, Virtutes augens, culparum pondera delens.

Hoe weinig ook deze Predikatien der overige ge- leerdheid van fülbert waardig zijn, kan men ze nogtans dragelijk noemen, wanneer men ze verge- lijkt met die van eenen Griek , georgius, die eerst opzigter van de Kerkelijke Archiven te Konflantino- polen, (cfcöffrccpuAaj;,) was , vervolgens Bisfchop van Nikomedïè , omtrent het jaar J>8o, en welke door den Dominicaan fr. combefisius ( * ) zijn in het licht gegeven , hoewel hij dezen georgius verkeer-

de-

(*) Vatrum Gr^eco Latinorum Bibliotheek nQvtan Auctarin:n T. Lp. 995,

GESCHIEDENIS. <5t

delijk in de Vilde eeuw plaatst, daar hij een vriend iv

was van den vermaarden Patriarch fotius , en dus Ii0EK

zeer zeker tot dezen tijd behoort. In deze zijne Afdeel.

Predikatien noemt hij maria eene Middelaarfter bij IV

haren Zoon , zoo als hij hare ouders als Middelaars 2, 1' J na C G.

bij haar aanziet. Zijn vriend fotius zélf vermaan- jaar 814.

de ook eenen Monnik , om hare bemiddeling bij cot IO/3-

christus te verwerven (*).

De hooge eerbied voor maria deed, omtrent het Twist

midden der IXde eeuw, eenen twist ontltaan, wel- °Y. j

7 wijze der

ke als het ware een vervolg was van eenen anderen geboorte in de IVde eeuw over den voortdurenden maagdelij- v™J£zus ken (bat van maria. In Duitschland namelijk beweer- den fommigen , waarfchijnlijk Monniken , dat christus uit' maria niet op eene gewone maar op eene geheel buitengewone wijze geboren zij, zonder: opening der lijfmoeder, ratramnus , Monnik van Corbie , hier van berigt krijgende, noemde dit eene nieuwe uitvinding der oude flange, om het Katholijk geloof van christus geboorte omver te werpen, dewijl uit de bovengemelde Helling natuurlijk volgen moest, dat christus niet waarlijk, geboren zij. Hij we- derleide ook omtrent het jaar 845 in een opzettelijk werk dezen zonderlingen inval (f) , fchoon hij zulks voegzamer had kunnen doen , zonder de welvoege- Jijkheid te kwetfen , waar van hij nu niet geheel vrij te fpreken is; zijne lqatfte woorden, waar mede hij

dit

(*) Epist. CLXXXIII. pag. 272.

(t) Liber & eo qnod Chrhtus ex virgine natas est in

DACHERII Spkil. T. I. p. 53.

62 KERKELIJKE

IV dit werk fluit, fchijnen dit zelfs te erkennen: Lu-

doek fimus ht£c de more ftudentium^ qua fi quis contem-

Afdeel net,> exerCi(!'a n'J,Jis nostra cou.pu cebunt. IV Tegen dit" gcfchrift rigtte paschasius radber-

Hoofdft. TUS een aiKjcr (*) hetwelk lm met gecne aroote

na C-. o. y 7 ' »t

Jaar 814 kieschheid aan eene Abdis en b.arc Nonnen opdroeg.

toe 1073. 1 jy beweerde daar in tevens, als een ge,vojg van zijne (lelling, dat mar ia van alle erfzonde vrij is geweest. De Bijbelplaatfen , uit welke hij wil bewij- zen, dat christus, door de geflotene baarmoeder van jniaria ter vye-reld gekomen zij , zijn voorname- lijk Pf. XXII. 10. en Jerem. XXX. 22. De Kerk- vader ambrosius had wel van christus gezegd , dat hij zich alleen dezen weg geopend had; inaar hij had zich in eene plaats van zijn gezang juis- ter uitgedrukt :

Fit pbrfa Christi pervia",

Refert'a plèna .gratia, "' 1

Tranfltque Rex, et permanet

Claufa, ut fiyi, per fecula.

Dat christus de eerstgeborene genoemd wordt, Wil hij niet letterlijk verftaan hebben, maar op deze Wijze, dat in hem en door hem vele andere Broe- ders als Zonen der Kerk door de genade verzameld zouden worden ; non qui vulv'am vexaret imtris , fed

qui 1 (*) Opusc. de fartu. Firgims^ ap. dacher. /. c. png. 44. Schoon men in later tijden getwist heeft , wie dezer beide Schrijvers de eerfte geweest zij. Misfchien hebben beiden gefchreven, zonder het werk van den anderen ge- kend te hebben.

GESCHIEDENIS. 63

fjut vulvam aperiret ecckfice. Deze wederlegging IV overtuigde echter de andersdenkenden niet, dat zij B°EK Ketters waren; zij bleven daar bij, dat de maag- Afdeel. dom van maria ook door de natuurlijke geboorte IV van Christus niets geleden had, dewijl hij op eene na°^ q bovennatuurlijke wijze ontvangen was, om deze re- Jaar 814. den voegde radbert bij zijn eerde Boek nog een tot IO?3» tweede, hetwelk echter flechts voor een gedeelte tot ons gekomen is. Welke gevolgen deze twist ver- der gehad hebbe, is ons onbekend , alleen befpeurt men , dat federt de bovennatuurlijke geboorte van christus, ook ter verheerlijking van zijne Moeder, minder heeft mogen betwist worden (*).

Bij zoo veel eerbied voor de Heilige Maagd en Wonde- andere Heiligen , behoeft men zich niet zeer te be- j6" °°r D ' de Heil.

vreemden over de menigte van wonderen, welke Maagden

men, zonder verder onderzoek, geloofde, door hen andere

, , Heiligen

verngt te zijn, en welker getal zoo groot was, dat gewrocht

zij, even gelijk in het vorig Tijdperk, hier en daar

verveelden , en voor de Monniken lastig werden.

Zoo bad een Abt, steven, den in het jaar 1021

overledenen Bisfchop van Luik , wolbodo , bij

wiens graf vele wonderdadige genezingen gebeurden,

om Gods wil, dat hij met dezelve wilde ophouden,

dewijl zijne Monniken , door den toeloop van men-

fchen bij dag en nacht, veel te veel verftrooid en

in wanorde gebragt werden (f). Tegen de won-

de-

(*) Vergel. c. w. f. walch Hhtoria Controverjia fe- culi noni de partu S. Ftrginh. Qoettinga 1758. 4/0.

(jj mabillon Ann. Ord. S. B. T. IV. p. 277.

ö4 KERKELIJKE

IV deren van rotbert, Abt van La Chaife Dieu, die

boek -m |iet jaar lo^2 na zijne dood door de Maagd

Afdeel. maria ten Hemel gevoerd zal zijn, werden nog

IV ernltiger maatregelen genomen. De ijverige Monni-

°C q ken van zijn Klooster verzochten hem niet alleen ,

Jaar 814- hen in het vervolg daar van te verfchonen; maar

101 IJ'73 weerden ook ieder een van zijn graf, en bezorgden

zich op deze wijze rust (*). ïleüqui- Men kon of durfde te minder aan alle deze won- en of O- (jeren twijfelen , omdat ze tevens dienden om de verolijtle- len der Heilige Reliquien of Overblijffelen der Heiligen te

Heiligen, verheerlijken , en tot voordeel van Geestelijken , Kerken en Kloosters. Schrandere mannen zelfs , fchoon fomtijds twijfelende, lieten zich al fpoedig van de waarheid van zulke wonderen overtuigen, en werden dan zelfs getuigen en voorftanders van dezelven. berniiard, een Scholasticus , of Opzie- ner van het Bisfchoppelijk School te Angers , in het begin der Xlde eeuw, is hier van een voor- beeld. In zijne gefprekken met den Bisfchop ful- bert van Charires , over de wonderwerken van de Heilige fides, in het naar haar genoemde Klooster van Concha , waar zij begraven lag , ( Saint e Foi de Cotigues en Rovergne ,,*) hielden zij beiden dezelve voor verdichtfelen , deels omdat zij alleen door het gemeen gerucht geprezen werden ; deels omdat zij ongehoord fcheenen te zijn. Maar nadat bern- hard zelf in dat Klooster gekomen was, was hij dra overtuigd van derzelver waarheid, en gaf 'er

nu (*) ld. I. c. T. V. p. 9.

GESCHIEDENIS. 6$

nu zelfs in een afzonderlijk werk eene verzameling IV van (*). h™K

De Heilige Overblijffehn , bij en door welke zul- Afdeel. ke wonderen voornamelijk gebeurden , waren de *v dierbaarfte fchat der Geestelijken , en in den grond na q q vereerde men ze meer dan de Heiligen zelven, welke Jaar 814. men eigenlijk geloofde in dezelven bij zich te hebben. tot 1073. Men was 'er dus op gezet, om 'er velen van te bezitten , hetwelk zelfs tot in het belagchelijke liep. In het Klooster Corbie bewaarde men een kistje met Reliquien , door karel den Grooten aan den ver- maarden Abt adel hard aldaar, zoo men zeide, gefchonken , en hetwelk men Prima Petri noemde , omdat deze Apostel de Befchermheilig der Klooster- kerk was. Men heeft nog twee gefchriften , die in de XHIde eeuw daar over opgefteld zijn ; een ver- haal van de Gefchiedenis van dezen Heiligen fchat, die tot het jaar 1275 niet geopend was geweest; en het ander eene lijst van 208 (lukken van denzel- ven, zoo ver men de namen lezen kon (f). On- der dezelven bevonden zich , behalven die aan eene menigte van Heiligen toebehooren , rijkelijk over- blijffelen van het Kruis van Christus, van zijne kleederen aan het kruis, van zijne kribbe, zijnen zweetdoek , zijne tafel , zijn graf enz. ; van het haar en kleederen der Maagd maria; van den baard en de ribben van den Apostel petrus; ja ook van

het

(*) labb. Nova Bibl. MSS. T. II. p. 531. mabill. Ann. Ord. S. B. T. IV. p. 215. et App. n. 30. ƒ>. 703.

(f) mabillon Act. SS. O. S. B. Sec. IV. P. l.p. 372,

XIV. Deel. E

66 KERKELIJKE

IV liet BLvuia der Israëli ten , van fpijsvoorraad van

boek abraham , en van den baard van noach.

II Afdeel. ^S1- wk ^et te vermoeden , dat bedriegers zich

IV van deze begeerte naar Heilige Overblijffelen bediend

Hoofdft. jie[3|3en om }iet eenvoudig volk te misleiden. Zulke

na CO.' 3

Jaar 814. bedriegerijen hadden reeds in de IVde eeuw een be-

toc 1073 gjn genomen, blijkens eene wet van den Keizer

Bedrog theodosius , om geene koopmanfehap te drijven

met de met de ligchamen der Martelaren ; ook verhaalt

eiqm' gregorius van Tours (*) reeds van eenen bedrie- en. v y

ger , eenen weggeloopen knecht van eenen Bisfchop , bij wien men een zak vol kruiden, molstanden , rnuizenbeentjes , klauwen en vet van beeren enz. vond, welke hij voor Reliquien van Heiligen vent- te. En zulke bedriegers , voegt gregorius 'er bij , waren 'er velen onder de Boeren ; zij werden echter niet geftrau. , omdat het Hechts een god- vruchtig bedrog genoemd werd. In het tegenwoor- dig Tijdperk haalde men vele Reliquien van Rome, alwaar de Catacomben eenen voorraad van lijken opleverden , welke men onderftelde van Christenen te zijn , alhoewel het zeker is , dat Heidenen zelfs van de laagfte voïksklasfe in dezelve hunne graf- plaats hadden gehad. In het midden der IXde eeuw reisde een Roomfche Diaken, deusdona, met Re- liquien naar Duitschland , om dezelven den eenen of anderen Geestelijken te bezorgen, en daar door in zijnen eigenen nooddruft te voorzien; te Ments leverde hij den Abt van Fulda, rabban, eenigen

van (*) Hist. Franc. L. IX. C. 6.

GESCHIEDENIS. 67

van zijne Heiligdommen , een* voet van den Heiligen IV felicissimus , het hoofd der Heilige concordia, b°^k een' tand van den Heit sebastiaan , enz. beloo- Afdeel. vende, bij zijne wederkomst, nog meer zulke heer- iv~ lijkheden , onder Gods bijftand , te zullen leve- pa q q ren (*). Jnar 814.

Somtijds echter ontdekte men , zelfs door voor- tot io73» vallende wonderwerken , dat men bij zoodanigen koop bedrogen was. De Monniken van Maiilicu , (Mag~ iu:s loens S. SeLast'iani ,) in Auvergne , hadden in het jaar 828 te Rome Ileliquien van den Heiligen sebastiaan voor een' hoogen prijs gekocht. Maar toen zij die op het outer van hunne Kerk bragten , werden zij daar door eenen flormwind met gedruis verftrooid, en in Rukken vermorfeld op den grond geworpen (f). Op een' anderen tijd kon het ontdek- ken van het bedrog zelfs niet te wege brengen, dat de gewaande Overbjijffels niet vereerd werden. De Gefchiedfchrijver glaber radolf ( § ) verhaalt van een' bedrieger , die beenderen en lijken uit . de gra- ven haalde , en als Overblijffelen van Martelaren verkocht, voorwendende, dat een Engel ze hem had aangewezen. Offchoon nu deze Gefchiedfchrijver, be- nevens de Abt van zijn Klooster, de bedriegerij aan- wezen , en het voorwendfel van den bedrieger voor lompe leugens uitmaakten , echter ging het volk voort , deze overblijffels aan te bidden. De

(*) Vita S. Rab. Mauri Auct, Rudolpbo ejtts' cliscipitlo in mabill. Act. SS. O. S. R. Seci IV. P. II. p. 4.7. (f) mamllon Arm. O. S. B. T. II. ƒ>. 515. (§) Histor. Uhr. IV. Cap. 3; E 2

6S K E R IC E L IJ K E

IV De menigte echter der bedriegerijen, welke ont-

boek (j^j. werden, gaven aanleiding, om de aangebodene

Afded. OverblijfTelen te beproeven. Reeds op het einde

IV der Vide eeuw had eene Kerkvergadering in Spanje

% n verordend, dat men zulke Overblidfelen, welke in na CU. » '

Jaar 814. Ariaanfche Kerken gevonden vverden , door het tot 1073. vuur zou beproeven. Thans werd deze proeve me- Deecht- nigvuldiger en zonder acht te geven op Ketteifcbe heidder plaatfen , in het werk gefield, waar van men ver- Mi f "een fcheidene voorbeelden vindt bij mabillon (*). Ja, beproefd, men kon zelfs , na gedaan onderzoek , niet gerust zijn, dat men niet bedrogen was. nanter, Abt -van het Klooster van den H. michael aan dzMaas, te Rome zijnde in het jaar 1026, wenschte van daar het ligchaam van den eenen of anderen Heiligen me- de te nemen, offchoon Paus gregorius IV al voor twee honderd jaren erkend had, dat geene ligcha- 3nen van Heiligen daar meer te vinden waren (f), Oök wilde nanter, om zeker te gaan, een nog ongeopend graf en een fch riftelijke bink bij zooda- nig lijk of graf geplaatst zien. De koster der Kerk van den Heil. valentinus beloofde hem , tegen eene genoegzame belooning, het ligchaam van den Heiligen Paus callistus te zullen bezorgen. Men

had

(*) De probationc rcliquiarum per igucm. Appendic. II. ad Librum de cultu Sanctorum ignotorum pag. 285. Oeuvres posthumes de Dom j. mabillon et de Dom th. ruinart. T. I. a Paris 1724. 4/0.

(f) Epist. ad otgar. Episc. Moguntin. ap. mabilu de cultu SS. ignotorum. p. 292.

GESCHIEDENIS. 69

had moeite, om het graf te openen, boven hetzelve IV

was het graffchrift op een' marmerfteen , en de Abt B0EK

fpoedde zich met het ligchaam naar zijn vaderland, Afdee!,

waar hij 'er een eigen Klooster voor ftichtte. On- IV

derrusfehen is mabillon, die dit verhaalt (*), in 2, ~

v y 7 nat. *-»•

eene verlegenheid , waar hij zich niet uit weet te red- Jaar 814. den, dewijl toch dit zelfde ligchaam van den Heil. tot ,073» callistus reeds door eenen Graaf eberhard, in het Klooster Ciföing, en vervolgens naar Rheims gebragt is.

Tot welke hoogte het Biigeloof omtrent deze H. Heilige Overblijffelen geklommen zij, mag men uit het vol- tr?an ^an

CHRISTUS»

gende befluiten. Toen jezus weende bij het Graf van lazarus , zou een Engel één van zijne tranen hebben opgevangen , welke in een fleschje gedaan , na verfcheidene omzwervingen , eindelijk in het Kloos- ter te Vendome gekomen en bewaard zal zijn. In later tijd is deze Heilige traan opzettelijk beftreden door eenen Franfchen Priester , joan eaptista thiers, in eene afzonderlijke verhandeling: Dis- fertation fur la fainte Larme de Vendome , a Pa* ris 1699 in ïimo. Tegen wien de anders zoo ge- leerde mabillon dezelve heeft pogen te verdedigen in eene Lettre d'un Benedict in a M. P Evêque de Blois , touchant Ie discernement des anciennes Re* Furies, au fa jet d'une Disfert. de M. Thiers &c, a Paris 1700 in Svo.

In het jaar 923 werd, zoo als een vermaard Mon- Bloedvan

nik

(♦) Annal. Ord. S. B. T. IV. p 309. E3

7o KERKELIJKE

IV nik van liet Klooster Reichenau in Zwaben ver-

boek ilaait (*), in dat Klooster door eene eerwaardige

Afred, vrouw wat van het bloed van Christus gebragt,

IV vvaar van men aldaar een fchriftelijk opflel vond.

na°C *" G ^us za* 00^ ree(*s *n net Jaar y°+ te Müntaa wat Jaar 814. van het bloed van Christus gevonden zijn (f). tot IO?3 In het jaar 1053 poogde Paus leo IX hetzelve Christus naar Rome over te brengen , maar verwekte daar door een oproer onder het volk van Mantua ; thans prees hij deszelfs ijver, en vergenoegde zich, met Hechts een klein gedeelte daar van te mogen heb- ben, het gene men hem toedond.

Op zulke gewaande Overblijffelen van Christus {lelde men fomtijds eenen hoogen prijs. De Duit- fche Koning henrik I noodzaakte in het jaar 929 rudolf, Kuiiing van Burgondi'ê, die eene lans san wonderbaar maakfel, en geheiligd door nagelen van het Kruis van den Verlosfèr, bezat, dezelve aan hem af te (laan , welke naderhand uitgegeven werd voor de fpeer, waar mede de zijde van jezus aan het kruis doordoken was; zij is ook tot in onze tijden te Neurenburg onder de Rijkskieinodien des Duitfchen Rijks bewaard geworden. Bij den zweet- doek van christüs, dien men reeds in het voor- gaande Tijdperk te Jeruzalem voorgaf te bezitten , kwam nu nog een groot (tuk van zoodanigen zweet- doek , welken gauslin , Abt van het Klooster Fleu-

h%

(*) HERMANNUs Contract, in Chroti. ad Ju a. (f) reguno Chron. ad b. a.

GESCHIEDENIS. 71

ry, in het jiar 10:6 i'i eene gouden har.d be'loot, IV op welke hij deze versjes jiet fchildeien: üo;:K

Gnudia Ia:a Afdeel.

Fert tnanus ïsta, '"

_. ■' _. . . Hoofdft.

Sindone Chnsti ^ -,

na l. O. PIcna refulgens (♦}. jnar o f ^

_ , ' , 'n-~ , toe 1073.

De vermaarde Abt angelbert, fhchter van het ___

Klooster Centuia , die in het jaar 814 llierf, had in de drie tot hetzelve behoorende Kerken veel van chrisïus kruishout ; zijne muilen ; zijne krib- be , iet van de yordaan , waar hij gedoopt werd , van den Olijfberg , waar hij bad ; van den berg , op welken hij verheerlijkt werd ; van de na- gelen van het kruis , en meer dergelijken 3 verza- meld (f).

Men had ook ongemeen veel op met OverLlijffe- Over-

len van de Maagd maria; In de Kerk te Chartres WiI"eIen

. van ma-

werd haar hemhd bewaard; in het Klooster te Fleu- rjA.

ry had men niet weinig van hare melk , haren en kleedersn ; het Klooster Trenorch in Franhryk be- waarde kleederen , die zij zoo vuor zich als voor haren Zoon vervaardigd had. Paus benedictus VIII fehüük in het jaar 1020 aan het Klooster Monte Casfino een ftuk van haren Jluijer ; anderen niet gebijzonderd wordende Overblijffelen , (pigno~ ra,) van haar te Chartres, werden omtrent het

jaar

( * ) f list. Franc, fragment, a Roberto ad mortem Phll. I. Regis ap. duchesne T. IV. p. 96.

( f ; Vita S. Angelberti , auct. Hariu/fo in mabilloN Act. SS. Ord. S. B. fee. IV. P. I. p. 1 14.

E4

72 KERKELIJKE

IV jaar 1064 bijna van de geheele Latijnfche Kerk V€F-

B0!jK eerd (*).

Afdeel. Van den gewaanden keten van den Apostel pe-

IV trus te Rome, die al federt eeuwen verdeeld of Hoofdft. , , . ,

M Qt Qt aangeraakt, en door wonderen werkzaam was, wer-

Jaar 814 den thans ook gefchenken gedaan. Toen otto I tQt 1o73' in het jaar 968 te Rome was , werd de Duivel door Ketenvan middel van denzelven uit eenen bezetenen verdre- petrüs. ven, waar op dietrich, Bisfchop van Mets, den keten vatte, en zwoer, zich eer de hand te zullen laten af houwen , dan denzelven los te laten; de Keizer bragt toen bij den Paus te wege, dat hij aan dezen Bisfchop eene fchakel van denzelven vereerde. In het jaar 931 deed de Paus aan het Klooster Cor- vey een dergelijk gefchenk van eene rib van den Euangelist mattheus , en een flukje van den Apos- tel andreas. In het Klooster te Angeriacum , thans 6t. Jean (TAngeli, wilde men omtrent het jaar 10 10 het hoofd van joannes den Dooper ont- dekt hebben, alhoewel men reeds in de vierde eeuw geloofde , zijn gebeente in Palaflina gevonden te hebben. Eenen arm van denzelven zal de Keizer ronstantinus Porfijrogenitus , in het midden der Xde eeuw naar Konflantinopolen gebragt hebben ; en naderhand zal die in het Klooster Qiteaux geko- men zijn. Over- Onbefchrijfelijk groot was het getal Overblijffelen

blijffelen van jafere Heiligen, die in deze eeuwen te voor- van Irter _■'..' . , . , , , . Heiligen, fcriijn kwamen. Met derzelver ontdekking ging het

evea

(*) mabillon Ann. O. S. B. T. IV. p. 658.

GESCHIEDENIS. 73

even zoo natuurlijk toe, als in de naast voorgaande IV

eeuwen. Dan verfcheen de Heilige zelf aan iemand, *^y*

om hem te melden, waar zijn gebeente begraven Aheel.

lag; of dat hij niet meer aan zekere plaats wilde 1V

blijven ; dan kondigden wonderen , als ook een fpe na ^ q

cerijachtige en hoogst liefelijke reuk de plaats aan , Jaar 814.

waar men zijne Overblijffelen te zoeken had. Ook tot 1Q73»

vindt men voorbeelden , dat de Heiligen zelfs wel

een' Monnik , die hun gebeente onachtzaam en

oneerbiedig behandelde, daar voor met eene plotfe-

lijke dood geftraft hebben, hetwelk den ijver in het

opzoeken en vereeren van hunne Overblijffelen des

te meer kon aanvuren.

Heel zeldzaam gebeurde het , dat een of ander amulo of

verftandig man onzekere Overblijffelen van Heiligen M]OLO

. r 1 ruimt ee-

wegruimde. amulo of amolo , de opvolger van nige O-

agobard in het Aartsbisdom van Lions , federt het verblijF- jaar 840, was een van deze weinigen. De Bisfchop eenoP4 van Langres , (Eccfefta Langonicae ,) theutbold, had hem gemeld , dat onlangs twee vreemdelingen , die zich voor Monniken uitgaven, van Rome, of uit een ander gewest van Italië, het gebeente van zekeren Heiligen, wiens naam zij, zoo als zij on- befchaamd genoeg zeiden , vergeten hadden , te Di- jon , {in ca stro Divionenjl,^) in de Kerk van den Martelaar benignus gebragt, en naast deszelfs graf gelegd hadden. Daar op waren aldaar niet wonder- dadige genezingen, als teekenen der Goddelijke ge- nade, maar juist het tegendeel gevolgd. Want on- verziens waren vrouwen in deze Kerk , als door (lagen en ftooten getroffen, op den grond gevallen, E 5 en

74 KERKELIJKE

IV en door ontzettende ftuiptrekkingen aangetast; zon- boek der dat men aan haar ligchaam eenige ftreepen of Afdeel. builen ontwaar kon worden. Dit getal was wel tot IV 400 perfonen vermeerderd. Hetzelfde had ook naC*" G P^aats genad m eene andere Kerk te Dijon, en in Jaar 814. naburige oorden, waar eenige Martelaren begraven tot 1073. iagen# Qp dit berigt deelde hem amulo zijn goed- vinden mede (*), dat deze beenderen, van welke men niet eens wist , wien zij toebehoorden , buiten de Kerk op eene reine plaats begraven moesten worden , opdat zij niet verder aan het domme volk gelegenheid zouden geven tot dwaling en bijgeloof. Zoo had, fchreef hij, de Heilige marten bij een dergelijk geval gedaan ( f ) ; over de zeldzame uit- werkfelen dezer gewaande heilige beenderen , oor- deelde amulo: het kon eerst wel een ijdele waan geweest zijn , welke onder het volk , op het gerucht van een nieuw ligchaam van een Heiligen , ontdaan was; vervolgens konden wel op Pafchen ondeugen- de menfchen zich van deze gelegenheid bediend hebben , uit honger of uit winzucht , om zulke ftoo- ten, ftuiptrekkingen, en vervolgens genezingen te verdichten . Hij houdt het voor bedriegerijen van booswichten, of fpel van booze geesten, welke zwakke verftanden, die ledig van geloof, en vol ijdele nieuwsgierigheid zijn , medeflepen. Reeds in vroeger jaren had hij zulke bedriegerijen gezien. Meer dan eens waren bezetenen voor agobard ge-

bragt;

(*) Ep. I. in /Igobard. Opp. T. II. p. 135. (f) sutP. SBVfiR. de Fïia B. Mart. Cap. t.

GESCHIEDENIS. ft

bragt; maar als zij duchtig werden afgerost, be- jy kenden zij terftond, dat zij zich daarom zoo ge- boek houden hadden, om in hunne armoede eenige on- ^rüeel. derdeuning te bekomen. Hij vermaant verder zij- IV nen Bisfchop te zorgen, dat elke Gemeente in hare ?} ' Kerk den Godsdienst bedaard oefene, en jegens de Ta?r 814. armen milddadig zij; maar niet naar zulke toonee- cut io73« len omzie, die van zelve zouden wegvallen , als ~ men 'er geene onnutte mildheid bij gebruikte ; en indien zulke goochelende bedelaars 'er hardnekkig bij bleven , konden zij met flagen tot bekentenis der waarheid genoodzaakt worden. Deze Brief is merkwaardig , en zoo men van de middelen , daar in vervat , meer gebruik gemaakt had , zouden vele geheimen van boosheid en bedrog ontdekt zijn ge- worden.

Doch daartegen waren 'er nog andere fchouvv- Verplaat-

fpelen en omgangen genoeg, door welke de veree- *Ml van

O ver- ring der Heiligen en van derzelver Overblijffelen blïiffelen.

werd aangeprezen ; één der voornaamften was de verplaat fin g , ( tranjlatio , ) van Reliquien , waar van menigvuldige voorbeelden in dit Tijdvak voor- komen. Zoo werden de Overblijffelen van den H. secastiaan in het jaar 826 van Rome overgebragt In het Klooster van den Heil. medardus te Sois- fons. In het jaar 836 werd het ligchaam van den Heil. liberius , Bisfchop van Mans, uit die itad naar Pachrborn overgevoerd. Deze liborius is naderhand aangeroepen als de Heilige , die hulpe geeft tegen het graveel en den fteen. Het ligchaam van den Heil. veit, (vitus,) uit een Klooster

bij

76 KERKELIJKE

IV bij Parys naar Corvey. Niet zelden gaf dit ge\e- boek genheid tot twist en verfchil, waar van een voor- Afdeel. beeJ(* *s oratrent net ügchaam van den vermaarden IV Befchermheilig van Frankryk , dionysius den Areo- C G Paitett De Eenedictynen te S/. Denys , die voor- Jaar 814. gaven hetzelve te bezitten, werden daar in befrre- tot 1073 den door hunne Medebroederen in het Klooster van den Heil emmeram te Regensburg , hetwelk tot vele twisten aanleiding heeft gegeven, terwijl onder- tusfchen veilig kan gezegd worden dat deze zoo ijverige twist het ftrijden was over eene herfen» fchim , alzoo 'er geene blijk voorhanden is , dat dionysius de Areopagiet ooit te Parys geweest is, en men hem met den Paryzer dionysius ten onregte verward heeft. Gebruik Menigvuldig was het gebruik , hetwelk men van

der Heil. ^eze [-iejijge Overbliiffelen maakte. Behalven het

Over- ° J

blijffelen. meer gewone tot genezing van ligchaamsgebreken

en ziekten , zelfs der ongeneefelijkfle ; tot afwen- ding van oorlogsgevaren', bij plegtige eeden , bewij- zen van onfchuld door dezelven ; droeg men ze ook in Hatelijke omgangen , ( Proces/ten , ) rond , tegen andere landplagen, bij voorbeeld in pesttijden. Men was het onder! usfchen daar bij niet altijd ééns. De ftad Verdun werd in het jaar 1044 door eene befmettelijke ziekte van bijna alle hare inwoners be- roofd. Haar Bisfchop richard geloofde dus, dat men den Heiligen viton om bijftand moest aanroe- pen , en z'n'n ligchaam op eene bare ronddragen ; maar de Abt aldaar, ook richard genoemd , fprak hem tegen, Lewcercnde, dat men de beenderen 'der

Hei-

GESCHIEDENIS. 77

Heiligen niet ontrusten moest. De Bisfchop gaf hem iv

eindelijk gelijk, maar tot ftraffe, zegt men, ftierven &OF_K

zij beiden wegens dezen misflag binnen weinige ja- Afdeel. ren (*). Men bediende zich ook van deze Over- IV blijffelen der Heiligen tegen die genen , die Kerken 2, ^T

lïa V^ \Jm

en Kloosters , in derzelver regten, vrijheden, of lan- Jaar 814. derijen , wilden benadeelen. Men droeg ze hun te tot io73- gemoet , om hun vrees aan te jagen , of leide ze weemoedig op den vloer der Kerken, wanneer het nooit miste , of alles verklaarde zich tegen de vijan- den der Kerk. Aan de Kerkvergaderingen gaf men een volkomen gezag van onfeilbaarheid , doordien men Heilige Overblijffclen in derzelver midden bragt, waar door de bewoners des Hemels, als hét ware, onzigtbaar bij hen tegenwoordig waren (f). Ein- delijk in het laatfte fierfuur zocht men zich door dezelve te verfterken , waar van de bovengemelde Abt richard een voorbeeld is (§).

Onophoudelijke godsdienftige reizen of bedevaar- Bede- ten naar zoogenoemde Heilige plaatfen , waren ook va2rten» een hoofdfoort van het Bijgeloof; het zij uit be- geerte, om zijn gebed op dezelve met te meer har- telijkheid en kracht te verrigten, of als eene opge- leide boete voor grove misdaden ; of uit verwachting van buitengewone hulp ; eindelijk uit nieuwsgie- righeid, om wonderen en geestelijke voorvallen te hooren verhalen. Bovenal badden reeds lang Jeru- zalem

(*) mabill. Ann. O. S. B. T. IV. p. 280.

(f) GLAB. RADILPH. HlStOr. L. IV. C. 5. (§) MABILLON /. C. pag. 474.

78 KERKELIJKE

IV zalem en Rome geheele fcharen van Bedevaart gan- boek gers 0f Pelgrims , ( van Peregrini of Peregrinan- Afdeel. tes •> ) tot z,c'1 getrokken, thans kwamen 'er andere Iv heilige piaatfen hi], en onder dezen was St. 'Jacob , na C G Cm net Spaansch San jfago ,) van Compost e/la 'm jaar 814. Gallicïè, ééne der voornaamften , federt men in de tot 1073 jxde eeuw verbreid had, dat men het lischaam van den Apostel jacobus den Ouderen daar gevonden had , hetwelk ook weldra door wonderen bevestigd werd. Naar Ro- Om verfcheidene redenen was de bedevaart naar me* Rome de gemeenlte , van waar niet alleen de der-

waards trekkende Pelgrims Romei , homines peregrini et Romei, Romipetae of Romipeda genoemd werden, en adelijke familien in Frankryk en Spanje öen naam Romeo , als ook een Pelgrimsreiszak tot hun wapen verkregen ; maar ook werd deze benoeming fpoe- dig van alle bedevaartgangers in het gemeen ge- bruikt (*> Naar Pa- Gevaarliiker waren de bedevaarten naar de heilige teftina. piaatfen van Paiaftina, welke als eene foort van vrome heldendaden werden aangezien. Omtrent het jaar 870 reisde een Frankifche Monnik bernhard , met twee andere Monniken , een' Spanjaard en een' Italiaan, derwaards, na den zegen van den Paus ontvangen te hebben; na vele doorgegane gevaren kwamen zij te 'Jeruzalem, en zagen daar in de Kerk van het H. Graf, 's nachts voor het Paasch-

feest , (*) nu VKZSNE'*Glos/ar. Tom. III. Romeus , Ro' mipeta.

GESCHIEDENIS. 79

feest, het wonderbaar ontfteeken der Heil. Lampen, iv waar van mosheim de Gefchiedenis tot de nieuwfte B(^K tijden heeft onderzocht ( * ). In de vroegere tijden Afdeel. der Xlde eeuw, was de toeloop van bedevaartgan- IV" gers naar het H. Land onbefchrijfelijk groot; en ve- na c°q len hielden zich voor de gelukkigfte menfchen, als Jaar 814. zij in dat land den geest mogten geven (f); de ioz I0"3# Gefchiedfchrijver dezer tijden glaber radulphus verhaalt ons , dat verfcheidene nadenkende vernuften van verfcheidene lieden gevraagd wordende, wat toch deze zoo ongehoorde toevloed der volken naar Jeruzalem beduidde? voorzigtig genoeg ten ant- woord gaven, dat dit de komst van den Antichrist aanduidde, die, op het einde dezer eeuw, verfchij- nen moest, wien alle volken te gemoet zouden gaan. Antichristen , in de beteekenis van gevaar- lijke vijanden Van den uitwendigen welvaart der Christenen en van de oefening van hunnen Gods- dienst waren 'er federt eeuwen genoeg aan de Ara- bieren en thans aan de Turken, waar, van om de- zen tijd een groot gezelfchap van bedevaartgangers naar Pal&flina de treurige ondervinding had. In het jaar 1064 reisden siegfried, Aartsbisfchop van Ments, gunther, Bisfchop van Bamherg , otto en willem , Bisfchoppen van Regensburg en Utrecht, en anderen, verzeld van meer dan 7,000 menfchen, met veel pracht naar Jeruzalem, maar

de- (*3 Commcntatio de lumine f. fepulchri Disf. ad H. E. pertinent. Fol. II. p. 211.

(f) GLABR. RADULPH. HistOV. L. IV. C 6.

8o KERKELIJKE

IV deze pracht maakte de roofzucht der /irabieren

boek gaande , met welke zij vele gevechten hadden , zoo

Afdeel ^at van ^e 7'00° ^enfchen naauwelijks 2,000 in

IV hun vaderland terugkeerden (*)•

Hoofdft. Terwijl de Christenen dus, op deze en andere na C. G. J

Jaar 814. wijzen, de Heiligen vereerden, zorgden hunne Leer- tot 1073. aars, voor de eer der Heiligen, door eene menigte Levens- Levensbefchrijvingen derzelven. Wij zullen dezel- befchrij- ven hier niet optellen, men vindt derzelver lijsten

vingen ^ DU pIN maijillon, de Schrijvers van de His- der Heil. ; ' J

toire Litteraire de la France en anderen.

Martyro. Ook werd met geen minder vlijt gearbeid aan het logia* vervaardigen van Martyrologia of Martelaarsboeken, van welke 'er zes voornamelijk beroemd zijn gewor- den; één van florus, Diaken en naderhand Pries- ter te Lions , die ook door andere fchriften zich eenen naam gemaakt heeft; na zijn dood in het jaar S60 ftelde zrjh vriend de Monnik wandelbert eert dergelijk werk op, hetwelk in Latijnfche dichtmaat vervat is ; omtrent denzelfden tijd , waarfchijnlijk kort na het jaar 840 , gaf rabanus maurus , na- derhand zoo vermaard als Aartsbisfchop van Ments , zijn Martelaarsboek in het licht. Bij ado, die in het jaar 875, als Aartsbisfchop van Fienne^ dezer wereld overleed, vindt men het eerst het Feest Al- lerheiligen op den nog gewonen dag aangeteekend , in het door hem vervaardigde Martelaarsboek, het- welk , wegens de goede orde en volledigheid , bo- ven (*) lamb. Schaf nab. de reb. Germ. ad a. 1064. et 1065. maijillon Ann.- O. S. B. T. IV. p. 656.

GESCHIEDENIS. 81

ven anderen geprezen wordt. Doch, omdat het IV wat wijdloopig was, werden 'er uittrekfels uit het- Ü0E:K zelven gemaakt, bijzonder door usuard, Monnik Afdeef. en Priester in het Klooster St. Cermain te Parys , IV die tot het jaar 877 geleefd heeft. In dezelfde eeuw na c q werd 'er nog een Martelaarsboek uitgegeven door jaar 814. notker, Monnik van St. Gaf/en, die van de an- tot lc73« deren van dezen naam onderfcheiden wordt, door den bijnaam Balbulus , of de Stamelende. In hetzel- ve neemt hij onder anderen op den ióden Augus- tus: Asfumtio B. Mari<£ genltricis Dei, het ver- haal over van gregorius van Tours , dat ctmis- tus zelf met zijne Engelen eerst de ziel der Heil. Maagd afgehaald, en aan den Aartsengel michael overgegeven , en vervolgens wedergekomen zijnde , ook haar ligchaam , in eene wolk , in het Paradys over- gedragen heeft. Men zou zich wel kunnen verwon- deren, voegt notker 'er bij, hoe gregorius in het Westen deze Oosterfche gebeurtenis is te weten gekomen ; maar daar is altijd een toevloed van men- fchen uit de geheele wereld tot den Heil. maarten van Tours geweest, en ook deed men uit het Wes- ten weder vele bedevaarten naar Azië. Ook komt het wel overeen met eene plaats van den Apostel , ( 1 Cor. XV. 20. ) Want het voegde best , dat het ligchaam , waar uit God zijn ligchaam genomen heeft, vroeger dan andere ten hemel werd opgeno- men. „ Ondertusfchen ," zoo befluit deze Schrijver, dewijl de geleerdfte Schrijvers misfchien hier om- trent verfchillen , kan ik in een zoo klein boekje niets bepalen ; maar dit geloof ik heel zeker met XIV. Deel. F de

82 KERKELIJKE

IV 5> de algemeene Kerk, en belycle het,, dat, bijal-

B0EX dien het hoousteerwaardige ligchaam, uit hetwelk

Afdeel. •>•> God mensen is geworden, nog ergens op de

IV aarde verborgen ligt, deszeifs openbaring eerst

C G " tot ^e vernietiging van den Antichrist bewaard.

Jaar 814. blijft." Dan dit zij genoeg tot eene proeve.

tot 1073. «pot ajje ^eze n^tjdeien^ om de vereering der Hei-

Feestda- ^gen te bevorderen, behooren ook hunne Feestda- gen der gen, welker tijd in de Martyologia werd aangewe- ei '^en" zen , en die met het getal der Heiligen voor bijzon- dere Kerken en Kloosters dagelijks vermeerderden» maar bijzonder door de geheele Westerfche Kerk toenam. In het voorgaande ( * ) hebben wij eene lijst opgegeven van de Feestdagen , welke , in het begin van dit Tijdvak, in de Frankifche Kerk, al- gemeen gevierd werden, als ook van het Feest aller Heiligen in de eerde helft der IXde eeuw ingefteld. Zeer waarfchijnlijk is toen ook het Feest van Ma- ria's geboorte ingevoerd ; het Feest van m aria's dood, ( Fes turn asfumtionis ,) was wel ouder; maar kreeg thans niet alleen meer benamingen; zoo als Festum depofitionis , dormitionis , (eigenlijk van de Griek fche Kerk, t»j? xaiwevas ,) Maria tranfitus , paufationis , dies Dominee 1 ook eenvoudig: Festivi- tas S. Maria, en bij ons in later tijden: Vrouwen* dag, of Groote Vrouwendag-, maar men kon het niet volkomen eens worden , of haar ligchaam nog op aarde was , dan niet , zoo als wij hier bo- ven uit eene plaats, van notker gezien hebben;

eene (*) Zie Deel Xll. Blads, 116, 117. (

GESCHIEDENIS. 83

eene onzekerheid, welke in de XVIIde eeuw tot IV een levendig verfchil in Frankryk aanleiding heeft BC^K gegeven. Paus benedictus de XlVde heeft, nog Afteel. als Kardinaal prosper. lambertini, dit verfchil iv insgelijks onderzocht ( * ) , en zich voor het ge- na c q woon gevoelen zijner Kerk verklaard, dat mauia Jaar 814. wel geftorven; maar kort daar na weder opgedaan, ut !°^3, en vervolgens met ziel en ligchaam ten Hemel op- genomen is. Van daar wordt het Feest, hetwelk men op den XVden Augustus viert, maria's He- melvaart genoemd.

Hoe zeldzaam fomtijds de oorfprong van nieuwe Feest al- Feestdagen geweest zij , ziet men aan het Feest aller ler zielen« zielen , hetwelk nog jaarlijks op den tweeden No- vember in de Roomfche Kerk wordt waargenomen. Omtrent het jaar 998, fchreef siegbert van Gem- hlours ( f ) , kwam een Monnik , op zijne terugreize van eene bedevaart naar Jeruzalem , bij eenen Klui- zenaar in Sicilië, die hem het volgende verhaalde. In zijne nabuurfchap fchoten op vele plaatfen vuur- vlammen uit den grond voort, welke de ingezetenen Vulkaans potten noemden ; daar moesten de zielen der overledenen , naar hunne onderfcheidene misda- den, allerhande ftraffen lijden; waar toe Duivelen beftemd waren , wier ftemmen , vreefelijken toorn , maar ook hun huilen de Kluizenaar gehoord had, . terwijl zij zich beklaagden, dat de zielen, door de

al-

(*) Comn. de D. N. Jtfu Christi, Matrhque ejus festis P. II. p. 288-300. Feteros Pragce 1756. fol.

(f) Chronogr. ad h. a.

F 2

84 KERKELIJKE

IV almoezen en gebeden der Geloovigen , inzonderheid doek toen door de Monniken van Clugny , die onophou- Afdeel. delijk voor de rust der overledenen baden , uit hun- IV ne handen gerukt werden. De Monnik verhaalde H°CfdG dit *an zi3llen Abt te C/ugny9 den beroemden odi- Jaar 814. lo; en deze, die niet merkte, dat de Kluizenaar tot 1073. j,et onderaardsch gedruis van den vuurfpu wenden Etna , of van eene ophanden zijnde aardbeving , voor ftemmen der Duivelen hield, of die het mis- fchien niet merken wilde, om met de eer aan zijne Orde bewezen voordeel te doen , verordende hier op , dat in alle zijne Kloosters , daags na het Feest aller Heiligen , het aandenken aan alle in Christus rustende zielen plegtig, door misoffer, gebeden en almoezen zou gevierd worden. Wanneer 'er in dit verhaal van Duivelen gewaagd wordt, die de zielen plaagden , verftond men dit niet van de zielen in de Hel, maar die in het Vagevuur lijdden. Zoo had reeds augustinus (*) beweerd, dat het offer des Altaars, of de almoezen, welke daar voor alle overledene gedoopten geofferd werden , voor de heel goeden eene dankzegging; voor de niet heel boo- zen eene verzoening; voor de heel boozen ten min- den een troost der levenden waren; voor vele over- ledenen waren zij nuttig tot volkomene vergeving der zonden; voor velen ten minden daar toe, dat hunne verdoemenis verdragelij ker werd. Want ook hier in geloofde men naderhand de leer van het vagevuur te vinden. Het geen odilo voor zijne

Co»- (*) Enchir. de fide , fpe et caritateT. VI. Opp.p. 174»

GESCHIEDENIS. 85

Congregatie had voorgele breven , werd in het ver- jv

V0I4 , men weet niet door welken Paus , tot eene B0EK

11

algemeene plegtigheid der Wcsterfche Kerk ge- Aillee!.

maakt (*). IV *

Hoe meer Heiligen, hoe meer Feestdagen , en % A Godsdienftige plegtigheden werden ingevoerd, hoe jaar 814. noodiger het was de Liturgien of Kerkedienften te cot io73« befchrijven , te meer in eenen tijd , wanneer men zoo Lkurgi- ▼ele kracht (lelde in uitwendige plegtigheden. Daar fche was dan ook in dit Tijdvak geen gering getal van Lhnlten* Schrijvers van dergelijke werken.

amalarius of amalhard , Diaken en Priester amala- te Mets , naderhand Abt van Hornhach , een* tijd RlLS* lang ook plaatsvervanger , ( Chorepiscopus , ) van den Bisfchop van Lion , was de eerfte en ook de uitvoerigfte onder deze Schrijveren. Bij siegbert van Gemblours (f) heet hij , waarfchijnlijk door verzien der Affchrijvers, attularius. Hij is in de Gefchiedenis niet onbekend, dewijl lodewyk de Godvruchtige een door hem opgefteld gefchrift over de pligten der Geestelijkheid , reeds in het jaar 816 op den Rijksdag te Aken Hatelijk deed goedkeu- ren. Doch het beroemdfte van zijne werken, {de Ecdefiastico Officio Libri quatuor,) eindigde hij ook reeds in het jaar 820, en droeg het aan den gemelden Keizer op , dien hij Rectorem totius chris- tiana religionis , quantum ad homines pertinet , noemt. Zijn oogmerk in dit gefchrift was, tot in

het

(*) mabill. Acta SS. O. S. B. fee. VI. P. I. p. 584.

(f) De SS. Eccles. Cap. 87. F3

86 KERKELIJKE

IV het pit der Kerkelijke gebruiken in te dringen , en

boek aan te wijzen , wat de eerfte inliellers derzelvcn be-

II Afdeel. ^oeld hebben, en wat nut zij aanbrengen. Hij

IV treedt vervolgens in aile mogelijke bijzonderheden ,

Hoofdfi. zej^s ontvouwt in jiet tweede Boek het geheim-

na C. Ct. j c

Jaar 814. zinnige in de verichillende pantoffels der Geestelijk-

t0£10"3 heid; ja de zweet- en neusdoeken zijn hem een zinnebeeld ótr godvruchtige en reine gedachten , door welken de bezwarenisfen der ziel worden af- gewischt , welke uit de zwakheid des ligchaams ontftaan. Somtijds , doch zelden was hij op een goed fpoor, bij voorbeeld, wanneer hij erkent (*}: dat' het bij het Avondmaal genoeg was , alfchoon ?ér' geene zangers noch voorlezers, noch andere vertooningen te voorfchijn kwamen, indien flechts de Bisfchop of Priester brood en wijn zegende , om liet volk tot heil ziiner zielen te verkwikken , 700 als zulks ten tijde der Apostelen gefchied was." Dit werk mishangde echter aan den Aartsbisfchop agobard van Lion. Deze was reeds voor lang onvergenoegd op den Schrijver, omdat deze het Kerkgezang van zijne Gemeente berispt had, gelijk hij hem ook daar over bitter genoeg had doorge- haald (f). Een nar en godlooze, zoo vong hij aan , een bekende lasteraar , heeft onze Kerk mon- delijk en fchriftelijk gelasterd , als of zij rn hare ge- zangen de vaderlijke gewoonte verlaten had. Waar tegen de Aartsbisfchop zocht te bewijzen , dat men

in

(*) Lfbr. III. póg. 173.

(f) /.gob. Liber de divtna pfalinodia T. II. p. 8084.

G E S C H I E D E N I S. 87

in de Kerft volltrèkt geene gemeene gezangen, (pk- iv beii Pfalmi^) ook niets van nieuwe gedichten, 1J0F-K (nihil pcetice compojïtitm ,) maar enkel Biibelfche Afdeel. Pfalmen, en andere daar uit genomene liederen zin- iv gen moge. Dit gefchrifc Was als eene voorrede tot in°p A een wijdloopiger (*), waar in agobard de verbe- JaVr 814. teri 'gen verdedigt, welke hij in verzameling der lot !.~Z*; gezangen van zijne Kerk, volgens de gemelde maar al te overdreven gemoedelijke , grondregelen , ge- maakt had; dtfor alles uit te fchrappen, wat niet onmiddelijk uit de Heilige Schrift getrokken was.' Ziine bewijzen ontleende hij gedeel'elijk uit de God- delijke ingeving der Pfalmen; gedeeltelijk uit de ge- brekkelijke gefteldheid van vele nieuwere bijvoeg- felen in de Geestelijke gezangen; maar ook uit de voorfchriften Van Kerkvergaderingen en Kerkvaderen, onder Welken augusïinus het zelfs voor eene Irifuf- bare zonde verklaarde , wanneer het gezang ons meer roere, dan- de' zaak welke gezongen wordt. Geen wonder was het dus, dat' agobard ook het Litur- gifche- werk van amalarius aantastte (j), even- wel vertoont hij zich daar in meer als hatelijke te- genpartij, dan als ' öripartijdïgen onderzoeker, zonder de hoofdzaak zelve aan te roeren. Zijne ongezind- heid jegens "amalarius Jging ook over op zijnen Diaken florus , van wien men ook een Liturgisch Boek heeft: (Se actione 'Mis fa , of de expofiiione

Mis-

L

f*) l): correctione sintiphonarii' ih'ul. />. S5-10:. (f) Lib. contra Librm IV. Amalarii Apkaih ï. c. petg. 10 r 119.

F4

S8 KERKELIJKE

IV Mis/ie ,) doch die omtrent het jaar 835 in drie on-

boer derlcheidene gefchriften , aan even zoo veel Kerkver-

Ardeel gaderingin gerigt, tegen amalarius opkwam, en

IV hem van velerhande dwalingen befchuldigde. Doch

Hoofdft. j- fc|ircef met Zulke verbittering, dat hij, even na C. O. ...

Jaar 814 min als agorard, 111 Haat was, om de achting

tot 1073. voor ]iet werk van amalarius , hetwelk geheel in

den fmaak dier tijden was , omver te werpen,

walafri- Korter-, maar meer gefchiedkundig, en gevolgelijk

dusstra- eene berere leerwijze, fchreef walafried de

po.

Scheele , ( of Strabo , ) in het jaar 840 , een Boek

over den oorfprong en aanwas der Kerkelijke pleg- iigheden , ( de exordiis et incrementis rerum ecclefi- asticarum , ) in hetwelk hij zich onder anderen bij de pjegtighederj van het Heilig Avondmaal lang op- houdt, en van het eenvoudig vieren van hetzelve , ren tijde der Apostelen , gewaagt , hetwelk omtrent zoo gefield ware, als het nog op Goeden Vrijdag, wanneer 'er geene Mis gevierd wordt , gebruikt wordt; terwijl hij de vermenigvuldiging der gebrui- ken bij hetzelve afleidt van de uitbreiding der Chris- telijke Kerk ; gedeeltelijk van de toenemende menigte der Heiligen; ook had men daar door de onkundige nieuwbekeerden des te meer in het geloof bevesti- gen, en hun hetzelve te gemakkelijker willen inboe- zemen. — * Van den Doop meldt walafried, dat. hij , in de eerfte tijden , alleen bedeeld werd aan de genen , die wisten , wat zij , bij het ontvangen van denzelven , gelooven , belijden en belooven moesien; maar als de Christenen naderhand overwogen , dat adams erfvlyke zonde ook die genen ftraf baar maak^

te,

GESCHIEDENIS. Sp

te , die geene dadelijke zonden begaan hadden , iv

heeft men ook de kinderen gedoopt , om hen niet BGEK

zonder hulpmiddel te laten verloren gaan ; terwijl Afdeel

integendeel de Ketters derzelver Doop onnoodig IV

hielden, omdat zij nog niet gezondigd hadden. ° ~I' ' j » ö o na C. G.

Hij befluit zijn werk met eene vergelijking tusfchen jaar 814. de. Geestelijke en Wereldlijke waardigheden , van :ot 1073. welke de laaiden, zoo hij gelooft, in de eerden" veranderd zijn , gelijk de fchatten van Egypte be« iteed zijn tot gebruik van den Tabernakel. De Roomfche Paus, meent hij, is te vergelijken bij den Keizer', een Patriarch, met eenen Patricius; een Aartshisfchop met eenen Koning ; een Metro- politaan met eenen Hertog ; een Bisfchop met eenen Graaf; een Abt met eenen Tribanus , of Over ft en ; en een Aartskapellaan met eenen Paltsgraaf enz.

In het werk van rabanus maurus, over het on- derwijs der Geestelijkheid , en de Kerkelijke ge- bruiken , handelt deze vermaarde Schrijver wijdloopig genoeg over de Kerkplegtigheden , doch brengt meestal gewone, en niet zelden verkeerde berigten van der- zelver ooifprong bij, Deze laat, ten aanzien van den Doop , de kinderen door anderen tot hunne za- ligheid gelooven.

orimoald, Abt van St. Gallen, van het jaar S41 remigrts tot 872, heeft ook het een en ander hier toe bijge- dragen, doch amalarius heeft reeds van zijnen arbeid gebruik gemaakt ; maar remigius is meer beroemd , een Monnik te Auxerre, Opziener der School van zijn Klooster , na het jaar 882 , (lichter van het eerfte openbare School te Parys , zoo veel F 5 wen

^o K E "R K E L r} K E

IV ra dn weet, waar uit naderhand de Univerftteit aï- boer ^ag,p ontflaan is , en overleden in het jaar 908. Afdeel. Men heeft zijn gefchrift: Expdfttio Mis fee gevoegd IV in een Boek, hetwelk verkeerdelijk aan alcuin is °r q toegefchreven , waar in echter zijne geleerdheid niet Jaar 814» zeer uitblinkt, Den oorfpro'ng van het woord Mis- tot Id/3 fa , raadt hij naauwelijks eenigermate naar de aan- leiding van isïdorus , maar hij voegt *er nog een paar andere onbekookte invallen bij: ( Mis fa di- citur quafi tramrmsfa, vel quafi transmisilo, eo quod populus fidelis de Tuis meriiis non pirefumens, preces et oblationes , quas Deo omnipotenti offerre defiderat , per mhnfteYium , et orationem facerdotis ad Deum transmiftat , 'quem mediatorem inter fe et illum ésfö cognoscir, &c. five alio modo potest dict Mhfa\ èo cfücMP nds mittat ad Deum. ) 'berno, (eene verkorting van bernhard , ) Abt van Ileichenau , omtrent" liet jaar 1014, heeft ook ecne verhandeling over een gedeelte der Misplegtig- fiedeh nagelaten, \ck : quibusdam rebus ad Misfe officium' perdinentibus libellus.') Hij was de eerfte Abt, dien ddor deri Paus vergund werd, de Mis i!i ' BisfchoppeUjk gewaad te vieren. Maar de Bis- fchop van Con flans beklaagde zich over deze in- breuk op ' zijne regten bij den Keiler ; en de Abt moest hem het verkregen Privilegie overleveren , Hetwelk de ftisfehop verbrandde (*). Oróalia Zoo bepaalde zich in dit* Tijdvak cïë Beoefenende Judcia Godsdienst der Christenen , onder geleerden en oh- üeV . e 1 n ge.

(*) ■lifeRM/.N. Ow/^-K.V. Chrrm. fid a. I032.

GESCHIEDENIS. 91

geleerden, bij uiterlijke plegtigheden, wier bronnen iv niet zuiverder waren dan de geliefdfre foorten van B0EK liet Bijgeloof, het Monnikenleven en de vereering Afdeeï. der Heiligen. De minften' van zulke bijgeloovige lv' gebruiken waren wel geheel niéuw , maar rooit had na c q men ze zoo vlijtig geoefend, nooit zoo hoog ge- Janr R14. dreven, en in zeldzame gedaanten hervormd, als r°c I073« thans, Dit was bijzonder het geval met de zoogc' qocjs noemde Ordalia, ook *fndicïa Dei, oordeelen of oordelen. gerigten Gods. Men ftond reeds vroeger in de verbeelding, dat in twijfelachtige verfchrllen , bijzon- der den Godsdienst , de onichuJd en eer betreffen- de , God op eene wonderdadige wijze tusfehen bei- den kwam ter beflisfwg. Reeds in de Vide eeuw vindt men een voorbeeld van twistenden , die zich naar het graf van zekeren Martelaar begaven , om zich aan het Oordeel van God te onderwerpen (*). Het kampgevecht, hetwelk hier ook toe gebruikt werd , was oorfpronkelijk uit andere dergelrken on-* der de Heidenfche Volken. Tegen velen van deze bi;g-:loovigheden hadden de Vorsten en Geestelijken in het eerst bedenk lijkheden , zoo als rotharius, 1 der Langobarden , bekende , dat velen, door den kamp, hunne zaak zonder reden verloren had- den, maar omdat zijn volk 'er aan e e woon was, kon hij dit goddeloos gebruik niét verbieden. Daar- om werd in het vervolg de zuivering der orifchul-

di- (*) gregor. Taron. de mivacul. L. II. Cap. io. en bij denzelfden Schrijver van 'eencn kamp, öïs eeir oor- deel van God. Hist. franc. L. Vil. C. 14.

92 KERKELIJKE

]V digen door een Gods gerigte verdeeld in de Kano- boek ftieke, die door eenen eed gefchiedde , en van de Afdeel. Kerkvergaderingen toegelaten was , en in de ge- IV meene, welke door het volksgebruik en vooroordeel C G was in&evoerd* Op den Rijksdag te Aken, in het Jaar 814 jaar 816, werd de kruisproeve , (examinatio cru- tot 1073. cis ^ volftrekt verboden, ook fchafte lodrwyk de Godvruchtige de proeve met koud water in ziine landen af, in het jaar 8.29. Omtrent het midden van die eeuw verklaarde Paus nicolaus I zich na- drukkelijk tegen de onfchuldsproeve door eenen kamp , in eenen Brief aan karel den Kalen , ja nog tot in de Xlllde eeuw hebben verfcheidene Paufen zulke buitengewone zuiveringsmiddelen ver- boden, maar niet alle Paufen waren zoo ftreng, en de overige Geestelijkheid bevorderde ze veel eer, omdat haar gezag 'er bij won , en ook wel uit verbeelding, dat God zelve ze goedkeurde, terwijl het gemeen zich zulke oude en geheiligde gebrui- ken , welke wonderdadig beflisten , waar alle andere middelen onvoldoende waren , allerminst liet ont- nemen.

Mannen van aanzien onder de Bisfchoppen ver- dedigden daartegen deze biigeloovige gebruiken , en onder dezelven de vermaarde hincmar , Aartsbis- fehop van Rheims , die gevraagd zijnde , wat hij van de gerigten Gods door kookend of koud water als ook door gloei 'j 'end ijzer dacht, omdat fommi- gen zeiden, dat zij niet geloofwaardig, maar flechts nienfc elijke uitvindingen waren, door welke heel dikwijls, uit hoofde van fnoode kunden, (per ma.-

GESCHIEDENIS. 93

hficiay ) de onwaarheid de plaats der waarheid iv verving, zeer uitvoerig antwoordde, maar weinig B°^K tot eer van zijn oordeel en verftand, evenwel bij Afdeef. flot verklarende, dat hij, indien iemand hem beter IV onderrigtte , gaarne van zijn gevoelen wilde af- na°£, G' ftaan (*). Jaar 814.

Wij zullen, tot een voorbeeld, met welken om- tot I073* flag van plegtigheden foortgelijke proeven in het pwtj<T. werk gefield werden , hier die genen befchrijven , heden bij welke plaats hadden, bij de proeve van kookend dePj"oet water. Wanneer de Priester een' of anderen zou kend wa- toelaten tot gemelde proeve , ( ad comprobationem ter' éiqiHZ calid<ei') deed hij hen eerst in de Kerk ne- derknielen, en drie gebeden opzeggen, in welken om Gods genade en befcherming gebeden werd. Vervolgens moest hij de Mis voor hen zingen; hen hun offer op den altaar laten brengen, en, eer zij het Avondmaal gebruikten , hen bij de heil. Drieëen- heid, bij hun Christendom, bij het Euangelie, en bij de Reüquien , die in die Kerk bewaard werden, bezweeren, dat zij toch tot dit genieten niet zou- den toetreden, zoo zij iet misdaan, of daar in toe- geftemd hadden , of 'er eenige omftandigheden van wisten. Als zij niets bekenden , moesten zij na hem het Avondmaal ontvangen, en hij tot hen zeg- gen, terwijl hij het overreikte: ,, Dit ligchaam en 5, het bloed van onzen Heere jezus Christus zij u heden tot eene proeve. " Thans moest hij

naar

(*) De divort. Lot har. et Tetberg. T. I. p. 599-613. et Epist. XXXIX. T. II. Opp. p. 676-6^6.

9I KERKELIJKE

IV naar de plaats, waar dezelve gereed gemaakt werd,

boeü gaan, met het Euaiigelieboek en het Kruis; aldaar

Afd^el eene Litanie zingen, en vervolgens het water, eer

IV het kookte, op deze wijze bezweeren: Exorciz»

Hoofciït. te creatura aquce , in nomine Dei Patris Omni*

m C. G. 27

Jaar 81^ „potent is, et in nomine Je fa Christi , filii ejusy

tot 1073. 5) Domini nostri , ut fias aqua exorcizata , ad ejfu- gandam omnem potestatem inimici , et omne pkan- tasma diaboli ; ut , f hic homo, qui manum in te misfurus est , innocens exftiterit de hac cuipa , unde reputatur, pietas Dei omnipotentis liberei eum, et Ji , quod abfit, cuipabilis est, et pree* ,, fumtuofe in te manum mittere aufus fuerit > ejusdem omnipotentis virtus fuper eum boe de- clarare dignetur. &c. Hier op volgde een lan- ger gebed van denzelfden inhoud, en eene dergelijke bezweering aan het water. Eindelijk moesten zij, die tot de proeve beftemd waren, reine kleederen van eenen Exorcist of Diaken aantrekken; het Eu- angelieboek en het Kruis kusfen; ook van het ge- zegende water drinken , waar bij hun gezegd werd , Bat hun dit tot eene proeve dienen zou ; dan werd 'er hout onder den ketel met water gelegd ; de Priester fprak, als het kookte, gebeden; de befchul- digde zeide het Onze Vader op, en teekende zich met het kruis; fchielijk werd de ketel van het vuur genomen ; en hij (lak 'er de hand tot eene beftemde diepte in; de hand uitgetrokken zijnde, werd zorg- vuldig omwonden , met het zegel van den Rigter verzegeld , en op den derden dag door bekwame mannen bezigtigd.

Zeld-

GESCHIEDENIS. 95

Zeldzamer was de proeve door kaas en brood , iv

waar bij gebeden werd, dat, indien iemand 1'chul- B0EK

dig ware , zijne keel mogt zamcntrekken , zoo dat Afdeel.

hij niet zou kunnen flikken, of deze fpijze weder IV

uitfpuwen zou enz. °i^ V-*

r na c kj.

Tot eene der eerwaardigfte proeven van onfchuld Jaar 814. diende voornamelijk het Heilig Avondmaal, waar toc l073# omtrent eene Kerkvergadering te Trihur in het jaar 895 verordende, dat de Leek zich met eenen eed moest zuiveren; maar de Geestelijke door het Avond- maal; dewijl deze om geene geringe redenen zwee- ren; noch de hand, met welke het ligchaam en bloed van Christus voortgebragt wordt, (confici* tur,} door eenen eed bezoedeld mogt worden (*_).

Geene proeve echter was onder deze allen meer ge- woon , dan het kampgevecht , waar omtrent men eene wet had van gundebald , Koning van Burgundië , in de Vide eeuw; vergeefs zocht eene Kerkvergadering teFalence in het jaar 855 deze gewoonte af te fchaf- fen, zij nam integendeel veeleer de overhand, ja 'er zijn voorbeelden, onder de regering van otto I, dat door een' kamp niet alleen bijzondere gefchilien» maar zelfs regtsgeleerde vragen beflist zijn gewor- den (f).

Na zoo vele voorbeelden van heerfchend bijge- agoiiard,

loof, moet het den Lezer aangenaam zijn, te ver-, £?rtsbis- j J Z> j fchopvaa

nemen, dat men echter hier en daar nog eerwaar- Lions,

di-

(*) Ap. hard. T. VI. P. I. pag. 445.

(f) Men zie de lijst der Schrijveren over dit gehee-

onderwerp in fabric. Bibliogr. dntiquar. p. 696.

f)6 KERKELIJKE

IV dige mannen vond, die zich tegen hetzelve, hoe- bork wej met weinig vrucht, verzet hebben. Deze ver- Afdeel. diende komt onder anderen toe aan agobard , IV Aartsbisfchop van Lions , die ons reeds een en an- m°C G dermaal, hoewel in geen gunftig licht, is voorge- Jaar 814. komen; doch men vergeet zijne gebreken ligtelijk, tot 1073. wanneer men hem, met vrijmoedigheid, ziet opko- men tegen het bijgeloof van zijnen tijd. Hij was in zichte^en het jaar 779 geboren , en vormde zich onder het het Bijge- opzïgt van leidrad, Aartsbisfchop van Lions , zoo gelukkig, dat deze hem in het jaar §04 tot Priester wijdde, en hem kort daar na het beftuur der zaken van zijn Kerspel opdroeg, en hem den weg baande, om in het jaar 816 zijn opvolger te worden, toen hij zelf zich in een Klooster opfloot, In het jaar 818 wederleide hij den even te voren overledenen Bbfchop felix van Urgella, niet lang daar na fchreef hij zijne opftellen tegen de Joden , en tegen velerhande grove misbruiken. IJverig verdedigde hij de Frankifche Kerkwetten tegen de aanmatigingen der Roomfche Paufen; op de Rijksvergadering te Att'^ny , in het jaar 822, beklaagde hij zich over de Wereldlijke Heeren , die Kerkgoederen aan zich trokken , en als men hem daarom befchuldigde van twist te ftoken tusfehen de Geestelijke en Wereld- lijke Standen , fchreef hij , tot zijne verdediging , eene verhandeling: Liber de dispenfatione ecc/e/ïas» ticarum rerum (*). Ondertusfchen mengde hij zich in de zamenfpanning der Zonen van lodewyk

den (*) Tom. I. Qpp. pag. 268-300.

GESCHIEDENIS. 97

den Godvruchtigen, in het jaar 833, om hunnen IY

Vader te onttroonen ; toen lodewyk weder herfteld C0^K

il was, werd agobard in het jaar 835 van zijne Afdee'.

waardigheid ontzet, evenwel gaf hem de Keizer in jV

het jaar 837 zijn Aartsbisdom weder , waar na hij na c q

in het jaar 840 overleed. Zijn ijver voor de regten Jaar 814.

der Kerk heeft hem in de Kerk van Lion de ach- ^ t lo?$*

ting van eenen Heiligen verworven. Het ftrekt hem

alszins tot eere, dat hij het Bijgeloof van meer dan

ééne zijde heeft durven aantasten, 'm eene eeuw,

welke geen licht verdragen kon.

Zijn gewigtigfte en over het geheel beroemdfte Boek van dezen inhoud heeft ten opfchrift : over de Beelden: Liber de imaginibus , five Liber contra eorum fuperftitionem , qui pkturis et imaginibus fanctorum adorationis obfequium deferendum pu- tant ( * ). Twee andere werken zijn bepaaldelijk gerigt tegen de Gods oordeelen : Liber ad Lud. Pium9 adverfum legem Gundebaldi 9 et impia certa- mina , qua per eam geruntur ( f ) ; et Liber de divinis fententiis digestus , cum brevisfimis adnota~ tionibus , contra damnabilem opinionem putantiumy divini judicii veritatem igne , vel aquis , vel cor<flic- tu ar mor um pat e fier i (§).

agobard tastte nog een ander foort van Bijge- loof in een bijzonder gefchrift aan: Liber contra infulfam vulgi opinionem de ggandine et toni-

truis

(*) Opp. Tom, I. pag. 221- 268.

(t) Opp. Tom. I. pag. 107-121.

(§) /. c. pag. 301-329.

XIV. Deel. G

98 KERKELIJKE

IV truis (*). Cijna alle menfchen, van alle rangen, BosK zegt jvijj geloofden in dit land, dat hagel en cn- Afie^l. wéér door menfchen naar derzelver welgevallen ver- IV" wekt konden worden. Zij noemen dit aura levati- n n tia- eene lucht, welke door tooverkunften van ze- Jaar 814 kere lieden, (Ternpejiarii ,) verheft zal zijn. Ja lot IO?3- de meesten zijn zoo razende, dat zij zich verbeel- den, dat 'er een land is, Magonia , uit hetwelk fchepen door de kient komen, in welke de vruchten door den hagel en het onweder nedergeflagen naar dat land gebragt werden , terwijl deze luchtfchip- pers aan de onweermakers daar voor geld betaal- den. Men was zelfs eens op het punt , om drie mannen en ééne vrouw, die van deze fchepen af- gevallen zouden zijn , te fteenigen , toen het goo- chelfpel nog gelukkig ontdekt werd.

Over de eer , aan de Heiligen bewezen , dacht hij ook vrij helder ; en één van zijne Brieven , (Epist. ad Bartholomceum , Episc. Narbonens. de quorundam inlufione fignorutn) (f) , is ook nog een getuigenis van zijne meer gezuiverde denkwijze. Eene foort van ziekte, aan de vallende ziekte ge- lijk , trof vele menfchen te Lions ; ook voelden zij eenen brand aan het ligchaam , waar van men de plekken zag: en dewiil dit menigvuldig in de Kerk van den Heiligen firminus gebeurde, werden daar vele gefchenken gebragt. De Aartsbisfchop keurt deze milddadigheid af; toont aan, dat zij aan ar- men (*) Opp- Tom. I. pag. 145-164. (t) Opp. Tom. I. pag. 197.217.

GESCHIEDENIS. 99

men en vreemdelingen beter befteed zou zijn; en IV onderrigt den Bisfchop, dat deze tuchtiging van B(J!rc God alleen, en niet van den boozen geest, afkomt. Aideel.

agobard heeft behalve deze en andere fchriften IV ook nog Brieven en Gedichten, doch die wéinïg M*?r q beteekenen , nagelaten. Zijne werken waren bijna Jaar 814. geheel verloren geraakt, toen papuie masson dezelve tot 1073» kocht van een* Boekbinder te Lion , die van een Handfchrift van deze werken juist Banden voor an- dere Boeken wilde maken. Volgens hetzelve gaf hij 'er eene uirgave van te Parys in 1601 in 8vo,maar baluzius gaf eene andere en betere uitgave aldaar Sn 1666 in twee Deelen in Svo.

'Er waren behalve agobard nog wel eenige wei- nige mannen , die het Bijgeloof perk poogden te zetten. De Bisfchop theodulf van Orkans had niet veel op met de Bedevaarten, claudius , Bis- fchop van Turin , verwierp niet alleen den Beelden- dienst, maar zelfs het teeken van het Kruis , maai kreeg daar door den naam van eenen Dwaalleeraar, die hem nog in zijne Kerk aankleeft; en bovendien waren het fleebts enkele ftemmen , die zich lieten hooren, en niet veel indruk konden maken; men trof ook niet den wortel van het Bijgeloof, maar poogde enkel eenige takken van den Boom, die 'er ontelbare had , te befnoeijen.

G 2 VIJF-

ioo KERKELIJKE

V IJ F D E HOOFDSTü K.

Godgeleerdheid. Canon des Bijbels enz. Bijbcluii- legging. Geloofsleere. Zedeher. Predikatie;:.

IV -Dy zoodanige gefleldheid van den Godsdienst, kon bjek men geene uitbreiding, verbetering, of zuivering Afdeel. van ^e Godgeleerdheid , of vvetenfehap van den V Godsdienst, verwachten. De Leeraars van den Gods - ir°C G dienst hadden geene andere verdienden , boven die Jaar ,0, 14.. van het naastvoorgaande Tijdvak; alleen zij lazen tot I073- en verzamelden vlijtig, wat in de Westerfche Kerk biizonder in de Godgeleerdheid gedaan was, zonder den geest van onderzoek en oordeel , welke , indien bij zich hier of daar eene enkele reize fchecn te ver- toonen, echter geene vruchten voortbragt, omdat geene vrijheid van denken plaats had, daar het ge- zag der Kerkvaderen, de uitfpraken der Kerkverga- dei ingen , en thans ook het aanzien der Paufen en van derzelver Decreten of Befluiten alles afdeeden, en niet mogten tegengefpmken worden. Allerge- vaarliikst was het, indien iemand durfde onderdaan, het leerftelfel vviisgeerig op te helderen , gelijk uit het voorbeeld van joannes scotus en berenga- ruts enz. blijken kan. kotker's notker , met den bijnaam de Stamelaar , Mon- B'> k nj^ van $tm Gallen, die ons reeds meer is voorge- «itlesaers komen , ftelde, omtrent het einde der IXde eeuw,

des Bij. een Boek op over de Uitleggers van den Bijbel , bels. rót

GESCHIEDENIS. ' 101

(de interpraibus dhinarum fcripturarum , ) liet- IV welk eigenlijk eene aanwijzing is aan eenen salo- norK mo, naderband Bisfcbop van Conftans , van de Afdeel. Schrijvers en Boeken, die voor eenen Godgeleerden V noodzakelijk zijn ; waar in hij als zoodanig aanprijst a°5y J, de beste Latijnfcbe Uitleggers der Heilige Schrift , Jaar 814. Schrijvers over de Gefchiedenis der Apostelen, Han coc 'c~2« delingen der Martelaren , Levensbeschrijvingen der Heiligen, en andere tot de Gefchiedenis der Kerk behoorende werken.

Omtrent den Canon des Biibels bleven in dit Tijd Onondes vak de Griekfche en Latijnfche Kerk verfchillen , BiJbels« dewijl elk zonder eigen onderzoek nafchrcef, wat zijne voorgangers gefch reven hadden; de ÏVesterfche Kerk volgde haren augustinus, de Griekfche hare Vaders, na. Zoo herhaalt de vermaarde raban enkel het gene isidorus over de Bijbelboeken des Nieuwen Testaments gezegd had, dat mattheus in het Hcbreeuwsch heeft gefchreven; dat de Brief aan de Hebreen van de meeste Latijnen verworpen is enz. Zonder eenige bedenkingen is de Canon of Lijst van augustinus geplaatst voor een Hand* fchrift des Bijbels , met gouden letteren , hetwelk een gefchenk was voor karel den Kalen (*). Aan den anderen kant noemt wel de beroemde odo , Abt van Clugny , in de Xde eeuw, dm Zaligen tobias, en haalt het lilde Boek Ezra aan, onder den naam van de Schrift , maar het Boek der Wijs- heid fchrijft hij flechts aan zekeren onbekenden toe ,

ook (*") BALÜZ Qapitull. KR. franc. T. II. p. 1568.

G3

ioa KERKELIJKE

IV ook fpreekt hij van de overige dpokryfe Boeken vet» »0EK achtelijk genoeg.

Afdeel. Merkwaardig is de vrijheid, met welke agobar.d

V over de taal en ftijl der Heilige Schrijveren fpreekt.

Hootcin. Qe ^t FREDEG1S 0f fridügis te Tours had hem

na C- O.

Jaar 814 onder anderen te last gelegd, dat hij deze Schrij-

tot 1073. verS} derzelver Overzetters en Uitleggers , befchuldig-

AGO, de , dat zij de regelen der Spraakkunst niet hadden

baros in acht genomen. Hierop antwoordde agobard,

mtfpraak r£jfcr contra ohjectiones Fredegifl Abbatis} f*),

over de v ■' ö ' y K ' *

taai enftijl dat zij zulks niet uit onwetendheid of kwaadheid,

dcrüeil. maar ujt toegevendheid gedaan hadden. Even gelijk vers. de Schrift zich op eene menfchelijke wijze uitdrukt, om aan de menfchen onuitfprekelijke dingen bekend te maken, zoo hadden ook de Overzetters hun best gedaan , om haren zin regt duidelijk uit te drukken , alhoewel zij daar bij tegen de fpraak regelen handel- den. Het was ook onwaar, voegde agobard 'er bij, dat hij aan den Heiligen Geest, terwijl hij door de Profeten en Apostelen fprak , eenen boerfchen ftijl had toegefchreven ; maar wanneer fredegis be- weerde, dat de Heilige Geest aan deze Schrijvers niet alleen de door hen voor te dragen leere , en de vviize van voordragt ingegeven ; maar ook de lijfe- lijke woorden in hunnen mond zou gevormd hebben 9 dan zou men de ongerijmdheden niet kunnen tellen , welke daar uit voortvloeiden, Vertnlin- In eenen leeftijd, in welken niemand de noodza-

genvaa kelijkheid en nuttigheid van den Bijbel voor or^gc- denBijbel ^

(*) Tom. I. Opp. pag. 173.

GESCHIEDENIS. 103

leerde Christenen erkende, kon men naauwelijks IV vertalingen in de moedertalen der landen vervvach- B0EK ten; evenwel waren 'er eenigen, onder de Ocstfran- Afdeel. ken en Sak/en, bijzonder onder de eerstgemelden, v een olfried, notkePv Grootlip , en willeram, nn°p A die, zoo al niet ten algemeenen gebruike, echter tot Jaar 814. hun eigen vermaak, tot oefening, of op last van tot io73» hunne Vorsten , omfchrijvingen van Boeken der H. jn demoe- Schrift in hunne moedertalen vervaardigden. dertalen.

Maar des te talrijker zijn de uitlegkundige werken Uitleg- van deze tijden, doch van weinig innerlijke waarde, j\en:d|ir gelijk wij reeds aangemerkt hebben.

Een man van grooten naam, fotius, Patriarch f orivs. van Konflantinopolen , omtrent het midden der IXde eeuw, belooft niet weinig in de verklaring der Heil. Schrift, maar fchijnt juist niet veel uitmuntends ge- leverd te hebben. Onder het opfehrift, ra, 'a^/Ao- yiat, , Helde hij antwoorden op 308 vragen en twij- felingen van amphilochius, Bisfchop van Cyzicum op, doch die 'er van overig zijn, zijn niet van uit- legkundigen, maar gefchiedkundigen en geheimzin- nigen inhoud; zoo zijn ook verloren zijne uitlegging over de Pfalmen en Profeten , als ook over mat- theus en over de Brieven van paulus , alleen is van het laatfte iet over in de groote uitlegkundige uittrekfels, (Catcna Patrum.~) Het een en ander uit zijne verklaringen , hetwelk oecumenius onder zijnen naam aanhaalt, verdient opmerking. Zoo vindt fotius Rom. V. ia. zoo min, als andere Griekfche uitleggers , iet van de Erfzonde. De men- fchen hebben , naar zijne meening , in adam op die G 4 wij-

104 KERKELIJKE

IV wiize mede gezondigd, dat hij het begin tot zondi- dqbk gen gemaakt; maar zij daar uit gelegenheid geno-

Afdeel. men » ')et kwaad met van zicn afgewend , maar het

V al hooger en hooger gedreven hebben (*). Jtootdit. ^ even genoemcje oecumeniüs was een na C. (j. &

Jaar 814. vermaard verzamelanr voor deUitlegkunde des Bijbels

tot 1073 'in fa Tijdvak, doch van zijne levensbijzonderheden of.cume- vveet men weiöig of niets, montfaucon heeft het ïuvs, eerst ontdekt , dat hij Bisfchop van Tricca in Thes- fali'è geweest is. Hij behoort waarfchijnlijk tot de laatfte tijden der Xde eeuw. Onder zijn' naam is een Commentartm over de Handelingen der aposte- len , de Brieven van paulus, en de zeven alge- meene Brieven, uitgegeven met andere ftukken te Verona in het jaar 1532 in Folio, Het meest in denzelven is uit chrysostomus en andere oude Griekfche Kerkvaderen ontleend , evenwel heeft hij het een en ander van zijn eigen. Opmerkelijk is het, dat hij de plaats 1 Joann. V. 7. in zijnen Tekst niet heeft.

De Griekfche Kerk had weinige Uitleggers van den Bijbel ten dezen tijde , maar zij had eenen rijk- dom van oude uitlegkundige werken. De Wester- fche Kerk had eenen ruimeren overvloed van Uitleg- gers, maar armoede aan ware uitlegkunde, daar men meestal berustte in het geen ambrosius, augusti- nus,.gregorius en dergelijke Leeraren gefchreven hadden, en zich voorts bezig hield met geheimzin- nige, zedelijke en leenfpreukige uitleggingen van óen Bijbel uit te denken. On-

(*) oecüM, Co;;i;;:. fa Ep, ad Kont. T. I. p. 26^

GESCHIEDENIS. 105

Onder dezen hoop van gemeene fchriftverklaarders iv

maakte christiaan druthmar eene uitzondering; B°^IC

uit Aquitani'è geboortig, hoewel anderen hem een' Afdeel.

Duitfcher maken, Monnik en Priester in het Kloos- V

ter Corbie , die omtrent het midden der IXde eeuw °Z ~

na L. (_r.

geleefd heeft. Wegens zijne geleerdheid werd hij Jaar 814. Grammaticus genoemd. Hij fchreef eene verklaring tot I073« van het Euangelie van mattheus, voor de jonge DRUTH. Monniken van het Klooster Stablo. In dezelve ver- mar. klaart hij : ,, gepoogd te hebben , den historifchen zin meer te volgen, dan den Geestelijken, de- ,, wijl het hem onredelijk voorkwam , dezen laatften in een Boek op te zoeken, zonder den eerden te kennen; terwijl veel meer de Gefchiedenis de grond is van alle kennisfe , en daarom eerst moet ,, naargefpoord en bevat worden ; van daar kan men eerst volkomen tot eene andere Uitlegging ,, overgaan." De bekende plaats: op deze petra zal ik mijne gemeente bouwen, verftaat hij dus: Op dezQ vasrigheid des geloofs, hetwelk gij be- leden hebt, zal ik mijne Kerk, en op mij u met mijne geheele Kerk bouwen." De vermaardfte plaats in deze Uitlegging betreft het Avondmaal. ,, ji> ,, zus, zegt hij, gaf aan zijne jongeren het Sacra- ment van zijn Ugchaam, tot vergeving der zon- den , en tot behouding der liefde ; opdat zij , de- ,, ze handeling gedenkende, dat gene (leeds in een Beeld doen zouden , ( in figuram facerent , ) wat 5. voor hun gefchicd was, en deze liefde niet ver- geten zouden : dat is mijn Ugchaam, dat is, 5, in het Sacrament" Deze plaats is zoo ftrijdig G 5 met

ioG K E R K E L IJ K E

IV met de uit legging der RoomschkathoUjken , dat B(^K sixtus van siena en andere geleerden van zijne

Afdeel. Kerk beweerd hebben, dat deze plaats in de eerfte

V uitgave te Hagenau in 1530 in 8vo , van joan na c/G. secerius 5 e^nen Proteftant, vervalscht zij gewor- J aar 814 den, willende sixtus de woorden, volgens een tot 1073. 0U(j kaadfèlittiï , dus lezen: hoc est corpus meitin ,

hoc est vere in facramento fubftiftens. Maar daar- tegen heeft edm. aubertin (*) bewezen , dat lang te voren, te Straatsburg in 1514 in Folio eene volkomen gelijkluidende uitgave van den Rootnschkatholijken geleerden wimpheling bezorgd is, en dat de lezing in gemelde handfehrift veel meer eene zoogenaamde verbetering van eenen late- ren Monnik kon zijn, waar van zoo vele voorbeel- den in hancifchriften voorkomen. Doch, hoewel 'er op de gemelde plaats meer dergelijke volgen , in welken dezelfde denkbeelden ten gronddag lig- gen : (fanguis Christi per hoc figuratur ; trans- ferens fpiritaliter corpus in panem , vinum in fan" guinem, ut per hac duo memoremur , qua fecit pro nohis de corpore et fanguine fuo;) evenwel be- hoeft men niet angstvallig te twisten, wat druth- mar gevoeld heeft, dewijl de denkbeelden omtrent het Avondmaal ten dezen tijde over het geheel nog twijfelachtig waren. Ondertusfchen heeft de wel' meenende duuthmar van zijnen wel gelegden grond den historifchen zin geen regt gebruik weten te

ma- C * ) De Eucharistie five coma Dominion facramento l,ibr. II. p g. 863

GESCHIEDENIS. 107

maken , daar hij in zijne uitlegging zoo zeldzame IV

kenfpreukige en geheimzinnige uitleggingen brengt, E0EK

als ergens voorkomen. Afdeel.

In de Latijn fche Kerk waren meer uitleggers , V

maar naauweiijks een, die den halven weg in deze °^.c^

° QJ C Cr.

arbeidzaamheid zoo gelukkig afgelegd heeft , als jaar 814. druthmar. Ondenusfchen was, naar den uiter- :ot I073« lijken roem te oordeelen, niemand te vergelijken bij RABANUS rabanus maurus, die in menigte van Bijbeluitleg- maurus. gingen ten minften alle Schrijvers van dit Tijdvak overtroffen heeft. Hij is ons in de Gefchiedenis reeds bekend als Schrijver van verfebeidene andere wer- ken ; daar wij hier van hem als Uitlegger gewa- gen, behooren wij het een en ander van zijne le- vensbijzonderheden aan te teekenen. raban dan, of zoo als men fomtilds zijnen naam fchrijft, hra- ean , kwam in het jaar 776 te Ments ter wereld, naar welke ftad bij den bijnaam Magnentiut of Magentius kan bekomen hebben. Nog een jongen zijnde, kwam hij in bet Klooster te Fulda , alwaar hij Monnik, en in liet jaar 801 Diaken werd, maar in het volgende jaar werd bij in het Klooster te t gezonden, waar alcuin Abt was. Onder dezen vermaarden Leeraar voltooide hij zi!ne Let- teroefeningen, en van hem kreeg hij den bijnaam Maurus, ter gedachtenis van dien Heilig, die in de Orde der Benedictynen zoo geëerd was. Kort daar na* omtrent het jaar 804, werd hij Opziener van het School te Fulda, welke hij in een zoo groot aanzien bragt, dat uit dezelve federt de be- roemdfte Schrijvers zijn voortgekomen , zoo als wa-

LA-

io8 K E R K E L IJ K E

IV LAFRIDUS STRAB0 , SERVATUS LUPUS , OTFRIED

boek VaN weisseniiurg enz In het jaar 814 wijdde Afdeel. ^e Aartsbisfchop van Ments hem tot Priester. Maar V ratgar, Abt van Fu/da 9 drukte toen zijne I\J< 11- °Z A niken zoo hard, en raban inzonderheid, door hem Jarr 814.. zijne Boeken te onthouden, dat het waarfchiinlijk tot 1073. jn {]ezen t\y\ iS5 ^at ^eze eene bedevaart naar Pa- lestina ondernomen heeft, ratgar werd eindelijk in het jaar 817 afgezet, en eigil kwam in zijne plaats. Nu kwamen de verftrooide Monniken we- der te Fu/da, alwaar ook raban zijne oude be- zigheden weder gelukkig voortzette, tot hij, in het jaar 822. tot eigils opvolger verkoren werd. Ge- durende de twintig jaren, dat hij deze waardigheid bekleedde, klom de roem en bloeijende toertand van dit Klooster zeer hoog ,• in het jaar 838 zond hij vijftien Monniken uit om het Klooster te Hirfau op te rigten. In de twisten tusfchen de Zonen van lodewtk. den Godrruchtigen , en den ouden Kei- zer, hunnen Vader , gedroeg hij zich met zoo veel voorzigtigheid , dat beide partijen over hem voldaan waren. Doch in het jaar 842 begaf hij zich over den Rhyn , in het gebied van den Keizer lotharius , zoo dat zijne Monniken , dewijl hij niet terug wilde keeren , een' anderen Abt verkie- zen moesten. Toen eerst kwam hij weder, en verkoos voor zich, met bewilliging van den Abt, op eenen Berg, niet ver van Fulda gelegen, eene Kluis tot zijn verblijf, in welke hij, als een geheel afgezonderde, Qrecfafus ,) onder godvruchtige be- zigheden leefde; en uit welke hij, in het jaar S47,

se-

GESCHIEDENIS. 109

gehaald werd, om hem het Aartsbisdom van Mentz tv

toe te vertrouwen. In het befturen van hetzelve be- ROEK

il toonde hij weder zijne vorige werkzaamheid. Op bevel AfdeeL

van zijnen Koning, lodewyk den Duitfcher , hield V

hij meer dan eene Kerkvergadering over Kerkelijke ° '*

00 na C. G.

zaken. In den vermaarden twist met den Monnik jaar Si 4.

godschalk nam hij maar al te driftig deel. Daar- -ot K "> tegen fpijsde hij, bij het ontdaan van eenen hon- gersnood , meer dan 300 arme lieden , behalve die genen nog, dien hij onder zijne oogen den kost gaf; en fchoon hij de 70 jaren reeds achter den rug had, hield zijn geleerde arbeid niet op. Hij overleed in het jaar 856. Een zijner leerlingen, rudolf , Schoolopziener te Fuldi , heeft zijn leven befchreven, doch hem daar in meer befchouwd, als den verzamelaar van Reliquien , (lichter van nieuwe Kerken, met een woord, in zijne Monniken gods- vrucht , dan als Godgeleerden en Schrijver (*).

Men heeft raban voor den geleerd [ten man van zijnen tijd in de Westerfche Kerk gehouden, en dit was hij in der daad , naar de begrippen van dien tijd. Hij muntte in de gemeene VVetenfchappen van dezen tijd uit ; dat is , in de verklaring van de eer- fte beginfelen der kunden , zoo als in de regelen der Grammatica en Rhetorica , in gemakkelijk heid , om uit de Kerkvaderen gemeene plaatfen over de Heilige Schrift te verzamelen en uittrekfels te maken; in het uitvinden van Leerspreuken over de Bijbelge-

fchie-

(*) j. f. buddeus disf. de vita' ac docivhia Rabani , Jena 1724. 4/0.

ii© KERKELIJKE

IV fchiedenisfen , in de uitlegging van mijftieke oorzs- boek ken der Kerkplegrigheden , in de vaardigheid om

Afckel. Proza m Verzen over te brengen , en in eene heb-

V bdijkheid, om gemeene plaatten uit de zedekunde na C. G. *n gooden en onderwijs in te kleeden. Hij was laar 814. ook de werkzaamfte Schrijver van dezen tijd, zijne tot 1073. fchrifcen zijn te Keulen in het jaar 1Ö27 in VI Dee-

len in Folio uitgegeven, .waar van bijkans twee der- de uitleggingen van Bijbelboeken bevatten. claüdïus "Meer anderen verwierven in de IXde eeuw ver- van 1 tuin n)aardheid door uitlegkundige fchriften; bij voorb. claudius, Bisfchop van Turin^ federt het jaar 821, die misfehien zoo hoog als raban gefchat zou geweest zijn, indien hij niet de bijgeloovige vereering der Beelden hevig had regengefproken 9 waar door hem de blaam van onregtzinnigheid heeft aangekleefd, en zijne werken nog genoegzaam allen in handfehriften verborgen liggen, alleen is zijne verklaring over den Brief aan de Galaten in de Bibliotheca PP. Lugdun. gedrukt geworden. Hij overleed in het jaar 840. haimo of haimo of haymo , van wien wij reeds onder de uaymo. Gefchiedfchrijvers van dezen lijd gewaagd hebben, medeleerling en vriend van raban , iri het jaar 853 als Bisfchop van Halherflad overleden , was ook een vlijtig Schriitverkhiarder , doch in wiens fchrif- ten geene opheldering van den woordeluken zin 9 maar des te meer zedelijke leeringen en allegorifche toepasfingen voorkomen. wala- Een der vermaardfte leerlingen van raban, en

tripus ^g Zynen leermeester in geest en vernuft overtrof,

STRABO.

was

GESCHIEDENIS. in

was walafridus de Scheele. Deze, dien wij als iv Dichter reeds kennen , verfchijnt ook als Uitlegger C0£x der Heiüge Schrift. Zijne korte ophelderingen over ^fcleel de H. Schrift , glos fa ordinaria in Biblia , zoo als V zij gemeenlijk heeten, hoewel voornamelijk uit de ^} ' fchriften van raban getrokken , hebben een zeldzaam jaar 814. ge nik gehad, en deze glosfe, of zoogenoemde Tong, ÏOt ïo73- was van de IXde eeuw af tot deXVIde 'm de hoogde " achting, zoodat petrus lombard, de aanvoerder van alle Scholastieken , zich daar op als op een on- feilbaar werk beriep , met de woorden : auctoritas dicit , hoewel het in den grond niet meer is , dan het werk van eenen Monnik , hetwelk in devtijden der barbaarschheid gefchreven is.

paschasius radeert, Abt van Corbie , die het pascha- eerst den twist over het Avondmaal verwekt heeft, SILS RAU"

' BERT.

fchreef een' Commentarius over mattheus, die in de uitgave zijner werken te Parys 'm 1618, 1222 Bladzijden in Folio bedraagt. Nog is 'er van hem cene uitlegging over de Klaagliederen van teremia, h! welken hij eenen drievoudigen zin vindt; eenen letterlijken behoorende tot de ftad Jeruzalem ; eenen Geestelijken en Myflifchen van de Kerk in het ge- meen; en eenen zedelijken van de ziel van eiken Christen. In beiden klaagt hij over den lediggang, de geldzucht en andere gebreken der Geestelijken en Monniken van zijnen tijd.

De namen van sedulkjs en smaragdus in de De M011- IXde, van odo in de Xde eeuw, verdienen ©flder nikANGE- de Uitlegkundigen naauvvelijks genoemd te worden; ^elze- noch ook van den Monnik angelom , te Litxen vender- in

H2 KERKELIJKE

IV in Burgundi'ó, ware het niet, om te berigten, d&t

boek deze laaüstgemelde zoo vruchtbaar geweest zij in

Afdeel. vernuft5 om5 met behulp der zeven zegelen in de

V Openbaring van joannes eenen zevenvoudigen zin

Ho° c ^ in den Bijbel te vinden , in plaats van den drie of

Jaar 814. viervoudigen , welken anderen hadden aangenomen.

tot 1073. ^ Primus historialis; fecundus allegorialis ; tertius

handen '> utritisque rei modus ; quartus de incommutabili

zin in den,, divinae Trinitatis esfentia, quando tropice facris

J initiatur oraculis; quintus paraboliaris , videlicet,

quando aliud dicitur et aliud invenitur fcriptum;

fextus de gemino falvatoris adventu , ne aut pri-

mus pro fecundo, aut fecundus pro primo intel-

,, ligatur; feptimus , quo fic divinis prïeceptis in-

ftruimur, ut certa vita? agenda forma; alius ve-

ro vitse fignificandas figura, regulariter innotes-

cat (*_)." Een enkele verdient nog eenigermate

met eere genoemd te worden; berthar, Abt van

Monte Casfino , die in het jaar 883 door de Sara*

cenen om het leven gebragt is. Zijn werk , ( Am-

MlAivcav , hoc est , Contrariorum , five Contrapofito-

rum Libri duo) (t)? was eerst onder den naam

van julianus, Aartsbisfchop van Toledo, in de

Vilde eeuw uitgegeven; het bevat eene vereffening

van fchijnitrijdige plaatfen uit het Oude en Nieuwe

Testament.

Christe- Een hoofdwerk voor de Christelijke Geloofsleer ,

zoo (*) Pr#f. in enarrationes quatuor Voluminum regum in Bi bh PP. Colon. T. IX. P. Lp. 701. (t) In Bibl PP. Colon. T. XV. p. 200-235,

GESCHIEDENIS. 1*3

2:00 als dat van damascenus, in het voorgaande iv Tijdvak, kwam, in dit tegenwoordige , niet te voor- K0EK fchijn. De Grieken geloofden aan het gemelde werk Afyee}e ten dezen tijde genoeg te hebben, en in de Wes- V terfche Kerk had men in de verzamelingen van isi- ^,7! dorus , ildefonsus en tajo het leerftelfel der jaar 814. Kerkvaderen bijeen , waar bij men geloofde niets te toL io73» kunnen voegen of in te veranderen. In raban had li;keGe, men, ten overvloede, eenen man, die met de Kerk- loofsleer. vaderen gelijk geacht werd, en wien Keizers, Ko- ningen , Aartsbisfehoppen , en Abten met hunne verzoeken om uitlegging van den Bijbel lastig vie- len, hoewel hij genoegzaam niets anders was dan de weerklank der Kerkvaderen, en waar hij dezen niet volkomen op den voet volgt , vinden zelfs la- ter Schrijvers der Roomfche Kerk moeite , om hem te verdedigen. Zoo beweerde hij, bij voorb. (*): dat geen Catechumemts , alhoewel hij geftorven was in de uitoefening van goede werken, zalig ,, kan worden ; ten ware hij in plaats van den Doop den Marteldood onderging." Eindelijk kon ook het leerftelfel niets verbeteren door wijsgeeri- ge onderzoekingen , alzoo dezelve heel zeldzaam wa- ren , en naauwelijks voor geoorloofd gehouden wer- den.

Evenwel bleef de leerftellige Godgeleerdheid der Latijnfche Kerk in deze eeuwen niet zonder alle , zelfs aanmerkelijke, -verandering. Reeds van de IXde eeuw af, werden zekere leerftellingen anders

of

(*) De Univerfo L. IV. C. 14.

XIV. Deel, H

ii4 KERKELIJKE

IV of ftipter tot eigenlijke Geloofsleer beftemd , dan

BOFrK men tot hier toe gewoon was; en na het midden

Afi'.eel. ^er ^Ide eeuwj ontwikkelden zich langzaam en

V bijna ongemerkt de eerfte zaden der Scholastieke

na°C G Godgeleerdheid , die met de Xlide eeuw reeds tot

Jaar 814. eenen alles overfchaduwenden boom waren opge-

CQt l073- wasfen. Het één en ander vloeide voort, of werd

vermeerderd door de Godsdienstverfchillen van deze

eeuwen, van welker Gefcbieuenis zij niet kunnen

afgefcheiden worden. Tot een voorbeeld, hoe men

leerstellingen behandelde , zal het genoeg zijn , een e

verhandeling van hincmar , Aartsbisfchop van

Rheims , hier in oogfchosw te .nemen.

Verhan- Deze geloofde , omtrent het jaar 857, de regtzinnige

delingvan jeer van fe Goddelijke Drieëenheid , ten aanzien van

HINCMAR ' .-,,,. , ^

van eene bijzondere uitdrukking , te moeten beveiligen. De

Rheims tijtel van zijne verhandeling is : Collectio ex fanctis 'overcte fcrjpturis et orthodoxorum dictis , de Una et non heid. Trina Deïtate, fancta videlicet et infeparabUis Tri- nitatis ttnitate, ad repellendas Gothefchalci blasphe- fttias, ejusque nanias refutandas (*). In een ver- maard Kerklied op Martelaren (tonden de woorden : Te Trina Deitas , unaque pofcimus. Daar mede fcheenen hem drie Goden geleerd te worden, waar- om hij daar voor zette: Te fancta Deitas. , Twee Monniken, ratramn van Corbie, en godschalk van - Oxhais , verdedigden de oude lezing, waarom hincmar tegen hen , maar bijzonder tegen den laatften, dien hij reeds, wegens een ander gevoe- len , (*) Opp. Tom. I. pa§. VSSSS*

GESCHIEDENIS. 115

len9 als een' Ketter behandeld had, de pen opvat- IV te. De Monnik beweerde , indien iemand niet BCJ^K trina Deltas , maar alleen una zeggen, en dit dan Afdeel. perfonelijk verdaan wilde , dat zulk een een Sabelliaan V was , maar bekent tevens , dat tres Deitates , tres Dei , na°£, J en dergelijke uitdrukkingen , volftrekt Arlaansch Jaar 814. zouden zijn , doch dat trina Deitas te gelijk de tot IO?3' Natuur en de drievuldige Perfonelijkheid verbindt. Hier is hincmar zoo weinig mede voldaan, dat hij godschalk regelregt eenen Zoon van arius, ja des Duivels noemt, en hij onderftelt, dat Deitas de Natuur of het Wezen aanwijst , en dat gevolgelijk ook Trina van de Natuur en niet van de Perfonen verdaan moet worden. Zijne tot vervelens toe wijd- loopige verhandeling trekt hij kort zamen in deze hoofdfomme: „Die genen, die niet alleen ongerijmd, maar ook dwalend zeggen , men moet eene drievul- dige Godheid noemen, dewijl elke enkele in de drie Perfonen , namelijk de Vader God is , de Zoon en de Heilige Geest het ook is, en daarom de volle en volkomene Godheid in den Vader, als vol en volkomen God, en even dus ook in den Zoon en den Heiligen Geest is ; deze mogen ook duidelijk maken , hoe men die drievuldige Godheid te gelijk de eene noemen kan. Zeggen zij: eene drievuldige Godheid in Perfoon , en eene in de Godheid '„ dan hangt dit niet zamen: maar zeggen zij: eene drie- vuldige Godheid in Perfoon , en ééne in de Zelf ftandigheid\, of in het Wezen , of in de Goddelijk- heid , Qdivinitas,) of in de Natuur, dan is het wel zeker, dat ook dit niet zamenhangt. Want H 2. na-

ïió KERKELIJKE

IV natuur en zelfjiandigheid . Divinitjs en deitas , zijd boek jn (;0(| volkomen hetzelfde. Zij moettn derhalven

Afdeel. bekennen , trinum Deum dici in perfonis , unum in

V Dei tat e; et quod non trina , fed una fit Dei tas, m°C G %u<s Trinitatis est unitas." Men heeft zich, in het Jaar 814. vervolg, niet geheel en al aon hijncmar's uitfpraak tot 1073 gec|i-agen. In het gemelde Martelaarslied heeft men

wel gezongen : Te fumma Deitas ; maar in een Gebed van den H. thomas bij het Avondmaal in proza vervat, vindt men nog: Te Trina Deitas. Christe- De Christelijke Zedeleer werd wel eenigermate

hjkeZe t meer vj|jt jj, gefchriften bearbeid, dan de Ge-

deleer. "

loofsleer; maar als men bedenkt, dat deze Godge- leerde Wetenfcnup tot hier toe allerminst geleide- lijk en Methodiek , onder de Christenen behandeld, en dat de zedeleer allengs Mijftiekêrij en Monniken Godzaligheid geworden was, zal men hier ook niet veel uitmuntends verwachten. Verzamelingen van belluiten van Kerkvergaderingen en andere Kerkelijke wetten over het gedrag van Geestelijke en Leekene gepaard met voorfchrifien van boetdoeningen , Mon- niksregelen en Asketifche voorfchriften , in den geest dezer Godzaligheid opgefteld; eindelijk algemeene zedelijke ophelderingen, uit den Bijbel en de Kerk- vaderen bijeengebragt ; deze zijn ongevaar de zede- lijke fchriften van dezen tijd. Wij hebben reeds van verfcheidene fchriften , die hier toe behooren , gefproken, zoo als van de verzameling van.REGiNO over de Kerkelijke tucht; het kamphoek of de harts- hetr achtingen van den Bisfchop ratherius; het gtfchrift van den Kardinaal damiani; over het Ka-

th9-

GESCHIEDENIS. n7

tholijk Geloof; de groote en kleine Catechefis van IV theodorus studites ; de Monnikenkroon van B0EK smaragdus; enz. en hoe veel de fchrifien van den Afdeel. sewaanden dionvsius den Areopagïet , tot bevorde- V ring van de Monnikenzedcleer, gewerkt hebben, is n„°p h bekend. Jaar 8 '4.

Het gene hier voorts van zedekundige fchriften tot 1073» uit dit Tijdvak bijgevoegd kan woiden , verheft PABAN'S zich naauw boven het middelmatige, raban flelde, zedelijk op begeerte van lodewyk den Godvruchtigen , om- ë c 1 c* trent het jaar 834., een foort van Troostfchrift op, (de vitiis et virtutibus ,) waar in hij plaatfen uit den Bijbel verzamelde , uit welken hij eerst be- wees , dat men de Ouderen eeren , en de van God verordende Overheid gehoorzamen moet; maar ook vervolgens dergelijke bewijzen bijbragt voor de deug- den en pligten der verfchillende Standen onder de mentenen; waar bij hij ook de tegengettelde ondeug- den niet vergat, alles in XL a-fdeelingen.

Eenige jaren vroeger, omtrent het jaar 828, ftel- Hand- de jonas, Bisfchop van Qrleans , een Handboek b°fkder der zedeleer op, op verzoek van den Graaf math- vanjoNAS, fred , die wenschte te weten , hoe hij en anderen in Bisfchop het huwelijk levende want de ongehuwde Gees- leans> telijke en Monnik was daar door reeds volmaak- ter , zich op eene Gode behageliike wijze gedra- gen zouden. De tijtel is: Libri tres de Inflitutiont Laicali (*). Deze Bisfchop, die in den twist over de Beelden geene geringe rol gefpaeld heeft,

be-

(*) In dacherii Spicil. T. ). p. 2:8-323.

n8 KERKELIJKE

IV begint dit werk daar mede, dat alle Christenen zich

boek moeten herinneren, in welke erffchuld en verdoe-

II Afdeel. merns door adam gevallen zijn; dat Christus

V alleen hen daar van heeft kunnen verlosfen ; dat zij Hootdu. jn ^en rj00p met iiem gefiorven en begraven zijn ; Jaar 814. ook eenen nieuwen mensch aangedaan, en een ver- tot 1073 bond met God gefloten hebben. In het Nieuwe Verbond bezorgt den Doop op driederleije wijze ver- geving der zonden , door het water , door den martel- dood , en door de tranen der boetvaardigen. Volgens origenes worden de zonden op zevenderhande wij- ze vergeven : Door den Doop, den Marteldood, liet geven van almoezen, de vergeving van beledi- gingen ons door anderen aangedaan, de terugbren- ging.eenes zondaars van zijnen goddeloozen weg, door den overvloed der liefde , en door de boete. Want de Heilige Geest, door wien de zonden ver- geven worden , fchenkt eene zevenvoudige genade. De Geestelijke Vader bij den Doop moet den ge- nen, dien hij daar in tot Zoon aangenomen heeft, in deze Geestelijke maagfch'ap door leere en voor- beeld zoeken te behouden. Ook mag men niet na- latig zijn, om de gave des Heiligen Geestes, door de oplegging der handen van den Bisfchop, en het teekenen van het voorhoofd met de gewijde Olie , te ontvangen. Wanneer de kinderen tot rijpere ja- ren gekomen zijn , moet men hen ten minden in het geloof aan de Drieëenheid en in de verborgen- heden van den Doop onderwijzen. Voor het ove- rige worden zij met regt in de eerfte kindsheid ge- doopt, om van de fchuld der erfzonde door de

fchik-

GESCHIEDENIS. 119

fchikking van anderen bevrijd te worden. De Doop IV kan niet tweemalen bedeeld worden ; gevolgelijk &0^K moet de boete een tweede Doop zijn , omdat wij Afdeel. naar den eerften zoo veel verloren hebben. De V boete hangt wel geheel van de willekeurige bepa- na°£ q ling van den Priester af ; doch de lofwaardige ftreng- jaar 814. heid derzelve wordt bijna geheel niet meer betracht. iot 107o* Daarom worden alle misdaden Hout bedreven; en wie heden een' moord begaat, ontziet zich niet, morgen den openbaren Godsdienst bij te wonen ; en hij ergert de Gemeente, aan welke hij voldoe- ning moest geven. Over het vasten laat hij zich. breeder uit, en berispt met regt, dat men in plaats van de eene fpijze eene andere gebruikt, terwijl men niet de van God gefchapene natuur van menigerlei vleesch , hetwelk aan de menfehen tot gebruik overge- laten is, behoorde te veroordeelen , maar de vleefche- lijke begeerlijkheden te vlieden, welke de Duivel met het gevoel des vleefches ingevoerd heeft. Verders dringt jonas aan, dat de Christenen, naar het voor- beeld hunner oudfte Voorvaderen , naarftelijk tot het gebed in de Kerk behooren te komen , aanhoudend te bidden , maar daar mede ook deugdzame zeden te verbinden. Hij befirijdt het vooroordeel der ge- nen, die, omdat zij de Kerken niet bezoeken, of bij de Overblijffelen der Heiligen hun gebed niet verrigten kunnen , hetzelve geheel nalaten. Aan de Priesters, vervolgt hij, moet men wei zijne zonden beüj.ien , omdat zij van den Heere de magt beko- men hebben , om te binden en te ontbinden ; en ook voorfchrifcen moeten geven omtrent de boete, H 4 wel-

i2o KERKELIJKE

IV welke men doen moet; maar voor God moet men boek ^eze zelfde belijdenis dagelijks in het gebed afleg* Afdeel. Sen? en dagelijkfche ligtere overtredingen moeten de V Christenen onderling aan malkanderen belijden. Het na°C G 'ls 00^ ?onc^eï Ü^ele en onreine gedachten aan te Jaar 814. houden, alhoewel de meesten dit niet gelooven; de- ïot 1073, zeive hangen van onzen wil af, maar de Duivel verleidt tot dezelven. Eindelijk fluit hij dit Boek met de leering , dat het verkeerd is , de zonden van anderen niet te verbeteren, en die foratijds, tot heil van den zondaar, niet bekend te maken; dat Chris- tenen , die ondeugend geleefd hebben , eene hardere ftrafte treffen zal , dan de Onchristenen , die goede werken gedaan hebben ; en dat vele Christenen , die de wetten der Vorsten ftipter gehoorzamen, dan de wet van God, hunnen Godsdienst enkel met den mond zijn toegedaan.

In het tweede Boek gaat hij over tot de pligten der gehuwden. Hier beweert hij, dat het huwelijk wel van God is ingefleld ; doch dat men niet uit wellust, maar enkel om kinderen te verwekken, in het huwelijk treden moet; dat die genen, die trou- wen, verpligt zijn, tot zoo lang even zoo kuisch te leven , als zij verwachten , dat hunne toekomende vrouwen gedaan zullen hebben ; dat echte lieden niet willekeurig eikanderen mogen bijwonen; maar daar in zekere mate moeten houden; dat onder hen de ftrengfte getrouwheid plaats moet vinden; dat het bijzonder de piigt der echte mannen is, hunne vrouwen lief te hebben , doch niet om der fchoon- heid wil; en nog eens, dat de bijfiaap alleen ge- oor-

GESCHIEDENIS. 121

oorloofd is, om kinderen te verwekken; maar ten iv tijde der zvvangerheid verboden is. Vervolgt ns B0EK waarfchuwt de Schrijver voor bloedfchandige huwe- Afdeel. lijken, waar toe hij ook de vermenging met Godge- V wijde Maagden rekent ; hij wederlegt de genen , die J™ ~ zeiden, nademaal de teelteden ook van God gefcha- janr 814. pen zijn, kon men dezelve ook naar welgevallen ge- tot lo73» bruiken; hij leert, dat men zich, gedurende de maandelijkfche zuivering , van zijne vrouw moet onthouden; en hij bepaalt den tijd, op welken eene vrouw na haar bevallen ter Kerke gaan , en haren man bijwonen mag, die zich, na deze bijwoning, eerst behoort te vvasfchen , eer hij de Kerk bezoekt. Hij dringt 'er fterk op aan , dat het de wil van Christus is, dat men het huwelijk enkel om hoe- rerij fcheide; en dat deze gefcheidene echte lieden, door een nieuw huwelijk , echtbreuk plegen. Nu volgt het een en ander over de verpligting der Ou- deren , om hunne kinderen wel op te voeden en te onderwijzen; en der kinderen, om hunne ouderen te eeren. Getrouwden behooren over hun geheel huisgezin het verbeterend opzigt van eenen Herder te voeren. Voor dat men God bij den Altaar of in het Gebed zijn offer brengt, zal men aan de broederen hunne beledigingen vergeven. Elk Chris- ten behoort meermalen , en in eene waardige gefteld- heid, het Avondmaal te gebruiken; niet Hechts op de drie hoofdfeesten , zoo als velen doen ; dewijl de ziel zonder deze fpijze niet leven kan. De aan de Geestelijkheid behporeridè Tienden mogen niet, volgens veler gewoonte , daar toe misbruikt worden , H 5 dat

iaa KERKELIJKE

IV dat zij de Geestelijken daar voor tot hunnen dienst boek noodzaken. Over het algemeen moet men de Pries- Afdeel. ters9 %\s Middelaars tusfchen den Heere en den v Christen eeren. Het is zoo, velen derzelven trach- na C. G. ten te zeer naar nJkdom en magt; maar met zelden Jarr 814. worden zij ook van de Grooten tot hunne zaak- tot 1073. waamemers gebruikt. Hunne voorfchrifcen en hun ban worden van fommigen geheel niet geacht; even- wel hebben zij van den Zaligmaker de magt ontvan- gen om te binden en te ontbinden. Hier volgen nog vermaningen aan de aanzienlijke lieden , om de armen niet te verachten ; om hunne jagtvermaken derzelver zaak niet te verwaarloozen ; ook om regtvaardig en onpartijdig te vonnisfen; waarfc huwingen tegen ligt- vaardig zweeren, valsch getuigenis, leugen en nieu- wigheidszucht; ten laatften wordt de gastvrijheid aanbevolen.

In het derde Boek brengt jonas nog andere deug- den en pligten bij van eenen gehuwden Christen , benevens deszelfs uitzigten op een toekomend leven. Hij handelt van de liefde van God en den naasten , van de nederigheid en lijdzaamheid; tevens van de tegenoverftaande ondeugden, zoo als van hoogmoed, uit welken onder anderen ook Ketterijen ontdaan zouden; van haat en nijd; in het algemeen van de acht voornaamfte zonden. Deze zijn behalve den hoogmoed , zweigerij , hoererij , geldgierigheid , toorn, luiheid, onmatige droefheid over een we- reldsch verlies, hetwelk tot alle goed onbekwaam maakt , en ijdele roemzucht. Dus worden ook ach- terklap , fchelden , onnutte woorden , vloeken , ins-

fie-

GESCHIEDENIS. 123

gelijks fchandeüjke en ligt vaardige gefprekken door- iv gegaan. Aalmoezen moet men alszins geven, als B0EK men eens ten grooten da^e des Oordeels bcftaan Afdeel. wil; doch men mag niet wreed jegens zich zelven V zijn, en gelooven, dat men daar door, al bleef 'io°°p men anders onbekeerd voortleven, de genade van jnnr 814, den Regter zou kunnen koopen. Ook waarfchmvt Cüt IO~3» hij tegen de karigheid van den gierigaard. Hij fcherpt in, om den dood altijd voor oogen te hebben, en fteeds aan de toekomende rekenfchap te denken; met het bijvoegfel, dat aan elk mensch een Engel gegeven is, om hem te bewaken. De pligt, om zieken te bezoeken, mag niet verzuimd worden. In plaats der ingeflopene gewoonte, om waarzeg- gers, en door dezen den Duivel zelven raad te ple- gen, hoe eene ziekte ontdaan is, en of men dezelve te boven zal komen, moeten de kranken veel meer met den heiligen olie gezalfd worden, hetwelk ieder Christen , naar de verklaring van Paus innocen- tius, doen mag, indien de olie maar van den Bis- fchop gewijd is. Men moet ook voorde begrafenis der dooden zorgen; al zou 'er juist geen geld voor be- taald worden; hunne lijken moet men niet, om het ftichten van een nieuw gebouw , uit de graven weg- werpen; maar wel hunne geesten door gebeden en aalmoezen te hulpe komen, en niet gelooven, dat hun blootelijk de aalmoezen, die aan de Priesters ge- geven worden, en de door dezen aan God gebragte offers ten goede zullen komen. «Dewijl fomtnigen uit zwakheid van geest aan de Opftanding der Doo- den twijfelden, bewijst de Schrijver dezelve uit de

Schrift ,

I24 KERKELIJKE

IV Schrift , en uit de Kerkleeraren ; waar op nog de boer leerftukken van het jongfte gerigt, van de eeuwige

Afdeel. verdoemenis en eeuwige zaligheid volgen.

V halitgar , Bisfchop van Kamer ik , een tijdge- C G noot van ^en ^s^cnoP Jonas , verzamelde insge-

Jaar 814. lijks, op verlangen van zijnen Metropolitaan ebbo, coc 1073 Aartsbisfchop van Rheims , een dergelijk werk : halitgar ( &e vitiis et virtutibus , et ordine poenitentium Li" bri quinque^ (*) uit oudere verzamelingen van dezen inhoud. atto vnn Het zal niet noodig zijn, van meer fonrtgeüjke Verceiii. gc]ir-,jvers te gewagen, daar over het geheel der- zelver karakteristieke geest zich ontdekt in verza- melen , natchrijven , en het maken van uittrekfels. Een woord nog van atto II, Bisfchop van Ver- celli , den tijdgenoot van den eerlijken ratherius, die, in het ten niterfte bedorven en verwarde Italië nog eenige vonken van geest laat blijken in zijne wer- ken, die te Verceiii in 1768 2 Tom. Fol. zijn uit- gegeven , waar in een Commentarius over de Brie- ven van paulus, in welken nog eenige goede op- helderingen (laan. Ook vindt men 'er in zijn Boek over de verdrukkingen der Geestelijkheid , (de pres- furis ecclefiasticis , ) waar in bijzonder aangewezen wordt , hoe men zijne regten en goederen tegen de- zelve verdedigen moet. Nog had hij een gefchrift nagelaten, Polypticus , ( 7roAv7r7u%o?, ) genoemd, een foort van register van deugden en ondeugden , ook door hem Perpendiculum , ( of voorfchrift , )

ge-

(*) In canis. Lectt. Ant. T. II. P. II. p. Zi.

GESCHIEDENIS. 125

geheten ; maar dit heeft , uit gebrek van een lees- IV baar handfchrift, niet gedrukt kunnen worden. B(^s

Wat de Predikatien van dezen tijd betreft, zij Afdeel. nrisfen allen het eerfte vereischte van eenen openba- V ren Leeraar van den Godsdienst , de gefchiktheid na c> q namelijk , om den Bijbel verftandig en tevens vat- Jaar 814. baar voor den gemeenen man te verklaren ; daarte- tot IQ73« gen zijn zij opgevuld met grillige uitleggingen en al- predika- lerhande werktuigen van het Bijgeloof. Al bevatten den. zij ook hier en daar vermaningen tot godzaligheid, dezelve komen voor , als in den wind geftrooid , terwijl hoofdzakelijk alles uitloopt op de waarne- ming van Kerkplegtigheden , en het opzeggen van zekere Formuliergebeden. In de Westerfche Kerk werden zij algemeen in het Latijn gehouden , zon- der dat men eene fpoor ontdekt, dat zij voor het volk vertaald werden , hetwelk voorheen nog was voorgcfchreven. Een bewijs, hoe weinig men zich aan het gros der Christenbelijders liet gelegen zijn.

Des te merkwanrdiger is een of ander enkel voor- Duitfche

beeld van Predikatien in de moedertaal gehouden , Predika- .. 111 .. u'en van

bij voorbeeld van otfried, Monnik in het Kloos- 0TFR1ED,

ter Wei :s fenbur g , in de IXde eeuw, wiens befchrij- ving der vier EuangeVnten in Frankifche rijmen wij onder de Dichters dezer eeuw gemeld hebben , en die ook over de Pfalmen en het Onze Vader eene omfchrijving in den Frankifchen tongval heeft opgefteld. Deze heeft ook twee Boeken van Predika- tien nagelaten, vaa" van twee Brokftukken te vin- den zijn in de Keizerlijke Bibliotheek te Weenen , waar uit lambecius ze in zijne befchrijving dier

Bi.

12Ö KERKELIJKE

IV Bibliotheek heeft medegedeeld. Het eene prijst de boek liefde jegens God en den naasten met de volgende Afdeel. woorden aan : Mina liebistun Bruders , nu ferne- V met die Gotes kebot. ( Mijne geliefdfte Broeders 9 caC G verneemt llu de geboden van God. ) Ir fculit zal» Jaar 814 Ier eiste God minnon vone allemo juweremo herzen , tot I073- vone allemo juweremo muote , vone allera juwera chrefte; clara nah j uweren nahisten famo fo juwih felben. (Gij zult allereerst God liefhebben van al uw hart, van al uw gemoed, van alle uwe krach- ten; daar na uwen naasten, als u zelven.) Ir ne fculit manflahta tuon. (Gij zult geen' doodflag doen,) noh daz uberhuor, (noch overfpel,) noh die diwa , ( noch dieflhl , ) fremedes tinges ne fculit ir keren , ( vreemde of een anders dingen zult gij niet keeren, of aan u trekken;) Luken urchunde ne fculit ir fa gen. (Leugen- oorkonde of valsch getuigenis zult gij niet fpreken. ) Alle mennisken fculit ir eren; (alle menfchen zult gij eeren;) fm weren lichenam fculit ir chestigen; (uw ligchaam zult gij kastijden ; ) die faflun fculit ir minnan vals die wirtfcaft ; (het vasten zult gij meer beminnen, dan het gastereren ; ) azet die hungerenten , drenkhet die durft ent en i watet den nachonton; (aast of fpijst de hongerigen , drenkt de dorftigen , kleedt den naak- ten.) Het tweede Fragment of Brokftuk betreft de onmiddelijke befcherming van God, onder welke weduwen fhian.

Predikatien, als deze, mogen kunfteloos geweest zijn; maar hebben waarfchijnlijk meer nuttigen in- druk gemaakt, dan de Lofredenen op de Heiligen ,

met

GESCHIEDENIS. 127

met welke de Gemeenten in de Griekfche Kerk ten IV dezen tijde zoo dikwijls onderhouden werden, the- bo.1:k odorus studites hield 'er eene op den Apostel Afdeel. BARTHOLOMEUS (*), waar In vele fabelen nopens v dezen Apostel, bij voorbeeld , dat de kist met zijn na c> q ligchaam uit dr menie, waar hij onthoofd was, en Jaar 814. waar men die in zee geworpen had , gedreven is cc tot aan de Eilanden Lipari , bij Sicilië, wordende gevolgd en verzeld van nog vier kisten met de lij- ken van andere Heiligen , en dergelijke meer. Het overige beflaat uit vele toeroepingen en gelukwen- fchingen aan den Heiligen bartholomeus , als den zaligen der zaligen ; het welluidend inftrument der Geestelijke Melodie ; den bekwame visfcher van re- delijke visfchen; de vurige zuil der regtzinnigheid ; de zon der aarde, die alles verlicht; den vreeslijken vervolger der Duivelen enz. , maar te gelijk uit ge- beden aan hem om zijne befcherming voor Priesters, Koningen, Monniken , Echtgenooten , en andere Standen meer.

Van gelijke waarde, en veelal nog lnffer zijn de Preeken van nicetas david , in het laatst der IXde eeuw. Onder anderen eene op de verhooging van het vereer ingsw aardig en levendmakend Kruis , welke overvloeit van grof Bijgeloof, zelfs bidt hij, bij flot, het kruis, dat het zijn volk zalig make ea zijn erfdeel zegene.

Het lijdt wel geenen twijfel, of 'er zullen in de Griek fche Kerk ook nuttiger Preeken gehouden zijn,

maar

(*) In dacher. Spicel. T. II. p. 123 126.

io8 K E R K E L IJ K E

IV maar de eerbied voor de Heiligen , derzelver ver- boek meerdering, enz. verlokte de Predikers, om lofrede- Afdeel. nen °P nen te houden, even gelijk het de geliefde V arbeid der Schril veren was , om Levensbefchrijvin- C G Sen der Heiligen op re Hellen, onder welke Levens- Jaar 814. befchrij veren bijzonder uitmuntte simeon meta- tot 1073, FRASTESs die gemeenlijk in het eerde gedeelte der Xde eeuw geplaatst wordt, fchoon het zeer waar- fchijnlijk is, dat hij tot de Xllde eeuw behoort.

Van Predikatien der Westerfche Godgeleerden is een aanmerkelijk getal bewaard gebleven. Zoo heeft raban eene dubbele verzameling van Preeken nage- laten; ook zijn 'er twee verzamelingen van Preeken onder den naam van zijnen vermaarden Tijdgenoot haymo , Bisfchop van Halbet -fiad; om niet van an- deren te fpreken, als heiric of heric, Monnik van St. Gerir.ain te Auxerre in de IX, van remi- gius, insgelijks Monnik in dat Klooster, in de Xde eeuw ; abbo , Monnik te St. Germain des Prez ; odo, Abt van Clugtiy; van de Bisfchoppen Rathe- rius van Ferona en atto van Fercelli; van den Kardinaal damiani enz. aelfric , (of alfric,) Monnik, en om zijne geleerdheid Grammaticus bij- genaamd, en van het jaar 1023 af Aartsbisfchop van Tork9 te onderfcheiden van aelfric, van het jaar 995 tot 1005 Aartsbisfchop van Ccmterbury , verdient nog eenige aanmerking, als een man van betere kundigheden, die ondernomen heeft, den Bij- bel in zijne moedertaal over te zetten; ook drong hii in zijne Preeken 'er op aan; dat de Leeken zoo wel als de gefchorenen, (de Geestelijken,) de Hei-

li.

G E S C H I E D E N I S. 129

ïige Schrift lezen en vlijtig bidden zullen. Zijne iV

Preeken vonden zoo grooten ingang , dat men ze B0 ^K

in het Angelfakjisch vertaalde, en beval, openlijk /ifdeel.

voor te lezen. Hij heeft ook nog eenige andere v

Hukken gefchreven , maar het meest ligt nog in de na°£ q#

Engelfche Bibliotheeken verfcholen. Jaar 814.

tot 1073.

ZESDE HOOFDSTUK.

Godsdiensttwisten, Nestorianen , Jakobieten en Pau-

licianen. Manicheeën. Twist over de Beelden,

Twisten over het Heilig Avondmaal, pascha-

SIUS RADBERT. BERENGARIUS. Verfchillen

over de Predestinatie, gotschalk. Twist

van fotius met de Paufen. Scheuring

der Griek f che en Latijn fche Kerk.

JVlenigvuldig waren de Godsdienstverfchillen in dit IV Tijdvak; vele oude twisten werden weder leven- BC^K dig, en met drift gevoerd, en nieuwe aangevangen, Afdeel. terwijl fommigen van de eene en andere foort nog ^J tot onzen tijd voortduren. Van de oudere plantte na q. gs zich de Pauliciaanfche, welke partij voor eene fpruic Jaar 8*4» der Manicheeën gehouden werd , en die in de Vilde I0t Ic^3' eeuw ontftaan was , voort , en kwam zelfs in de Algemeen Xlde eeuw uit het Oosten in Europa over. De overziët4 twist over de Beelden , die met het einde der VMfle eeuw belust fclieen , ontwaakte weder met het begin van dit Tijdperk, en eindigde met eene teleurfielling XIV. Deel. I van

i3o KERKELIJKE

IV van alle pogingen, om ten minden een foort van boer Bijgeloof te onderdrukken. Ouder verfchillen over Afdeel. ^e Predestinatie , of de voorbedemming der men- VI fchen tot zaligheid of verdoemenis, werden in de "°P q IXde eeuw op nieuw gaande. De Monnik gott- Jaar 814. schalk beweerde daaromtrent genoegzaam hetzelf- tot 1073. ^ wat augustinus geleerd had, en vond onder de aanzienlijkde en regtzinnigde Leeraren zijne ver- dedigers , maar werd des niet te min door eene magtiger partij verketterd en onderdrukt. Een vol- komen nieuwe twist ontdond over het Heil. Avond- maal, waar toe paschasius radbertus in de IXde eeuw de eerde aanleiding gaf, wiens gevoelen, de grondflag der Tranfubftantiatie , of Broodsverande- ring , hoe derk ook tegengefproken , reeds in de Xde eeuw vaste wortelen fchoot , en in de Xlde eeuw door eerengarius op nieuw aangevallen, evenwel meer en meer opgang maakte in de Wes- terfche Kerk. De verfchillen tusfehen de Griekfche en Latijnfche Kerk, ontdaan uit den naarijver der Patriarchen van Oud- en Nieuw- Rome , eindigden ten laatden in eene volkomene fcheuring der beide Kerken. Behalve deze waren 'er nog hier en daar kleine Godgeleerde verfchillen, van welke wij reeds dat over de wijze, hoe maria jezus gehaard heeft , ook over de drievuldige Godheid ontmoet hebben, en de andere op hare